Vragen en antwoorden rond eet- en gewichtsproblemen

Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

1. Eetstoornissen - Kenmerken

  • Welke eetstoornissen bestaan er en hoe vaak komen ze voor?

    Welke eetstoornissen bestaan er? Er zijn drie categorieën van eetstoornissen volgens de klassieke opdeling:

    • Anorexia nervosa (AN) 
    • Boulimia nervosa (BN)  
    • Eetbuistoornis (BED of binge eating disorder) 

    Bestaan er nog eetstoornissen? Ja, er zijn ook andere diagnoses voor eetstoornissen en eetproblemen. Vermijdende-restrictieve voedselinname stoornis (ARFID), bijvoorbeeld. Dit zijn mensen die eenzijdig eten of weinig lusten, waardoor ze in de problemen komen. Ook is er bijvoorbeeld de andere gespecificeerde eetstoornis, zoals purgeerstoornis. 

    In België ontwikkelt ongeveer 1% van de volwassenen ooit anorexia nervosa, 1% boulimia nervosa en 1,5% een eetbuistoornis. De eetbuistoornis komt dus het vaakst voor.

    De leeftijd waarop de eetstoornis meestal begint, verschilt per categorie. AN ontwikkelt zich meestal in de vroege adolescentie, BN in de late adolescentie, en BED in de jong volwassenheid. 

    Meer info 

  • Wat zijn de kenmerken van een eetstoornis?

    Een eetstoornis heeft verschillende componenten. Verstoord eetgedrag staat centraal, maar er is ook impact op lichamelijk en psychosociaal welzijn. Meestal is er een negatief lichaamsbeeld, een wens om slank te zijn en is gewicht erg belangrijk in de manier waarop je naar jezelf kijkt. Personen met een eetstoornis kunnen zich meer en meer gaan terugtrekken van sociale activiteiten.  Ook kan er door het eetprobleem een gewichtsprobleem ontstaan (overgewicht en ondergewicht zijn mogelijk). Daarnaast kunnen er medische problemen optreden door ondervoeding, purgeergedrag en/of eetbuien. 

    Meer info 

  • Wat is het verschil tussen eetstoornissen bij mannen en vrouwen?

    De gelijkenissen zijn talrijker dan de verschillen. Compensatiegedrag bij mannen uit zich vaker in extreem sporten. Lichaamsontevredenheid bij mannen gaat vaak over gespierder willen zijn, en dat vertaalt zich ook in de symptomen van de eetstoornis. Maar dezelfde diagnoses komen voor bij mannen en vrouwen, en dezelfde risicofactoren spelen een rol. In verhouding is er veel meer wetenschappelijk onderzoek naar eetstoornissen bij meisjes en vrouwen (een steekproef van een studie bestaat vaak enkel of grotendeels uit meisjes), waardoor vergelijkingsmateriaal beperkt is. Er is nood aan meer onderzoek bij jongens en mannen, en dit kan misschien in de toekomst verschillen blootleggen die we nu nog niet kennen. 

    Daarbij zijn er ook geslachtsverschillen per eetstoornis. Zo komen AN en BN ongeveer 10 keer vaker voor bij meisjes. Maar de eetbuistoornis komt ongeveer dubbel zo vaak voor bij meisjes als bij jongens. Het geslachtsverschil is bij de eetbuistoornis dus minder groot. 

    Ook zien we bij kinderen met een eetprobleem (bv. AN met een vroege aanvangsleeftijd) niet zo’n opvallend verschil tussen jongens en meisjes. 

    Meer info 

  • Wat is de beharing die voorkomt bij mensen met ernstig ondergewicht? 

    Donshaartjes (lanugo) komen vooral voor bij een langdurig en extreem ondergewicht. Het is het type donshaar dat ook gezien wordt bij te vroeg geboren baby’s. Het heeft mogelijk de functie om warmte vast te houden. Door het grotere lichaamsoppervlak bij een ernstig ondergewicht gaat warmte bij anorexia nervosa sneller verloren dan normaal. Een mannelijk patroon van lichaamsbeharing bij vrouwen (hirsutisme) wordt vooral gezien bij een ernstig ondergewicht. Dit hangt waarschijnlijk samen met een relatief teveel aan mannelijke geslachtshormonen ten opzichte van  vrouwelijke geslachtshormonen, die sterk in concentratie verminderd zijn door de eetstoornis.

  • Kan iemand die wil verdikken, toch een eetstoornis hebben?

    Het ontkennen van angst om dikker te worden, sluit de diagnose ‘anorexia nervosa’ niet uit.  

    Veel patiënten weten dat ‘angst voor dik worden’ een kenmerk van de diagnose is. Daarom gaan zij deze angst soms ontkennen: “ik wil wel verdikken, ik vind me lelijk zo, maar toch lukt het me niet”. Dit kan dus een vorm van vermijdingsgedrag zijn. Soms verwijzen ze naar vage klachten van spijsvertering of abnormale stofwisseling. 

    Vaak blijkt dat die angst er wel degelijk is, zodra ze wat toenemen in gewicht. In de DSM-5 wordt verduidelijkt dat de angst om in gewicht toe te nemen niet expliciet aanwezig hoeft te zijn, maar ook kan blijken uit bv. gedrag dat gewichtstoename verhindert.

  • Heeft iemand die weinig lust maar niet wil afvallen, ook een eetstoornis?

    Iemand die weinig lust maar niet wil afvallen, kan een eetstoornis hebben. Maar dit is niet altijd zo.

    Als iemand eenzijdig of weinig eet, kan dat verschillende oorzaken hebben:

    • slikangst
    • angst om nieuw of onbekend voedsel te proeven
    • negatieve ervaringen met bepaald voedsel
    • sterke overtuiging dat bepaald voedsel ongezond voor je is

    De voedselvermijding kan de groei en gezondheid onder druk zetten, en kan psychosociale gevolgen hebben (bv. depressieve gevoelens, niet meer deel kunnen nemen aan bepaalde sociale activiteiten). Dan kan de diagnose ‘vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis’ (een eetstoornis) van toepassing zijn.

