Feiten en fabels

Mythes rond eten en gewicht

Het thema eten en gewicht lijkt vaak beladen bij het publiek. Er leven heel wat overtuigingen over gewicht en gezondheid, over het ideale dieet, hoe diëten ons gezond maakt enz. Bovendien bestaan er flink wat vooroordelen over mensen met overgewicht. Niet alles wat we denken te weten over eten of gewicht is echter correct. Heel wat van de overtuigingen en vooroordelen zijn wetenschappelijk achterhaald.

In deze rubriek vind je informatie over mythes die onterecht blijven leven in de maatschappij.  A.d.h.v. wetenschappelijk studies wordt uitgelegd waarom een bepaalde overtuiging niet correct is en worden andere meer gefundeerde overtuigingen aangehaald. 

De checklists binnen de Toolbox bieden een handige houvast om wetenschappelijk correct over eetgedrag en gewicht te communiceren. Wil je nog wat meer informatie of heb je vragen? Dan kan je ons contacteren op secretariaat@eetexpert.be 

MYTHE 1: Wie overgewicht of obesitas heeft, is per definitie niet fit en ongezond.  

Ook al hebben mensen met overgewicht en obesitas als groep een hoger risico op gezondheidsproblemen dan de groep van mensen met een normaal gewicht (populatieniveau), op individueel niveau hebben we meer info nodig voor gezondheidsinschatting. Schattingen geven aan dat ongeveer 1 op 3 mensen met obesitas metabool gezond zijn d.w.z. dat zij niet voldoen aan de kenmerken van het metabool syndroom dat o.a. het risico op diabetes type 2 en cardiovasculaire aandoeningen verhoogt. Daarnaast blijkt dat 1/3 van de mensen met een normaal gewicht metabool ongezond zijn en dus wel voldoen aan het risicoprofiel (Lin, Zhang, Zheng, & Zheng, 2017; Tomiyama, Hunger, Nguyen-Cuu, & Wells, 2016; van Vliet,-Ostaptchouk, Nuotio, Slagter et al. 2014). Hoewel er dus een relatie is tussen gewicht en gezondheid, wil dit niet zeggen dat iedereen die lijdt aan obesitas een slechtere gezondheid heeft  EN dat mensen met een normaal gewicht geen verhoogd risico zouden lopen op o.a. diabetes type 2 en cardiovasculaire aandoeningen.  Dit wordt ook bevestigd door longitudinaal onderzoek. Caleyachetty, Thomas, Toulis, et al (2017) toonden aan dat mensen met een normaal gewicht met één of meerdere metabole risicofactoren een verhoogde kans hebben op hart- en vaatziekten en cerebrovasculaire aandoeningen in vergelijking met de groep met een normaal gewicht en zonder metabole risicofactoren. Uit hun resultaten blijkt verder dat deze kans ook significant hoger is dan de kans op hart- en vaatziekten en cerebrovasculaire aandoeningen voor mensen met obesitas zonder metabole risicofactoren. Hoewel deze laatsten een verhoogde kans hebben in vergelijking met de groep normaal gewicht zonder risicofactoren blijkt uit deze gegevens wel dat metabole gezondheid belangrijker is op vlak van het risico op hart- en vaatziekten en cerebrovasculaire aandoeningen dan gewicht.  

Op individueel niveau blijkt gewicht of BMI dus niet de beste parameter om iets te zeggen over iemands gezondheid en blijken andere parameters zoals o.a. bloeddruk, cholesterol, bloedsuikerspiegel, enz. beter.  

Metabool syndroom

Iemand lijdt aan het metabool syndroom indien deze persoon voldoet aan 3 van onderstaande criteria (Bron: Gezondheid & Wetenschap):  

-Een buikomtrek van meer dan 94 cm bij mannen, en meer dan 80 cm bij vrouwen. 

-Een verhoogde nuchtere waarde voor triglyceriden, een soort bloedvetten.  

-Een lage HDL-cholesterolwaarde (goede cholesterol).  

-Een hoge nuchtere bloedsuiker (glucose) of reeds in behandeling zijn voor diabetes type 2. 

