Emotieregulatie in de diëtistenpraktijk 

Dr. Ellen Moens, Odisee hogeschool en universitair centrum Kind & Adolescent

Verschillende gespreksrollen en taken voor de diëtist

Tijdens een consultatie neemt de diëtist verschillende rollen aan (1). Een eerste rol is die van vertrouwenspersoon, wanneer de diëtist inleidend aan of tijdens de consultatie invoegt bij de cliënt: ‘hoe gaat het’? ‘Hoe was de afgelopen periode voor jou?’. Een tweede rol is die van onderzoeker, waarbij de diëtist informatie gaat bevragen en probeert de detecteren of er misschien meer aan de hand is. In een derde rol als docent geeft de diëtist educatie, bv. over gezonde voeding, gezonde levensstijl of productinformatie. Een laatste rol is die van coach, waarin samen met de cliënt wordt nagedacht over het behandelplan, over haalbare doelstellingen, … Het combineren en goed inschatten wanneer welke rol aangewezen is, is een uitdagende taak. 

Confrontatie met emoties in de praktijk: twee wegen

Er zijn twee belangrijke wegen via dewelke de diëtist in contact komt met de emoties van de cliënt: enerzijds vanuit hun rol als vertrouwenspersoon, via meegemaakte gebeurtenissen of dagelijkse stressbronnen en anderzijds via het eetgedrag  van de cliënt. 

  1. Een eerste weg is via door de cliënt meegemaakte gebeurtenissen of dagelijkse stressbronnen. De diëtist gaat op dat moment volledig op in de rol van vertrouwenspersoon. De samenwerkingsrelatie wordt verder opgebouwd, er wordt actief geluisterd en de cliënt wordt met zorg opgevangen. Een belangrijke valkuil hierbij is om te snel te willen gaan helpen/de problemen die de cliënt aanbrengt, te proberen oplossen. Het is aangewezen om eerst de verhalen van de cliënt op te vangen, en dus nog geen directe adviezen te formuleren of al in te zetten op de ‘quick fix’. Het kader van Miller & Rolnick (2) rond motiverende gespreksvoering kan hierbij een handvat bieden: stel open vragen, reflecteer, concretiseer (wat is er precies aan de hand), parafraseer of vat samen. 

Daarna volgen 2 belangrijke stappen: enerzijds inschatten van wat de emoties betekenen voor de behandeling en anderzijds alert zijn voor signalen. De diëtist is vaak de eerste zorgprofessional waarmee de cliënt in contact komt, dus een inschatting van de impact van de emoties of stressbron op de behandeling is aangewezen. ‘Zal er minder motivatie zijn?’ ‘Belemmeren de stressbronnen de vooruitgang?’ ‘Zal ik moeten faseren?’ ‘Heeft het zin om nieuwe doelstellingen toe te voegen of gaan we de huidige doelstellingen consolideren?’ De diëtist zal hierbij een coachende rol aannemen. 

Een tweede stap is om alert te zijn voor signalen: wat is er aan de hand? En hoe ernstig is dat? De diëtist zal in deze stap de rol van onderzoeker aannemen en inschatten of de stressbron een invloed heeft op het dagelijks functioneren van de cliënt en of de cliënt over een netwerk beschikt. Dit geeft een indruk van hoe zwaar de stressbron doorweegt op het functioneren en of de cliënt voldoende omkaderd wordt om door deze moeilijke periode te gaan. Op dit moment kan de diëtist beslissen om een tweesporenbeleid in te zetten, door de cliënt te verwijzen naar een bijkomende hulpverlener (arts, psycholoog, ondersteunende dienst..). 

  • Een tweede weg om als diëtist in contact te komen met emoties is via het eetgedrag van de cliënt, omdat eten en emoties vaak samen gaan. Eten kan namelijk fungeren als maladaptieve copingstrategie: in dit geval wordt gesproken van emotioneel over- of ondereten. Bij een vermoeden van emotioneel overeten, wordt aanbevolen om eerst af te toetsen of er ook sprake is van controleverlies (onderzoekersrol). Indien er effectief sprake is van controleverlies, is een multidisciplinaire aanpak aangewezen. Wanneer er geen sprake is van controleverlies, kan de diëtist in de behandeling inzetten op emotieregulatie. Om dit optimaal te kunnen integreren in te behandeling, is het goed om verder inzicht te verwerven in het emotioneel eetgedrag. 