  • Heeft een eetstoornis invloed op je concentratie?

    Bij langdurige anorexia nervosa met laag gewicht en ondervoeding kunnen neuropsychologische veranderingen optreden. Hoewel verder onderzoek nodig is rond wijzigingen in de hersenactiviteit, klagen patiënten met anorexia nervosa vaak over aandachts- en geheugenproblemen. Verder kan men vaak moeilijk omgaan met onzekerheden, is er een overmatige focus op details en weinig flexibiliteit in denken en doen.  Je hersenen hebben ook voeding nodig, dus is een herstel van gezonde voeding en gewicht hier de aangewezen aanpak. 

  • 2. Eetstoornissen - Risicofactoren

  • Kunnen personen met een goed zelfbeeld ook vatbaar zijn voor eetstoornissen?

    Een positief zelfbeeld is een beschermende factor voor het ontwikkelen van een eetstoornis. Dit betekent dat een positief zelfbeeld de invloed van risicofactoren kan verminderen.  

    Maar net zoals er niet één oorzaak is, is er ook niet één grote beschermende factor die iedereen kan beschermen. Andere beschermende factoren zijn onder andere mediaweerbaarheid en goede sociale relaties.  

    Meer info 

  • Is perfectionisme de oorzaak van eetstoornissen?

    Is perfectionisme de oorzaak van eetstoornissen? Personen die perfectionistisch zijn, kunnen kwetsbaarder zijn om een eetstoornis te ontwikkelen. Toch zit deze link complex in elkaar. Je kan een vrij gezonde vorm en dosis perfectionisme hebben, maar ook een ongezonde vorm van perfectionisme.

    Maar wat is perfectionisme, en wanneer wordt het schadelijk? Iemand die perfectionistisch is, stelt hoge doelen voor zichzelf. Op zich is dit geen slechte eigenschap. Want duidelijke doelen opstellen voor jezelf kan motiverend werken.

    Maar wanneer je zelfbeeld afhankelijk is van je succes, kan je in de problemen komen. Dan ga je jezelf kritisch beoordelen als je je doel niet bereikt. Of zelfs wanneer je dat doel niet ‘perfect’ hebt bereikt. Zo kan je angst krijgen om fouten te maken en constant twijfelen of je wel genoeg doet om je hoge doelen te bereiken.

    We spreken van positief perfectionisme wanneer het gericht is op het bereiken van doelen en daarvoor beloond te worden. Dit gedrag is gemotiveerd door prestatiegerichtheid.

    En we spreken van negatief perfectionisme als het bedoeld is om verwachte negatieve situaties te vermijden. Dit is gedrag vanuit faalangst en angst om negatief beoordeeld te worden.

    In het onderzoek is nog te weinig onderscheid gemaakt tussen deze vormen van perfectionisme en hun mogelijk verband met de ontwikkeling van eetstoornissen. 

    Meer info 

  • Is een eetstoornis genetisch bepaald?

    Er een samenwerking tussen persoonskenmerken en omgevingskenmerken in de ontwikkeling van een eetstoornis, dus tussen kwetsbaarheden (die deels genetisch kunnen zijn) en stressoren uit de omgeving. Dit is zo bij de meeste stoornissen. Onze genen bepalen dus niet alles. Er kan genetisch wel een bepaalde kwetsbaarheid of gevoeligheid zijn.  

    Meer info 

  • Hoe kan een eetstoornis zich ontwikkelen bij topsporters?

    Topsporters hebben dezelfde risicofactoren als niet-topsporters. Maar ze hebben daarbij nog een aantal risicofactoren die passen bij deze specifieke context.

    • Een omgeving die sterk focust op gewicht en uiterlijk
    • Gewicht zien als manier om te winnen of presteren
    • Angst om te falen en druk om te presteren

    Sporters in gewichtsklassen moeten vaak op korte tijd afvallen of bijkomen. Dit om in de ‘juiste’ gewichtsklasse te vallen voor een wedstrijd.

    Verder zijn er een aantal klassieke risicofactoren die sterker aanwezig kunnen zijn binnen de sportwereld:

    • Een sterkere focus op voeding
    • Een perfectionistische persoonlijkheid

    Er is een overlap tussen kenmerken van wat trainers zien als een ‘goede sporter’ en de risicofactoren voor een eetstoornis.  

    Meer info 

  • 3. Eetstoornissen - Behandeling en herstel

  • Wat kan je doen tegen reflux of ruminatie? 

    De spontane terugkeer van voedsel (ook bekend als ‘rumineren’ of ‘herkauwen’) kan het gevolg zijn van een storing van de sluitspier tussen slokdarm en maag. Er kan dan een terugvloeien (reflux) van de maaginhoud optreden na de maaltijd of als men neerligt. Dit is vaak een complicatie van veelvoudig braken, en het maagzuur kan de slokdarm ernstig aantasten. Bepaalde medicatie kan dit verminderen. Uiteraard is stoppen met braken de hoofdregel.  

  • Wat is het streefgewicht bij een eetstoornis met ondergewicht?

    Wat is het streefgewicht bij een eetstoornis met ondergewicht? Dat is geen exacte wetenschap. Het is belangrijk dat de patiënt een gewicht bereikt dat terug  binnen de gezonde grens  ligt. Dus bij volwassenen zou je naar BMI 20 kunnen streven. Maar als de BMI voor de eetstoornis hoger lag, kan het streefgewicht hoger liggen. 

    Bij jongeren is het belangrijk dat de normale groei en ontwikkeling  zich herstelt. Daarom houdt het streefgewicht rekening met de  groeicurven  (gewicht, lengte, BMI) vóór de eetstoornis, de leeftijd waarop de  puberteit  startte, en het huidige stadium van de puberteit.