-Een hoge bloeddruk, of reeds in behandeling zijn voor hoge bloeddruk. 

Hoe kan dat?  

Cijfers op groeps- of populatieniveau vertellen niets over de manier waarop een individuele persoon zijn of haar gewicht bereikt: om het even welk gewicht kan op veel manieren behaald zijn, en leefstijlaanpassingen vertalen zich niet meteen en niet altijd in gewichtsverandering. ‘Normaal’ gewicht kan samengaan met ‘verstoord’ eet- en beweeggedrag, en personen met overgewicht kunnen gerust een gezonde leefstijl hebben. Dit wordt gestaafd door onderzoek waaruit blijkt dat regelmatig bewegen en “fit zijn” een beschermende factor is voor heel wat risico’s die verbonden zijn aan overgewicht en obesitas (Graf & Ferrari, 2019; Lavie, De Schutter, Milani, 2015; Ortega, Cadenas-Sancheze, Migueles et al., 2018). Uit een meta-analyse van 10 studies bleek dat het mortaliteitsrisico voor fitte mensen met overgewicht en obesitas vergelijkbaar was met dat van fitte mensen met een normaal gewicht. Daarnaast bleek dat mensen die niet fit waren een dubbel zo groot risico hebben dan mensen die wel fit zijn, ongeacht BMI (Barry, Baruth, Beets, Durstine, Liu & Blair, 2014). Onderzoek toont bovendien aan dat gezonder gaan leven een metabole verbetering geeft, zelfs indien er (nog) geen gewichtsverandering optreedt (Caudwell, Hopkins, King, Stubbs, Blundell, 2009). 

Referenties 

Barry, V.W., Baruth, M., Beets, M.W., Durstine, J.L., Liu, J., Blair, S.N. (2014). Fitness vs. Fatness on All-Cause Mortality: A Meta-Analysis. Progress in Cardiovascular Diseases. 56(4), 382-390.  

Caudwell, P., Hopkins, M., King, N.A., Stubbs, R.J., & Blundell, J.E. (2009). Exercise alone is not enough: weight loss also needs a healthy (Mediterranean) diet? Public Health Nutrition, 12, 1663-1666. 

Caleyachetty, R., Thomas, G.N., Toulis, K.A., Mohammed, N., Gokhale, K.M., Balachandran, K. & Nirantharakumar, K. (2017). Metabolically Healthy Obese and incident Cardiovascular Disease Events Among 3.5 million Men and Women. Journal of the American College of Cardiology, 70(12), 1429-1437.  

Lavie, C., De Schutter, A. & Milani, R. (2015). Healthy obese versus unhealthy lean: the obesity paradox. Nature Reviews Endocrinology, 11, 55–62.  

Lin, H., Zhang, L., Zheng, R., Zheng, Y. (2017). The prevalence, metabolic risk and effects of lifestyle intervention for metabolically healthy obesity: a systematic review and meta-analysis, a PRISMA-compliant article. Medicine, 96(47).  

Ortega, F.B.; Cadenas-Sanchez, C.; Migueles, J.H.; Labayen, I.; Ruiz, J.R.; Sui, X.; Blair, S.N.; Martinez-Vizcaino, V.; Lavie, C.J. (2018). Role of Physical Activity and Fitness in the Characterization and Prognosis of the Metabolically Healthy Obesity Phenotype: A Systematic Review and Meta-analysis. Prog. Cardiovasc. Dis., 61, 190–205.   

Tomiyama, A.J., Hunger, J. M., Nguyen-Cuu, J., & Wells, C. (2016). Misclassification of cardiometabolic health when using body mass index categories in NHANES 2005–2012. International Journal of Obesity, 40, 883–886. 

Van Vliet-Ostaptchouk, J. et al. (2014) BMC Endocrine Disorders  The prevalence of metabolic syndrome and metabolically healthy obesity in Europe: a collaborative analysis of ten large cohort studies. Endocrine Disorders, 14(9).  

