Zelfbeeld en lichaamsbeeld bij eet- en gewichtsproblemen

Zelfbeeld en lichaamsbeeld bij eet- en gewichtsproblemen

Prof. dr. Lien Goossens, UGent

Het lichaamsbeeld

Het zelfbeeld, de neiging om onszelf op een positieve of negatieve manier te beoordelen, is een dynamisch construct dat zich ontwikkelt vanaf de midden kindertijd (6 tot 12 jaar) en doorheen de levensloop kan blijven veranderen. Vanaf de midden kindertijd hebben kinderen namelijk de cognitieve en sociale vaardigheden ontwikkeld om zichzelf en eigen competenties te vergelijken met anderen (sociale vergelijking). Het zelfbeeld kan op verschillende domeinen ingeschat worden, namelijk op vlak van sportieve competenties, schoolse competenties, vriendschappen, fysieke verschijning, … . Deze domeinen spelen een rol in het algemeen gevoel van eigenwaarde.

Binnen dat globale zelfbeeld kan het lichaam een belangrijke rol spelen. De gedachten, gevoelens, en percepties die gelinkt zijn aan het lichaam worden samengevoegd tot een multidimensioneel concept: het lichaamsbeeld. Het lichaamsbeeld kan gericht zijn op het uiterlijk in het algemeen, een specifiek aspect (bv. gewicht of lichaamsvormen), of een lichaamsdeel. Het is normatief dat we niet (altijd) tevreden zijn met en/of onzeker zijn over ons lichaam, zeker bij vrouwen en in de adolescentie. Wanneer er echter te veel waarde of tijd geïnvesteerd wordt aan het uiterlijk (binnen de identiteit) wordt het risico op meer problematische gedragingen (bijvoorbeeld verstoord eetgedrag) groter. Overwaardering van het belang van gewicht en lichaamsvormen in hoe men zijn eigenwaarde inschat, is dan ook een risicofactor voor eetstoornissen (denk aan het bekende model van Fairburn, 2003).

Hoewel er jarenlang een onderzoeksfocus bestond naar lichaamsontevredenheid, is er recenter ook aparte aandacht voor een positief lichaamsbeeld. Een positief lichaamsbeeld is immers méér dan de afwezigheid van negatieve aspecten, en impliceert niet dat je tevreden moet zijn met alle lichaamskenmerken. Wood-Barcalow en collega’s (2010) beschrijven volgende zes unieke kenmerken van een positief lichaamsbeeld: 1) appreciatie voor de unieke schoonheid en de functies die het lichaam vervult, 2) aanvaarding en bewondering van alle aspecten van het lichaam, 3) zich mooi, comfortabel en zelfzeker voelen met het lichaam, 4) kijken naar de kracht van het lichaam en niet de imperfecties, 5) mindful connectie maken met de noden van het lichaam, en 6) inkomende informatie op een beschermende manier interpreteren, waarbij positieve informatie geïnternaliseerd wordt en negatieve informatie verworpen of herbeoordeeld wordt.

Longitudinale studies tonen aan dat lichaamsontevredenheid een rol kan spelen in het ontstaan of blijven bestaan van verstoord eetgedrag en eetstoornissen, overgewicht en obesitas, een laag zelfbeeld, depressieve symptomen, zelfbeschadiging, onveilige seksuele gedragingen, roken, en het gebruik van alcohol en drugs. Een positief lichaamsbeeld voorspelt dan weer optimisme, het aanvatten van fysieke activiteiten, een intuïtieve eetstijl, minder lijngedrag, minder gebruik van alcohol en sigaretten, en een verhoogd psychologisch welzijn op een later tijdstip. Bovendien blijkt een positief lichaamsbeeld (op populatieniveau) een beschermende factor te zijn voor eetstoornissen en obesitas.

Ontstaan en verloop van een negatief lichaamsbeeld

Er zijn verschillende modellen die  proberen te verklaren hoe een negatief lichaamsbeeld ontstaat (bv. Het ‘tripartite influence model’, de objectiveringstheorie en het cognitief-gedragsmatige model). In deze modellen komen een aantal belangrijke factoren naar voor, die ook handvatten kunnen geven voor de klinische praktijk. Socioculturele factoren zoals verwachtingen uit en vergelijking met vrienden, familie, en media kunnen ervoor zorgen dat een bepaald lichaamsbeeld geïnternaliseerd wordt (het eigen maken van een idee), wat dan kan leiden tot lichaamsontevredenheid en mogelijk problemen in eetgedrag (‘tripartite influence model’). Ook maatschappelijke factoren zoals seksuele objectivering van vrouwen en reductie van vrouwen tot hun lichaam kunnen ervoor zorgen dat er meer aandacht wordt geschonken aan uiterlijke dan innerlijke kenmerken, wat kan leiden tot lichaamsontevredenheid (objectiveringstheorie). Bovendien kunnen cognitieve en interpersoonlijke factoren, zoals leerprocessen, actuele gebeurtenissen, interpretaties, en de waarde die aan het lichaam gehecht wordt binnen de zelfevaluatie, voor lichaamsontevredenheid zorgen (cognitief-gedragsmatige model).