    Ter vergelijking: sommige bronnen raden voor hormonaal herstel een BMI-percentiel tussen p14 en p39  aan. Terwijl anderen spreken over een BMI-percentiel tussen  p13 en p30.

    Aanvullend is het belangrijk om bij jongeren die nog groeien het streefgewicht  regelmatig aan te passen (elke 3 à 6 maanden). 

    Meer info 

  • Wat als menstruaties niet terugkeren na een ruime periode van gewichtsherstel?

    Het uitblijven van menstruaties kan verschillende redenen hebben: 

    • het gewicht kan toch nog te laag zijn; bij jongeren moeten we rekening houden met nog verdere groei, en los van de leeftijd speelt ook de  BMI vóór de eetstoornis een rol;  
    • mogelijk is er nog een onregelmatig of eenzijdig eetpatroon; 
    • mogelijk is er teveel aan sport of fysieke inspanning;  
    • ook psychische stressfactoren kunnen een rol spelen. 

    Naast deze inschatting van onderhoudende factoren van het uitblijven van de menstruatie, kan de arts of gynaecoloog een hormoononderzoek uitvoeren en nagaan of er in de eierstokken enige activiteit op gang komt. 

  • Wat als het gewicht van een patiënt met ondergewicht niet stijgt tijdens de behandeling?

    Een gezond gewicht bereiken is een behandeldoel bij een eetstoornis met ondergewicht. De snelheid van deze toename zal afhangen van de behandelcontext en de specifieke situatie van de patiënt. 

    Het proces van stofwisseling en verandering in gewicht zit complex in elkaar. De ene patiënt zal meer moeten eten dan de andere om dezelfde hoeveelheid gewicht te winnen. En er kan een periode zijn waarin het lichaam de extra calorieën omzet in warmte, waardoor gewichtstoename nog niet optreedt. 

    Eerst moet men natuurlijk zeker zijn dat er voldoende calorieën gegeten worden. Uiteraard speelt het verbruik door fysieke inspanning ook een rol. Vele patiënten onderschatten hun bewegingsdrang en neiging om voortdurend ‘bezig’ te zijn. Verder kan er ook sprake zijn van (stiekem) braken of het gebruik van laxeermiddelen.  

    Bij de behandeling van een eetstoornis is het belangrijk een arts te betrekken. Deze kan de gezondheid van de patiënt opvolgen en nagaan of er medische problemen zijn die ‘energie’ vragen en gewichtstoename belemmeren.  

    Het niet bereiken van een gewenste gewichtstoename kan betekenen dat er intensievere zorg nodig is. Heel wat ambulante behandelaars maken vooraf concrete afspraken met hun patiënt rond gewicht en purgeergedrag om een ambulante behandeling te volgen.   

    Als er bezorgdheid is rond het verloop van de behandeling, bij de patiënt zelf, het gezin, of leden van het behandelteam, is het goed dit te bespreken met de behandelaar of het team.  

  • Wanneer vermindert de zwelling van speekselklieren en gezicht? 

    Normaal verdwijnt de zwelling van de speekselklieren een week na het stoppen met braken en eetbuien. Dit kan soms langer duren.

    Let echter op:  na het stoppen van braken kan zich tijdelijk een vochtophoping voordoen (oedeem) in het gelaat ’s morgens bij het opstaan. ’s Avonds kan dit bij de benen opduiken. Dit heeft te maken met een verandering in de vochtbalans van het lichaam. Door het regelmatig braken (of laxeren) is er vochtverlies opgetreden zodat het lichaam daarna veel water opslorpt om het evenwicht te herstellen. Daarom kan het gewicht hierdoor in enkele dagen sterk toenemen, maar dat verdwijnt meestal spontaan.

     Neem zeker geen vochtafdrijvende middelen. Bij ernstig of blijvend oedeem kan de huisarts aanraden om  enige tijd  de vochtinname te beperken en een zoutarme voeding te nemen. De huisarts volgt dan ook de bloedwaarden op (bv. natrium en kalium).  

     Meer info 

  • Vanaf welk BMI is opname nodig bij een eetstoornis?

    Vanaf welk BMI is opname nodig bij een eetstoornis? Hoewel de BMI een belangrijke parameter is, houdt de behandelaar ook rekening met de snelheid en manier van gewichtsverlies.

    Voorbeeld: iemand kan lang op BMI 16 staan en enig evenwicht bereikt hebben. Dit is minder risicovol dan iemand die op BMI 16 terecht is gekomen door heel snel te vermageren.

    Bovendien verhoogt purgeergedrag (braken, laxeer- of plasmiddelen gebruiken) het risico, los van gewicht. 

    In de praktijk

    • Iemand met BMI lager dan 16 krijgt vaak het advies om fysieke inspanningen te beperken (sport, fietsen, turnen) 
    • BMI 15 is vaak een ondergrens voor ambulante therapie (of percentiel 30 bij onvolgroeide jongeren). 
    • Maar BMI en lichamelijke gezondheid zijn niet de enige factoren die meespelen in een opname.

    Meer Info 

  • Moet een patiënt met een eetstoornis en ondergewicht eerst bijkomen voor psychotherapie kan starten?

    Ernstig ondergewicht kan gepaard gaan met meer striktheid en een afgevlakte stemming. Dit kan het werken rond de oorzaken van de eetstoornis moeilijker maken in therapie.

    Toch zijn psychotherapie en werken aan gewicht geen aparte stukjes. Bij de behandeling van een eetstoornis wordt zowel gewerkt rond een gezond gewicht als rond oorzaken en factoren die de eetstoornis in stand houden. Motiverend werken aan de angst voor toename in gewicht is ook een psychologisch aspect van de behandeling.  