Lees meer

MYTHE 2: Obesitas los je op met voldoende wilskracht, minder te eten en meer te bewegen 

De oplossingen (en oorzaken) voor obesitas zijn veel complexer dan simpelweg minder eten en meer bewegen. Obesitas komt tot stand en wordt in stand gehouden door een complexe interactie van veel verschillende factoren. Onderzoek wijst o.a. op de sterke invloed van slaapgewoonten, stress, crashdiëten, hormonale disbalans, genetica, ziekte, psychisch functioneren en medicatiegebruik. Bovendien functioneert het te veel aan vetweefsel als een orgaan dat hormonen afgeeft die gewichtsverlies bij mensen met obesitas erg moeilijk maken.  

Een goede behandeling van obesitas vraagt maatwerk met een goede inschatting van de oorzaken, instandhoudende factoren en gevolgen van obesitas door verschillende gespecialiseerde disciplines: artsen, diëtisten, kinesitherapeuten, psychologen… . Gezamenlijk komen zij tot een behandelplan dat in de eerste plaats gericht is op gezondheidswinst en waarbij gewichtsverlies een bijkomend behandeldoel kan zijn.  

Wilskrachtmythe heeft schadelijke neveneffecten 

Hoewel deze mythe niet juist is – de behandeling van obesitas en gewicht verliezen is veel complexer dan voldoende wilskracht hebben – toont onderzoek aan dat deze mythe wel heel wat schadelijke gevolgen heeft. Het kan leiden tot gewichtsstigmatisering en van gewichtsstigmatisering heeft men overtuigend aangetoond dat het via een ingewikkeld web van verschillende paden (daling fysieke activiteit, vermijden van doktersbezoeken, toename in episodes van eetbuien, psychologische effecten) kan leiden tot een stijging in gewicht en BMI en de kans op obesitas verhoogt (Tomiyama, 2014). Het maakt daarbij niet uit of de persoon die de stigmatisering ondergaat ook effectief objectief aan overgewicht of obesitas leidt. Ook mensen met een normaal gewicht die zichzelf percipiëren als iemand met overgewicht of kinderen die door ouders gepercipieerd worden als “te zwaar” dragen de negatieve gevolgen van stigmatisering (Puhl & Heuer, 2009). 

Niet stigmatiseren: focussen op gezondheid en lichaamstevredenheid  

In plaats van te focussen op het veranderen van lichamen en lichaamsvormen is het beter om in te zetten op gezondheid en lichaamstevredenheid. Er is voldoende onderzoek dat aantoont dat een gezonde leefstijl, ongeacht gewichtsverlies, leidt tot een betere gezondheid (Caudwell, Hopkins, King, Stubbs, Blundell, 2009; Gaesser, Tucker, Jarrett & Angadi, 2015; Matheson, King & Everett, 2012). Bovendien toont onderzoek aan dat zij die tevreden zijn over hun gewicht zich meer engageren in gezondheidsgedrag ongeacht hun BMI (Blake, Hébert, Lee, Adams, Steck, Sui, Kuk, Baruth & Blair, 2013) en zo op lange termijn medische risico’s kunnen beperken (Cernelic-Bizjak, Jenko-Praznikar, 2018; Wirth, Blake, Hébert, Sui, Blair, 2014; 2015). Ander onderzoek toonde aan dat zij die positief stonden ten opzichte van hun lichaam er beter in slaagden om een jaar later hun gewicht te behouden (Gagnon-Girouard, Begia, Provencher et al, 2010). Hulpverlening die gericht is op het promoten van zowel gezondheid als lichaamstevredenheid is niet alleen effectiever maar is ook voor iedereen goed en voor niemand schadelijk.  

Referenties 

Blake, C.E., Hébert, J.R., Lee, D., Adams, S.A., Steck, S.E., Sui, X., Kuk, J.L., Baruth, M., Blair, S.N. (2013). Adults with greater weight satisfaction report more positieve health behaviors and have better health status regardless of BMI. Journal of Obesity, 2013, 1-13.  

