Serotonine is een neurotransmitter die wordt aangemaakt vanuit tryptofaan, een aminozuur dat vooral terug te vinden is in eiwitrijke voeding. De productie van serotonine gebeurt op twee plaatsen in het lichaam. Enerzijds wordt serotonine aangemaakt in het maag-darmkanaal, waar het een belangrijke rol speelt bij de peristaltiek en betrokken is bij nausea en het verzadigingsgevoel. Anderzijds wordt serotonine geproduceerd in de hersenen, met effect op de hypothalamus, het limbisch systeem en de prefrontale cortex. In deze hersengebieden is serotonine belangrijk voor stemming, emotieregulatie en eetlust. Om serotonine in de hersenen te kunnen aanmaken, moet tryptofaan de bloed-hersenbarrière passeren en dit gaat beter wanneer er gelijktijdig koolhydraten worden gegeten.

Serotonine is dus verantwoordelijk voor verschillende functies, waaronder het beïnvloeden van de stemming (gevoelens van geluk of ongemak), het reguleren van eetlust en verzadiging, en het ondersteunen van impulscontrole, zoals het onderdrukken van de drang om te eten. Onder normale omstandigheden draagt serotonine dus bij aan het geluksgevoel en aan verzadiging en het krijgen van een “vol” gevoel.

Bij boulimia nervosa leidt onregelmatige voeding en/of compensatiegedrag zoals braken en laxeren tot een verminderde aanvoer van tryptofaan, waardoor de aanmaak van serotonine daalt. Hierdoor ontstaat een verlaagde serotonerge activiteit in hersengebieden die betrokken zijn bij impulscontrole en verzadiging. Dit tekort aan serotonine zorgt ervoor dat het signaal dat aangeeft dat het “genoeg” is, minder sterk wordt waargenomen, wat kan leiden tot impulsief gedrag zoals eetbuien, braken en soms ook automutilatie.

Een verlaagde serotonine geeft ook depressieve klachten en angst maar faciliteert ook dwangmatig denken (bv. “ik moet” gewicht verliezen, “ik moet controle hebben”,..).

Vaak is er een spanningsopbouw en stress voorafgaand aan een eetbui. Tijdens de eetbui wordt het beloningssysteem in de hersenen geactiveerd, met vrijzetting van dopamine en opioïden, wat tijdelijk zorgt voor rust en opluchting ondanks het lage serotonineniveau. Anderzijds kan er een korte “serotonine-boost” ontstaan door de acute aanvoer van koolhydraten en proteïnes (met aanmaak van tryptofaan en nadien serotonine) wat eveneens een tijdelijk gevoel kalmte geeft. Dit effect is echter van zeer korte duur, omdat de onderliggende serotoninedisbalans niet structureel hersteld raakt. Na de eetbui daalt het serotonineniveau opnieuw snel, wat gevoelens van schuld en schaamte uitlokt.

Patiënten met boulimia nervosa of eetbuistoornis krijgen soms Fluoxetine 60 mg om te kunnen inspelen op dit systeem (langere beschikbaarheid van serotonine induceren). Lagere dosissen fluoxetine (zoals bij depressie) zijn minder werkzaam voor de typische eetstoornissensymtomen, maar een dosis van 60 mg (bewezen positief effect op aantal eetbuien en purgeergedrag) geeft echter vaak teveel bijwerkingen. Het voorschrijven van 60 mg fluoxetine is daarom meestal een zorgvuldige afweging tussen mogelijke voordelen en nadelen, en gebeurt bij voorkeur binnen een breder behandelplan.

Meer informatie over medicatie bij eetstoornissen vind je in het stappenplan.