    Meer info 

  • Hoe ga je om met lijngedrag in de familie tijdens de behandeling van een eetstoornis?

    Versterk de patiënt

    • Focus op de eigen motivatie van de patiënt en koppel die los van het proces van andere gezinsleden.
    • Werk aan het eigen probleemoplossend vermogen, wie kan mij bij wat helpen? Is het lijnende gezinslid een gezonde referentie m.b.t. tot eetgedrag?…
    • Zoek naar andere rolmodellen en steunfiguren in het ondersteunen van eetgedrag. 
    • Het is belangrijk dat het gezinslid de rol van mama, papa, broer, zus,… kan blijven opnemen op andere vlakken dan eetgedrag. 

    Versterk het gezin

    •  Creëer een open gesprek waarbij de bezorgdheden van de patiënt rond het eetgedrag van het gezinslid aan bod komt.
    • Het gesprek gebeurt in bijzijn van het gezinslid, zonder het gezinslid te beschuldigen of te beoordelen (bv. ‘maak jij je soms zorgen dat je gezinslid zelf een eetprobleem zou hebben? wanneer maak jij je daar zorgen over? sinds wanneer? is dat veranderd sinds…? heeft dat invloed op je eigen eetgedrag?’)
    • Peil naar begrip bij het gezinslid rond deze bezorgdheid (bv. ‘begrijp jij waarom hij/zij zich zorgen maakt? kan jij haar geruststellen denk je? wat denk jij dat moeilijk is voor hem/ haar?’) 
    • Essentieel is dat gezinsleden zich bewust worden van de effecten van het eigen gedrag (bv. lijnen) op het herstelproces van de patiënt.
    • Mogelijk zou bepaald eetgedrag van een gezinslid geen enkel probleem zijn bij iemand zonder een eetprobleem, maar voor iemand die leeft met een eetstoornis kan dit wel moeilijk zijn.
    • Psycho-educatie is belangrijk.
    • Tenslotte zal het aan de gezinsleden zelf zijn om uit te maken welke aanpassing zij zouden kunnen doen om het herstelproces van hun gezinslid met een eetstoornis te ondersteunen. Afhankelijk hiervan kan versterkend werken met de patiënt, belangrijker worden. 

    Meer info 

  • Heel wat patiënten zijn bang voor opname. Wat helpt om die drempel te verminderen?

    Een opname wordt vaak gezien als laatste kans of noodmaatregel. Dat is het niet. Een opname kan tijdelijk deel uitmaken van het behandeltraject.

    Er kunnen momenten zijn dat een opname het meest verantwoord en minst risicovol is. Verder wordt opname niet enkel overwogen vanuit medische redenen, maar ook om de patiënt of het gezin een periode tot rust te laten komen of om de betrokkene een duwtje in de rug te geven. Onderdompelen in een ‘bad’ van behandeling kan snelle verandering geven.  

    Heel wat ambulante behandelaars maken vooraf afspraken rond wanneer opname aangewezen is. Dit betekent dat de patiënt en het gezin op de hoogte zijn van de redenen tot opname en mee verantwoordelijkheid dragen deze stap te zetten wanneer de situatie het vraagt.  

    Ook hier blijven de klassieke ingrediënten van motivatie belangrijk:

    • Uitleg geven waarom deze stap nodig is
    • Waar mogelijk keuze geven in behandelcentra
    • Betrokken blijven, de hulpverleningsrelatie hoeft niet te stoppen door de opname. Na de opname kan ambulante begeleiding verdergaan.

  • Bestaat er iets om dikkere speekselklieren weg te krijgen bij boulimia nervosa?

    Het zwellen van de speekselklieren bij een eetstoornis is bekend. Het is een meestal pijnloze verdikking te merken of voelen voor beide oren of aan de onderkaak. Het is meestal gekoppeld aan het braken.  Als het braken stopt, verdwijnt de zwelling langzaam en meestal volledig. Een specifiek medicijn bestaat niet.  

  • 4. Overgewicht en ondergewicht

  • Zijn crashdiëten  slecht?

    Er is een algemene regel: crashdiëten werken niet! Integendeel, je wordt er op lange termijn net zwaarder door. Dat hebben verschillende onderzoekers al uitgebreid aangetoond. Hoe komt dit? Met een crashdieet ga je veel minder energie opnemen dan je nodig hebt. Je valt hier in het begin door af, maar je lichaam wil je beschermen tegen te veel gewichtsverlies. De beschermingsreactie bestaat eruit dat je lichaam  minder gaat verbruiken. Als je dan na je crashdieet (gelukkig) terug normaal begint te eten, staat je lichaam nog steeds in ‘spaarstand’, en je slaat calorieën nu veel sneller op in vet. Resultaat: je komt bij in plaats van af te vallen. 

    Vraag jezelf ook eens af waarom je zo’n dieet wil volgen. Is het om te beantwoorden aan een schoonheidsideaal? Om meer te lijken op de modellen in de blaadjes? De meeste vrouwen zijn zwaarder dan deze modellen, en de foto’s zijn bewerkt om er ‘beter’ uit te zien. Vergelijk je niet met deze voorbeelden. Mensen bestaan in alle maten en kleuren, en deze diversiteit maakt de wereld mooier. 

     Meer info 

  • Wie loopt risico om overgewicht te ontwikkelen?

    Er zijn verschillende factoren die het risico op overgewicht bepalen.

    • genetische verschillen
    • medische aandoeningen
    • medicatiegebruik
    • leefstijl

    Een gezonde leefstijl is meer dan ‘gezonde’ voeding eten en veel bewegen. Het gaat ook over op regelmatige tijdstippen eten, minder lang stilzitten, voldoende slapen, rust en ontspanning inbouwen, ons goed voelen in ons eigen lichaam, onze omgang met alcohol en medicatie… Bovendien zijn extremen nooit goed: té gezond, té actief…. Ontspannen omgaan met eten en bewegen is ook belangrijk om gezond te blijven. 

