Kinderen en media: kan de ouder-kind relatie beschermen tegen lichaamsontevredenheid?

Kinderen en media: kan de ouder-kind relatie beschermen tegen lichaamsontevredenheid?

Dra. Jolien De Coen, UGent

Kinderen en lichaamsontevredenheid

Lichaamsontevredenheid, het ervaren van een discrepantie tussen het ideale, gewenste en het huidige lichaam, kan al op jonge leeftijd (7 tot 12 jaar) aanwezig zijn. Zo rapporteren meisjes voornamelijk een verlangen om dunner te zijn, terwijl jongens ofwel dunner ofwel net breder willen zijn. Het ervaren van lichaamsontevredenheid tijdens de kindertijd is geassocieerd met een laag zelfbeeld, eetstoornissen, obesitas, lijnen en eetbuien, en depressie op latere leeftijd.

Het ontstaan van lichaamsontevredenheid op jonge leeftijd kan verklaard worden door verschillende theoretische modellen en perspectieven (zie ook lezing van prof. Goossens). Het onderzoek dat verder besproken wordt, gaat uit van een sociocultureel perspectief. Lichaamsontevredenheid kan namelijk ontstaan door vergelijking met en internalisering (het eigen maken van ideeën in de maatschappij) van huidige schoonheids- en lichaamsidealen, die verkregen worden via media, ouders, en leeftijdsgenoten (‘tripartite influence model’ van Thompson et al., 1999). Westerse schoonheids- en lichaamsidealen blijken al ‘ingebakken’ te zijn op jonge leeftijd. Zo vertonen kinderen tussen 3 en 6 jaar al negatieve opvattingen over vet en een voorkeur voor een dun lichaam.

Rol van media

Kinderen zijn kwetsbaarder voor de invloed van media op het lichaamsbeeld, aangezien het zelfbeeld en lichaamsbeeld nog volop in ontwikkeling zijn. Zowel bij jongens als bij meisjes tussen de 8 en 10 jaar blijkt de graad van blootstelling aan media voorspellend te zijn voor een toename van lichaamsbeeld- en eetproblemen (zoals lijnen, zorgen over gewicht, eten en lichaamsvormen). Er zijn daarbij drie tussenliggende psychologische processen (mediërende variabelen) die een rol kunnen spelen, namelijk (1) het bewustzijn van lichaamsidealen in media, (2) de druk om te voldoen aan deze lichaamsidealen, en (3) het internaliseren van lichaamsidealen. Vooral bij jongens blijkt een verhoogd bewustzijn van lichaamsidealen in de media voorspellend te zijn voor een toename in zorgen over eten (1 jaar later), terwijl de druk om te voldoen aan deze lichaamsidealen een voorspellende factor was voor een toename in zorgen over eten, gewicht en lichaamsvormen bij meisjes. Deze genderspecifieke kwetsbaarheiden dienen nog verder onderzocht te worden.

Ouder-kind relatie als bescherming voor schadelijke media invloeden?

Naast media hebben ook ouders/zorgfiguren een invloed op lichaamsontevredenheid bij kinderen (zie ‘Tripartite Influence Model’), zowel op een directe als een indirecte manier. Sommige gedragingen van ouders kunnen als een risicofactor fungeren in de ontwikkeling van lichaamsontevredenheid, zoals negatieve commentaar geven op het gewicht van het kind (directe invloed) of het eigen gewicht (indirecte invloed, als rolmodel). Het (voorbeeld)gedrag van de ouder rond eten en gewicht kan ook beschermend zijn tegen lichaamsontevredenheid. Ook de relatie met ouders kan bescherming bieden tegen de bestaande invloeden van de media. De ouder-kind hechting blijkt immers een rol te kunnen spelen in het lichaamsbeeld van kinderen. Zo blijkt een veilige hechting in de kindertijd (de hechtingsfiguur is beschikbaar en responsief voor de noden van het kind) geassocieerd te zijn met een positiever zelfbeeld en minder lichaamsontevredenheid bij kinderen en adolescenten. Met andere woorden, een positieve relatie met vader of moeder hangt samen met een positiever zelfbeeld van zowel jongens als meisjes. Of deze ouder-kind relatie ook daadwerkelijk het verband tussen (a) het ervaren van druk in media om te voldoen aan de schoonheidsidealen en (b) meer lichaamsontevredenheid en een negatiever zelfbeeld kan afzwakken, wordt momenteel volop onderzocht door Jolien De Coen en collega’s.

Handvatten voor de praktijk

Op basis van de huidige bevindingen blijkt het alvast belangrijk om (1) interventie- en preventieprogramma’s te richten op zowel meisjes als jongens, (2) kinderen te leren omgaan met de druk van media, (3) ouders te betrekken in interventies en te focussen op het creëren van een warme en ondersteunde ouder-kind relatie, (4) te communiceren met kinderen over wat ze zien op sociale media en hoe ze hiermee kunnen omgaan (in plaats van ze sociale media te verbieden), (5) ouders te attenderen dat ze dienen als een rolmodel in hoe ze omgaan met en communiceren over hun lichaam.

Verdiepende literatuur

De Coen, J., Verbeken, S., & Goossens, L. (2021). Media influence components as predictors of children’s body image and eating problems : a longitudinal study of boys and girls during middle childhood. Body Image, 37, 204–213. https://doi.org/10.1016/j.bodyim.2021.03.001

Rodgers, R., & Chabrol, H. (2009). Parental attitudes, body image disturbance and disordered eating amongst adolescents and young adults: a review. European Eating Disorders Review, 17, 137-51. doi: 10.1002/erv.907

Van Durme, K., Goossens, L., Bosmans, G., & Braet, C. (2018). The role of attachment and maladaptive emotion regulation strategies in the development of Bulimic symptoms in adolescents. Journal Of Abnormal Child Psychology, 46, 881–893. doi: 10.1007/s10802-017-0334-1

Survey

Tevredenheidsbevraging

Wat vind jij van het Eetexpert aanbod? Jouw mening is belangrijk voor ons!

Doe mee aan de bevraging