Caudwell, P., Hopkins, M., King, N.A., Stubbs, R.J., & Blundell, J.E. (2009). Exercise alone is not enough: weight loss also needs a healthy (Mediterranean) diet? Public Health Nutrition, 12, 1663-1666. 

Cernelic-Bizjak, M., Jenko-Praznikar, Z. (2018). Body dissatisfaction predicts inflammatory status in asymptomatic healthy individuals. Journal of Health Psychology, 23(1), 25-35.  

Gaesser, G.A., Tucker, W.J., Jarrett, C.L., Angandi, S.S. (2015). Fitness versus Fatness: Which Influences Health and Mortality Risk the Most? Current Sports Medicine Reports, 14(4), 327-332.  

Gagnon-Girouard, M-P., Begin, C., Provencher, V., Tremblay, A., Mongeau, L., Boivin, S., Lemieux, S. (2010). Psychological Impact of a “Health-at-Every-Size” Intervention on Weight-Preoccupied Overweight/Obese Women. Journal of Obesity, 2010, 1-13.  

Matheson, E.M., King, D.E., Everett, C.J. (2012). Healthy lifestyle habits and mortality in overweight and obese individuals. The Journal of the American Board of Family Medicine, 25(1):9-15.  

Puhl R.M., & Heuer C.A. (2009). The stigma of obesity: a review and update. Obesity, 17(5), 941–964.  

A. J. Tomiyama, (2014). Weight stigma is stressful. A review of evidence for the Cyclic obesity/weight-based stigma model. Appetite, 82, 8-15. 

Wirth, M.D., Blake, C.E., & Hébert, J.R., (2014). Chronic weight dissatisfaction predicts type 2 diabetes risk: Aerobic center longitudinal study. Health Psychology, 33, 912–919. 

Wirth, M.D., Blake, C.E., & Hébert, J.R. (2015). Metabolic syndrome and discrepancy between actual and self-identified good weight: Aerobics center longitudinal study. Body Image, 13, 28–32. 

Lees meer

MYTHE 3: Mensen met obesitas moeten zo snel mogelijk zo veel mogelijk kilo’s verliezen 

Crashdiëten zijn nooit een oplossing voor een kilootje te veel, niet voor de mensen met obesitas, niet voor zij met overgewicht, maar ook niet voor zij met een normaal gewicht of ondergewicht die graag dat ideale ‘zomerlijf’ willen hebben.  Het volgen van crashdiëten vormt een risicofactor voor zowel de ontwikkeling van obesitas (jojo-effect) als voor de ontwikkeling van eetstoornissen en is daardoor af te raden. Door mensen aan te moedigen om snel zoveel mogelijk gewicht te verliezen worden ze alleen maar dieper in een neerwaartse spiraal geduwd.  Onderzoek toont namelijk aan dat ‘op dieet gaan’ om je gewicht te controleren op langere termijn vaak leidt tot een gewichtstoename in plaats van een gewichtsafname (Neumark-Sztainer, Wall, Story & Standish, 2012). Neumark-Sztainer et al. (2012) toonden in hun onderzoek bijvoorbeeld aan dat frequente diëters op 10 jaar tijd een grotere BMI-toename hadden dan mensen die nooit op dieet waren gegaan. Ander onderzoek toont dan weer aan dat vermageringsdiëten kunnen leiden tot verstoord eetgedrag en zelfs tot eetstoornissen (Schaumberg, Anderson, Anderson, et al, 2016). (Noot: met vermageringsdiëten bedoelen we niet  de professionele behandeling van overgewicht (bv. advies door een diëtist), gericht op het stapsgewijs verbeteren van het eetgedrag en de leefstijl (Schaumberg, Anderson, Anderson, et al, 2016)).

Verschillende onderzoekers zijn dan ook stellig en beschouwen het adviseren of promoten van vermageringsdiëten als onethisch (Bacon & Aphramor, 2011). 

Vermageringsdiëten leiden tot gewichtstoename, hoe kan dat?  

In het kort: restrictief eten of caloriedeprivatie leidt tot veranderingen op zowel hormonaal, fysiologisch en psychologisch niveau. Het zijn die veranderingen die gewichtsbehoud na een vermageringsdieet bijzonder moeilijk maken.  