    Ook zijn er heel wat omstandigheden die het moeilijk kunnen maken om een gezonde leefstijl op te bouwen of vast te houden. Zo bepaalt onze eetstijl mee ons eetgedrag: 

    • Sommige personen voelen zich vaak angstig of verdrietig en zoeken troost in eten.
    • Anderen voelen meer verleiding door lekkere smaken en geuren die op ons afgestuurd worden, zoals in de winkel, via reclame, op feestjes, …
    • Soms proberen mensen krampachtig op hun voeding te letten, en krijgen net daardoor verstoord eetgedrag en een hoger gewicht. 

    Meer en meer wijst men ook op het belang van de context waarin we leven: sommige personen leven in gezinnen waar dringende bezorgdheden de overhand halen op doelen rond leefstijl, bijvoorbeeld in gezinnen waar er veel stress is, door persoonlijke of economische omstandigheden.  Ook onze fysieke leefomgeving kan het makkelijker maken om gezond te leven of net moeilijker. Woon je bijvoorbeeld in een groene omgeving waar je naar hartelust kan wandelen en veilig kan fietsen, of in een drukke stad?

  • Wat zijn handvatten voor de behandeling van overgewicht bij personen met een mentale beperking?

    Overgewicht bij personen met een mentale beperking komt vaker voor. Maar het onderzoek naar factoren en behandeling is beperkt. 
     
    Je kan dezelfde basis gebruiken voor behandeling als bij de algemene populatie. Focus dus op eetgedrag, beweging en gedragstherapie. Verder kan je het taalgebruik aanpassen aan het begripsniveau van de persoon met een beperking. Concrete gedragsdoelen stem je af op de context waarin de persoon leeft.

    Maak de inhoud van de behandeling concreet en visueel. Help de persoon met een beperking om een duidelijke structuur op te bouwen. Zo kan je maaltijden voorspelbaar maken en eetmomenten inplannen tussen de dagelijkse activiteiten.

    De inhoud van de behandeling komt dus overeen met die voor de algemene populatie. Daarom kan je inspiratie vinden in de algemene protocollen rond behandeling van overgewicht.

    Tips om iets eenvoudig en concreet te maken kan je bijvoorbeeld vinden in protocollen voor kinderen (bv. protocollen van Caroline Braet). En via Sclera kan je zelf visualisaties en pictogrammen maken. 

    Meer info 

  • Wat is belang van bijsturen van medicatie na bariatrie? 

    Het lichaam verwerkt medicatie anders na bariatrische chirurgie. Daarom is het bijsturen van medicatie na bariatrie belangrijk.

    Sommige medicatie is oplosbaar in een zure omgeving zoals de maag. Andere medicatie lost op in een basische omgeving zoals de dunne darm. Afhankelijk van het type medicatie en de aard van de ingreep zal de werkzaamheid variëren. Bij lipofiele medicatie, waarbij samen met de verminderde vetmassa na bariatrie ook de halfwaardetijd vermindert, is er risico op toxiciteit als de dosis hetzelfde blijft. 

    Er gebeurt veel onderzoek naar de effecten van medicatie na bariatrie:

    • Tricyclische antidepressiva en SSRI’s werken minder goed. En depressieve klachten kunnen toenemen.
    • Hormonale anticonceptie (bv. “de pil”) werkt minder goed. Een barrièremethode (bv. condoom) is dan een veiligere bescherming tegen zwangerschap.
    • De werking van metformine bij diabetes type 2 heeft een verhoogde werking.
    • NSAID’s (ontstekingsremmers) verhogen het risico op maagzweren bij mensen die bariatrie ondergaan.

    Wanneer het lichaam de medicatie minder goed absorbeert na een malabsorptie-ingreep, geef je frequentere kleine dosissen dan langwerkende varianten. 

    Meer info 

  • Wat als je te mager bent, zonder een eetstoornis te hebben?

    Sommige mensen zijn tenger gebouwd, en volgen een groeicurve die licht onder de normale grenzen valt. Als je een goede eetlust hebt, voldoende en gevarieerd eet, je fit voelt, geen gezondheidsproblemen hebt en je groei en ontwikkeling normaal verlopen, hoeft dit geen reden te zijn tot bezorgdheid. Een plotse daling in je curve (doordat je gewicht daalt of doordat je minder bijkomt dan verwacht wordt in een normaal groeiproces), op elk gewicht, moet steeds onderzocht worden. Zo zijn er naast psychologische oorzaken (bv. eetstoornis, depressie…) ook lichamelijke problemen die ondergewicht of gewichtsafname kunnen geven, bv. hormonale problemen of infecties. 

    Wanneer je in een groeiperiode zit, kan je snel groeien terwijl je gewicht nog even achterop blijft. Maar na enige tijd moet je gewicht ook omhoog. Anders zal je groei afremmen en zelfs stoppen. Het is belangrijk om een te laag gewicht serieus te nemen. De samenstelling van je voeding kan een rol spelen: is deze voldoende evenwichtig en calorierijk? Je lichaam in volle groei heeft veel energie nodig. De samenstelling van je voeding kan je met een diëtist bespreken. 

    Daarnaast moet je als meisje regelmatig menstrueren. Bij een te laag gewicht worden er te weinig vrouwelijke hormonen aangemaakt en kan je stoornissen in de menstruatie krijgen. Menstrueer je niet, dan moet dit verder onderzocht worden (let op: een maandelijkse bloeding dankzij “de pil” zegt niets over je natuurlijke cyclus). Bovendien zullen je vrouwelijke vormen (borsten) minder ontwikkelen. Ook kunnen afwijkingen in je botten optreden. Kortom, neem dit ernstig en laat het de volgende 6 maanden goed opvolgen door je huisarts. Je kan ook advies vragen aan de arts van het CLB van je school, die met de gegevens van vroegere medische onderzoeken kan nagaan hoe je groei verloopt.  