Inzicht verwerven in emotioneel eetgedrag

Om verder inzicht te verwerven in het emotioneel eetgedrag, zowel bij over- als ondereten, kan er naast enkele algemene vragen (hoe vaak? Wanneer begonnen? Wat wordt er gegeten? Context?) en een eetdagboek, ook ingezet worden op een ABC-analyse: 

  • De A staat hierbij voor ‘antecedenten’, wat er aan het emotioneel eetmoment vooraf gaat (bv. dinsdag 11u: alleen op kot, geen les, studietijd, deadlines,… Ik heb geen zin om te beginnen, zo moeilijk en zo een saaie opdracht’). 
  • De B staat voor ‘behaviour’ en hier dus ‘wat er gegeten wordt’ (bv. een chocoladewafel). 
  • De C staat voor consequentie (bv. faalgevoel: “pff. Ik had eigenlijk al een tussendoortje gegeten.”). 

Op basis van deze informatie kan de diëtist inschatten of het eerder over diffuse emoties (moeilijk definieerbaar: frustratie, twijfel, verloren gevoel, …) of heftige emoties gaat, of er alsnog sprake is van controleverlies en of er een link is tussen emoties en eetgedrag. Deze elementen dragen bij tot een behandelplan op maat.  

Behandelplan op maat

Indien er sprake is van diffuse emoties (de emoties zijn niet te heftig, er is geen onderliggende problematiek), waarbij emotioneel eten een gewoonte is (ontstaan door processen van klassieke en operante conditionering) kan worden ingezet op stimuluscontrole (eten op vaste plaatsen en tijden), het leren herkennen van diffuse emoties (over welke emotie gaat het precies) en het aanleren van adaptieve strategieën i.p.v. emotioneel eten: bv. sporten, afleiding, expressie, … Indien nodig kan ook extra ondersteuning vanuit de context worden ingeschakeld, of verwezen worden naar ondersteunende organisaties.

Indien er sprake is van specifieke en heftige emoties, waarbij emotioneel eten méér is dan een ongezonde gewoonte en er mogelijk een onderliggende problematiek gaande is, wordt er niet direct aan de slag gegaan met emotieregulatie. Er wordt verder onderzoek verricht, en het behandelplan wordt aangepast in functie van de resultaten van deze verdere verkenning. Eerst wordt nagegaan wat de impact is op het dagelijks functioneren en of er een netwerk is. Goede strategieën worden bekrachtigd: bv. expressie van emoties (waarbij het netwerk ook een belangrijke rol speelt). Indien er nood is aan intensieve emotieregulatietraining of andere psychologische ondersteuning kan de cliënt worden verwezen naar extra ondersteuning door psycholoog.

Besluit

De diëtist wordt regelmatig en via verschillende wegen geconfronteerd met emoties in de praktijk. Een belangrijke taak hierbij is om inzicht te verwerven in de emoties, de ernst ervan en de link met eetgedrag. Een ABC-analyse kan hierbij een handvat bieden, zodat een behandelplan op maat kan worden opgesteld. 

Referenties

  • Lang, G., & van der Molen, H.T. (2020). Psychologische gespreksvoering, een basis voor hulpverlening. Amsterdam: Boom Uitgevers. 
  • Miller, W.R., & Rollnick, S. (2012). Motivational interviewing, Helping People Change, 3nd edition. New York City: The Guilford Press.

Tools

Diëtistendraaiboek rond eetstoornissen: www.draaiboeken.eetexpert.be/dietistendraaiboek-eetstoornissen

Meer nieuws
  • Nieuw draaiboek voor diëtisten: behandeling van kinderen en adolescenten met overgewicht

    NOV 2022 – Ontdek snel het nieuwe draaiboek voor diëtisten!

  • World Children's Day - samen het welzijn van kinderen verbeteren

    NOV 2022 – Ter gelegenheid van World Children’s Day, zetten we graag ons basisdraaiboek rond kinderen met eet- en gewichtsproblemen in de kijker.

  • Toolkit voor sportclubs

    Nov 2022 – Deze toolkit is een verzameling van praktisch inzetbare instrumenten, nuttige informatie en inspiratie om sportclubs te ondersteunen én gezonder te maken.

  • Nieuw advies van Hoge Gezondheidsraad rond de marketing van ongezonde voeding bij kinderen

    OKT 22. In een nieuw advies roept de Hoge Gezondheidsraad (HGR) de overheden op om kinderen en jongeren te beschermen tegen de marketing van ongezonde voeding. Lees hier meer!

Bekijk al het nieuws

sheds plans Hip Roof Shed Plans 10×18 Clerestory Dormer Shed Plans 20×12 Bali Out Call Message