1. Verschillende onderzoekers halen bijvoorbeeld aan dat veranderingen in eetlust-regulerende hormonen aan de basis liggen van de toename in gewicht na een vermageringsdieet. De veranderingen in deze hormonen leiden tot een toename in honger en zetten het lichaam aan om extra energie op te slaan (Greenway, 2015). 

2. Een belangrijk fysiologisch mechanisme is de daling in ruststofwisselingssnelheid als gevolg van sterke calorierestrictie. Onderzoek toont aan dat bij sterke calorierestrictie de ruststofwisselingssnelheid zal dalen, vermoedelijk als een manier om op een efficiëntere manier om te gaan met de opgenomen energie. Bovendien blijkt dat ook na afronding van het vermageringsdieet de ruststofwisselingssnelheid niet opnieuw versnelt. Met andere woorden, indien men na afronding van het modedieet opnieuw gaat eten zoals voorheen, neemt men simpelweg te veel energie op omdat de ruststofwisselingsnelheid is gedaald. Dit te veel aan energie wordt opgeslagen, met een gewichtstoename als gevolg. 

3. Onderzoek toont daarnaast aan dat vermageringsdiëten leiden tot meer aandacht voor voeding, eten  (Piech, Pastorino, & Zald, 2010; Placanica, Faunce, & Soames Job, 2002) en meer zin in eten (Cameron, Goldfield & Doucet, 2012; Cameron, Goldfield, Finlayson, Blundell, & Doucet, 2014).    

Dus?  

Omdat vermageringsdiëten leiden tot een gewichtstoename in plaats van een gewichtsafname en bovendien het risico op de ontwikkeling van eetstoornissen verhogen, is het af te raden om rigide diëten sterk te promoten. In plaats van ons voedingsmiddelen te ontzeggen, gaan we beter naar een gezonde eetstijl waar alles kan en mag zoals geadviseerd in de voedingsdriehoek van Gezond Leven en waar we leren omgaan met verleidingen. De diëtist kan hierbij begeleiding bieden.  Voedingsmiddelen schrappen van het menu wordt best alleen maar gedaan om gezondheidsredenen (bv. In functie van medische aandoeningen of intoleranties) en steeds onder begeleiding van een diëtist.  

Referenties 

Bacon L, Aphramor L. (2011). Weight science: evaluating the evidence for a paradigm shift. Nutrition Journal,10(9).  

Cameron, J. D., Goldfield, G. S., & Doucet, É. (2012). Fasting for 24 h improves nasal chemosensory performance and food palatability in a related manner. Appetite58(3), 978–981.  

Cameron, J. D., Goldfield, G. S., Finlayson, G., Blundell, J. E., & Doucet, É. (2014). Fasting for 24 hours heightens reward from food and food-related cues. PLoS ONE9(1).

Greenway, F.L. (2015). Physiological adaptations to weight loss and factors favouring weight regain. International. Journal of Obesity, 39, 1188–1196 

Neumark-Sztainer, D., Wall, M., Story, M., & Standish, A. R. (2012). Dieting and Unhealthy Weight Control Behaviors During Adolescence: Associations With 10-Year Changes in Body Mass Index. Journal of Adolescent Health, 50(1), 80–86. 

Piech, R. M., Pastorino, M. T., & Zald, D. H. (2010). All I saw was the cake. Hunger effects on attentional capture by visual food cues. Appetite54(3), 579–582.  

Placanica, J. L., Faunce, G. J., & Soames Job, R. F. (2002). The effect of fasting on attentional biases for food and body shape/weight words in high and low Eating Disorder Inventory scorers. International Journal of Eating Disorders32(1), 79–90.  

Schaumberg, K., Anderson, D., Anderson, L. et al (2016). Dietary restraint: what’s the harm? A review of the relationship between dietary restraint, weight trajectory and the development of eating pathology. Clinical Obesity, 6, 89-100. 


Lees meer

Terug naar overzichtspagina