    Meer info

  • Waarom moeten we aandacht besteden aan obesitas bij kinderen? 

    Behandeling van obesitas bij kinderen is belangrijk. Zowel voor de gezondheid en het welzijn van het kind nu, als voor de gezondheid van de volwassene later.

    Obesitas behandelen betekent niet dat het kind ‘op dieet’ gaat. Maar wel dat we de oorzaken van obesitas in kaart brengen. En dat we kind en gezin ondersteunen in het opbouwen en behouden van een gezonde leefstijl. Daarnaast is een goede opvolging van groei en gezondheid essentieel.

    Kinderen met obesitas zijn kwetsbaarder. Ze zijn vaak sneller moe, blijven soms achter bij sport en spel, en ondervinden vaker pesterijen door leeftijdsgenoten. Dit heeft een grote impact op het zelfbeeld en welbevinden. 

    Daarnaast lopen kinderen met obesitas meer risico om een eetstoornis te ontwikkelen. Factoren die hierbij meespelen zijn een focus op gewicht en uiterlijk, wat kan leiden tot zelfstigma en stigma vanuit de omgeving. 

    Bij de preventie en aanpak van obesitas is het dus belangrijk om versterkend te werken om het risico op eetstoornissen en andere psychische problemen te verminderen.  

    Meer info 

  • Waarom focussen op gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten?

    Bij preventie en behandeling van eetstoornissen en gewichtsproblemen ligt de focus op een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten. We vatten ontspannen omgaan met eten samen met de term ‘eetcompetentie’.

    • ontspannen eten
    • voldoende eten
    • gevarieerd eten
    • luisteren naar honger en verzadigingssignalen

    Dus waarom de nadruk op eetcompetenties en een gezonde leefstijl? Wat is er mis met een focus op afvallen? Het risico bestaat dat mensen met overgewicht een negatief lichaamsbeeld ontwikkelen. En ongezonde methodes gebruiken om hun gewicht te verminderen. Dit kan het risico op verstoord eetgedrag verhogen (bv. eetbuien).

    Bijvoorbeeld, iemand start de dag vol motivatie om minder (of niet) te eten. Zin in eten en honger bouwt op doorheen de dag. Na een drukke werkdag komt deze persoon uitgehongerd thuis. Drukte en stress zorgen voor minder zelfcontrole later op de dag, dit is volledig normaal. Alle remmen gaan los, al het eten moet op. Daarna volgen negatieve gevoelens, alsof deze persoon sterker had moeten zijn. Maar uiteraard heeft het lichaam voedsel en zelfzorg nodig om goed te kunnen functioneren. Een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten vormt de basis voor een goede gezondheid.

    Bovendien tonen studies aan dat streng lijngedrag (voedingsmiddelen van het menu schrappen, weinig eten, maaltijden overslaan) niet effectief is op lange termijn. Wie snel afvalt, komt uiteindelijk terug bij. Inderdaad, het jojo-effect bestaat. Meer dan 90% weegt na 10 jaar meer dan voor de afvalpoging. Zo blijft de vicieuze cirkel draaien.

    Gewicht is minder controleerbaar dan we willen geloven. Maar een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten is een vaardigheid die mensen kunnen aanleren. Daarom kiezen we voor een aanpak die op lange termijn zorgt voor een goede gezondheid, op mentaal en lichamelijk vlak. Deze aanpak kan ook, in een rustig tempo, enkele kilo’s verschil geven op de weegschaal. Maar ook zonder gewichtsverlies kunnen de meeste mensen zo een betere gezondheid bereiken.

    Meer info 

  • Hoe val je op een gezonde manier af?

    Kamp je met overgewicht, en wil je hier graag iets aan doen? Doe dit dan op een gezonde manier. Eet op regelmatige tijdstippen, ontbijt, eet veel groenten en fruit, drink water als dorstlesser, varieer in wat je eet. Wees matig met snoep, chips en frisdrank, maar schrap ze ook niet uit je menu. Dan krijg je er alleen maar méér zin in. Let ook op je beweging. Je hoeft daarvoor niet elke dag naar een sportclub te gaan. Maak eens een wandeling, neem vaker de fiets als je iemand een bezoekje brengt, help wat in het huishouden, zit niet te lang achter de televisie of de computer. Tips rond gezonde voeding en beweging vind je op de website van het Vlaams Instituut Gezond Leven (www.gezondleven.be). Wil je hulp van iemand die je kan begeleiden in gezond afvallen? Praat er eens over met je huisarts. Die kan je advies geven of je in contact brengen met een hulpverlener. Ook Eetexpert kan hulpverleners in je buurt zoeken.  

    Meer info 

  • Hoe vaak komt obesitas voor? 

    Ongeveer de helft van de volwassen Belgen heeft een gewicht boven de normale grenzen: ongeveer 1/3 heeft overgewicht (BMI tussen 25 en 30; meer mannen dan vrouwen) en 1/6 obesitas (BMI van 30 of meer; evenveel mannen als vrouwen). De huisarts stelt dit vast a.d.h.v. de BMI score, maar bekijkt ook de lichaamssamenstelling en gezondheid. 

    Ongeveer 1 op 5 Vlaamse jongeren heeft een gewicht boven de normale grenzen voor hun leeftijd en geslacht: 16% heeft overgewicht en 5% obesitas. Bij kinderen en jongeren stelt de huisarts overgewicht of obesitas vast met groeicurves. Omdat zij nog niet volgroeid zijn, zijn de BMI-grenzen anders vóór de leeftijd van 18 jaar. De huisarts bekijkt per kind of de verhouding van gewicht en lengte normaal zijn voor hun leeftijd en geslacht. 