Lichaamsontevredenheid kan optreden in de kindertijd, jongvolwassenheid, of volwassenheid (voor zowel mannen als vrouwen). Lichaamsontevredenheid kent niet voor iedereen hetzelfde verloop doorheen de levensloop, er is heterogeniteit. Een longitudinale studie – vanaf de vroege adolescentie tot de volwassenheid – toonde aan dat het merendeel van de personen een stabiel verloop kent van ofwel een hoge of net een lage lichaamsontevredenheid, terwijl een minderheid een variërend verloop van lichaamsontevredenheid kent (bv. een toename in lichaamsontevredenheid in de adolescentie, die vervolgens terug afneemt in de (jong)volwassenheid – maar het kan ook andersom) (Wang et al., 2019). Daarbij is het opvallend dat de vroege adolescentie als een gevoelige periode fungeert. Lichaamsontevredenheid in de vroege adolescentie blijkt namelijk een vrij goede voorspeller te zijn van lichaamsontevredenheid later in de levensloop. Daarnaast zijn er enkele kritische perioden voor fluctuaties in het lichaamsbeeld bij volwassenen (bv. zwangerschap). Bovendien bleek uit diezelfde longitudinale studie dat een lager zelfbeeld, minder ouderlijke communicatie en zorg, meer lijngedrag bij leeftijdsgenoten, gepest worden omtrent gewicht en depressieve symptomen voorspellend zijn voor een (stabiele) hoge lichaamsontevredenheid doorheen de levensloop. Of een positief lichaamsbeeld hetzelfde ontwikkelingsverloop kent als lichaamsontevredenheid is echter onduidelijk uit deze studie, hiervoor is verder onderzoek nodig.

Preventie en behandeling

Uit voorgaande theorieën en bevindingen kunnen aangrijpingspunten voor preventieve acties en interventies ter bevordering van het lichaamsbeeld gehaald worden, zowel door het inzetten op intra- als interpersoonlijke factoren. Daarbij is het dus belangrijk om niet alleen op het niveau van het individu te werken, maar ook aandacht te hebben voor de omgeving (bv. rol van vrienden, ouders; ruimere omgeving zoals school, mediaboodschappen). Zo kan er bijvoorbeeld ingezet worden op het versterken van het zelfbeeld, verminderen van depressieve symptomen, en verbeteren van de kwaliteit van de ouder-kindinteractie. Jongeren kunnen ook versterkt worden in hoe ze kunnen reageren op gewichtsgerelateerd pestgedrag of op lijngedrag bij leeftijdsgenoten. Bovendien blijkt de late kindertijd en vroege adolescentie dé periode bij uitstek om jongeren een positief lichaamsbeeld te helpen ontwikkelen, en zo te werken aan preventie van lichaamsontevredenheid en verwante problemen in de toekomst.

Er zijn verschillende effectieve technieken die gepaard gaan met significante verbeteringen in het lichaamsbeeld. Voorbeelden zijn: discussiëren van de rol van cognities bij lichaamsbeeld; monitoring en herstructureren van cognities; veranderen van negatieve lichaamstaal; exposure-oefeningen en size estimate oefeningen. Maar ook inzetten op bv. stress-management en hervalpreventie blijkt relevant. Ook psycho-educatie geven rond de ontwikkeling van lichaamsbeeld en welke invloeden er zijn op ons lichaamsbeeld, kan zinvol zijn (Alleva en collega’s, 2015).

Verdiepende literatuur

Alleva, J. M., Sheeran, P., Webb, T. L., Martijn, C., & Miles, E. (2015). A meta-analytic review of stand-alone interventions to improve body image. PLoS ONE, 10(9), Article e0139177. https://doi.org/10.1371/journal.pone.0139177

Kusina, J. R., & Exline, J. J. (2019). Beyond body image: A systematic review of classroom-based interventions targeting body image of adolescents. Adolescent Research Review, 4, 293–311. https://doi.org/10.1007/s40894-019-00121-1

Wang, S. B., Haynos, A. F., Wall, M. M., Chen, C., Eisenberg, M. E., & Neumark-Sztainer, D. (2019). Fifteen-year prevalence, trajectories, and predictors of body dissatisfaction from adolescence to middle adulthood. Clinical Psychological Science, 7, 1403-1415. doi:10.1177/2167702619859331

Nuttige tools

Eetexpert ontwikkelde samen met Lien Goossens een fiche rond het ondersteunen van een positief lichaamsbeeld: je vindt deze hier.

Survey

Tevredenheidsbevraging

Wat vind jij van het Eetexpert aanbod? Jouw mening is belangrijk voor ons!

Doe mee aan de bevraging