    Meer info 

  • 5. Vruchtbaarheid en zwangerschap

  • Wat zijn de gevolgen van een eetstoornis voor de zwangerschap?

    Een goede voedingstoestand van de moeder is belangrijk voor de ontwikkeling van de ongeboren baby. Daarom zijn er mogelijke risico’s voor moeder en kind wanneer men een eetstoornis doormaakt tijdens de zwangerschap. Voorbeelden zijn verstoorde bloedwaarden, groeivertraging, miskramen en problemen in de verdere ontwikkeling van het kind.

    Een moeilijke relatie met voeding en gewicht kan ook moeilijkheden geven in het aanvoelen van de voedingsnoden van het kind. We adviseren om eerst voldoende te herstellen van de eetstoornis. En pas daarna kinderen te krijgen. 

    Wie een eetstoornis heeft en zwanger is, laat zich best goed begeleiden tijdens de zwangerschap. En de eetstoornis (verder) te laten behandelen. Sommige vrouwen ervaren tijdelijk een verbetering in eetgedrag als ze zwanger zijn. Dit kan vanuit de bezorgdheid voor hun kind zijn. Maar de denkpatronen rond eten en het eigen lichaam blijven bestaan. Na de bevalling kan het verstoorde eetgedrag weer erger worden. De stress en vermoeidheid die het jonge moederschap met zich meebrengt kan de eetstoornis weer doen terugkomen.

    Vrouwen die een eetstoornis (gehad) hebben, lopen meer risico op depressieve klachten na de bevalling. Blijf dus alert voor signalen van psychische moeilijkheden of een eetstoornis, en schakel hulp in. 

    Meer info 

  • Kan je vegetarisch of veganistisch zijn met een eetstoornis? 

    Kan je vegetarisch of veganistisch zijn als je een eetstoornis hebt? In principe wel. Maar het is belangrijk om te achterhalen waarvan de motivatie komt.

    Vaak eten personen met een eetstoornis op deze manier omdat ze denken hierdoor af te vallen. Ze eten vaak minder grote porties en minder gevarieerd in vergelijking met vegetariërs die geen eetstoornis hebben.

    Bij behandeling kan dus gewerkt worden aan portiegrootte en variatie. Hierdoor kan de patiënt het niet gebruiken als methode om af te vallen.  Maar het kan een persoonlijke keuze blijven vanuit bijvoorbeeld ethische overtuigingen.

    Meer info 

  • Hoeveel mag je bijkomen tijdens de zwangerschap?

    Hoewel elke vrouw bijkomt tijdens haar zwangerschap, is het belangrijk om stil te staan bij het gewicht voor de zwangerschap. Want dit bepaalt mee hoeveel gewicht je kan bijkomen tijdens de zwangerschap.

    • Vrouwen die een te laag gewicht hebben lopen meer risico op tekorten in het lichaam.
    • Ook een te hoog gewicht houdt risico’s in voor moeder en kind.
    • Een te sterke of plotse toename in gewicht tijdens de zwangerschap houdt risico’s in voor moeder en kind.

     BMI voor de zwangerschap  Aanbevolen toename in gewicht tijdens zwangerschap 
    BMI < 18,5  12,5 – 18 kg 
    BMI 18,5 – 24,9  11,5 – 16 kg 
    BMI 25 – 29,9  11,5 – 16 kg 
    BMI > 30  7 – 11,5 kg 
    BMI > 30  5 – 9 kg 
    Aanbevolen toename in gewicht tijdens zwangerschap volgens BMI

    Vooral de lagere toename in gewicht bij vrouwen met overgewicht moet op een gezonde en evenwichtige manier bereikt worden. Dus niet door een te eenzijdige of caloriearme voeding. Tijdens de zwangerschap is een gezonde leefstijl dus extra belangrijk.

    Tips voor de arts (huisarts, gynaecoloog) 

    Een gesprek rond gewicht kan gestart worden met behulp van de 5 A’s, een geheugensteuntje voor de volgende stappen: ask, assess, advise, agree en assist. Omdat de 5 A’s werden aangepast voor zwangere vrouwen vermelden we ze hier:

    1. Ask: Eerst vraag je toestemming om het gewicht te bespreken. 
    2. Assess:  Daarna breng je mogelijke oorzaken van een afwijkende toename in gewicht in kaart. 
    3. Advise:  Geef ook advies rond de risico’s van afwijkende toename in gewicht tijdens de zwangerschap en rond de manieren om dit te controleren. 
    4. Agree:  Bereik vervolgens overeenstemming rond een realistisch plan om gezond gedrag te stellen. 
    5. Assist:  Ondersteun tenslotte vrouwen in het opnoemen van barrières en hulpmiddelen, en geef informatie. Zorg ook voor een goede doorverwijzing en follow-up. 

    Basisprincipes

    Ten eerste moet een gesprek rond toename in gewicht tijdens de zwangerschap plaatsvinden met elke vrouw die zwanger is of probeert te worden. Want een gezonde toename in gewicht tijdens de zwangerschap is belangrijk voor gezondheid en welzijn van moeder én kind. 

    Ten tweede betekent vroegtijdig actie ondernemen dat oorzaken en barrières bespreekbaar moeten zijn. Want overtuigingen rond gezondheid en zwangerschap kunnen een sterke invloed hebben op de toename in gewicht tijdens de zwangerschap. 

    Tenslotte zijn bereikbare doelstellingen verschillend voor elke vrouw.  Dus een persoonlijke aanpak is essentieel.

    Meer info 

  • Heeft een eetstoornis impact op vruchtbaarheid?

    In het algemeen zijn de concentraties geslachtshormonen lager bij ondervoeding (minder oestrogenen bij vrouwen, minder testosteron bij mannen). Dit heeft invloed op de geslachtskenmerken. Bij vrouwen worden de baarmoeder en eierstokken kleiner, bij mannen de teelballen. Het libido vermindert, en bij mannen kunnen erectiestoornissen ontstaan, en problemen met zaadlozing. Verder is er voldoende vetweefsel nodig om te menstrueren. Personen die een eetstoornis hebben of gehad hebben, hebben dus vaker vruchtbaarheidsproblemen, en ondervoeding kan in ernstige gevallen leiden tot onvruchtbaarheid.   

    Anderzijds is het mogelijk dat iemand die al een tijdlang geen menstruatie heeft, toch tijdelijk een eisprong heeft. Het blijft dus belangrijk je te beschermen tegen zwangerschap.  

  • 6. Vegetarisme

  • Wat als een kind vegetarisch wil eten?

    Basisprincipes:

    • het is belangrijk om nog steeds melkproducten en eieren te eten (veganisme wordt afgeraden bij kinderen)
    • een evenwichtige, volwaardige voeding is de kern voor een goede groei en ontwikkeling, ook bij een vegetarisch eetpatroon. 

    Begeleiding door een diëtist om zo’n volwaardige, gevarieerde voeding bij het kind te verzekeren kan een zinvolle stap zijn. 

    Het is ook zinvol om de relatie met eten hierin mee te nemen, waarbij er een evenwicht is tussen

    • ontspannen omgaan met eten en voedingskeuzes (genieten van wat je eet)
    • een zekere mate van controle (regelmatig eetpatroon met hoofdmaaltijden en tussendoortjes, afstemming op honger en verzadiging)

    Vanuit eetstoornispreventie is het zinvol om te bevragen waarom het kind een vegetarisch eetpatroon verkiest.

    • gaat het om ethische redenen zoals dierenleed, klimaat, …?
    • of denkt het kind hierdoor af te vallen?

    Als het kind gemotiveerd is om vegetarisch te eten omdat hij of zij denkt hierdoor af te vallen, zal verder doorgevraagd moeten worden. Waarom denkt het kind te moeten afvallen? Is er sprake van overgewicht? Bijkomende begeleiding kan nodig zijn.

    Meer info 

  • 7. Wat kan je doen?

  • Wat kan je doen als je bezorgd bent over het gewicht van je kind?

    Als je bezorgd bent over het gewicht van je kind, kan je in gesprek gaan met de huisarts of kinderarts. Of je kan met het CLB praten. Zo kan je samen met hen bekijken of er reden tot bezorgdheid is.

    Zij kunnen het gewicht van je kind in een groeiperspectief plaatsen. En zullen je geruststellen, adviseren of doorverwijzen indien hulp nodig blijkt.  

    • Waar situeert je kind zich in verhouding tot leeftijdgenoten?
    • Volgt je kind de eigen curve of is er een plotse stijging of daling in de curve?

    Wat kan je thuis doen? Thuis doe je alles zo normaal mogelijk. Leg geen focus op de bezorgdheid rond het gewicht van je kind. Een valkuil is om meer controle te leggen op het eetgedrag van je kind (druk leggen om meer of minder te eten, voedingsmiddelen verbieden). Maak geen opmerkingen rond gewicht. Gewicht is maar een stukje van gezondheid.

    Blijf inzetten op een gezonde leefstijl, nieuwe groenten en fruit proeven, leuk bewegen, en dit voor heel het gezin (ook je andere kinderen).

    Meer info 

  • Wat kan je als ouder doen als je kind een eetprobleem heeft?

    Toon in de eerste plaats begrip, dit om het schaamtegevoel van het kind niet te versterken. Ga niet in discussie over de aan- of afwezigheid van het eetprobleem. Benoem concreet wat je bezorgd maakt, en spreek vanuit jezelf (ik-boodschappen). Dit kan helpen om samen de stap te zetten naar  een deskundige hulpverlener. 

    Verder blijf je in de eerste plaats ouder van je kind. Hou de dingen vast die je kind en je gezin sterk maken. Eet rustig in familieverband. Doe leuke activiteiten samen. Benoem wat je kind kan en goed aanpakt. Stimuleer je kind om zijn hobby’s en activiteiten met vrienden te doen.  

    Meer info 

  • Hoe kunnen ouders websites blokkeren die eetstoornissen promoten? 

    Het verschijnsel van ‘pro-ana-sites’ is al jaren bekend en onderwerp van discussie bij beleidsmensen en experten.

    Je kan niet zomaar websites blokkeren die eetstoornissen promoten:

    • Er is weinig wettelijke grond voor een verbod
    • Het is een internationaal fenomeen
    • Een verbod kan de nieuwsgierigheid bij jongeren juist extra aanwakkeren

    Jongeren die gevoelig zijn voor bepaalde invloeden, zullen steeds via allerlei media (Facebook, Youtube, via vrienden, Instagram, TikTok) in contact komen met informatie die nadelige invloed kan hebben. Je kan kinderen hiervoor nooit compleet afschermen, ook al valt de ouderlijke bezorgdheid over ‘slechte invloeden’ goed te begrijpen.

    Zoals bij alle invloeden van populaire media en reclame zou het een goede zaak zijn als jongeren (en volwassenen) leren hier kritisch mee om te gaan en zich weerbaar op te stellen tegenover media-invloeden. Zowel thuis als op school kunnen ouders en leerkrachten hier een belangrijk voorbeeld in geven.

    Hoe kan je als ouder toezicht houden? Ontdek je van je kind dat hij/zij bepaalde websites bezoekt die je bezorgd maken, dan is het belangrijk dit bespreekbaar te maken in een sfeer van vertrouwen. Bezorgdheid wordt soms te snel wantrouwen en controle, wat het tegenovergestelde effect zou hebben.

    De belangrijkste aanbeveling is dus de bezorgdheid op een open wijze met je kind te bespreken. Voor andere concrete opvoedingstips in verband met een eetstoornis kan je een kijkje nemen bij de vereniging ANBN.