(Prof. Dr. Laurence Claes, KU Leuven en UAntwerpen, i.s.m. team Eetexpert)
De NIAS (‘Nine-Item ARFID Screen’) is een screeningsinstrument voor de symptomen van ARFID. Deze vragenlijst laat toe personen met risico op ARFID te detecteren en te selecteren voor daaropvolgend diagnostisch onderzoek.
De NIAS is een oorspronkelijk Engelstalig instrument en werd intussen ook vertaald naar het Nederlands (Mulkens, Kroes, & Neimeijer, 2019). Laurence Claes en collega’s onderzochten de validiteit in een Vlaamse steekproef van 424 volwassenen (Claes, Smits, Vankerckhoven, Kiekens, & Luyckx, in prep). Deze studie toont aan dat de NIAS ook bij Vlaamse volwassenen drie dimensies onderscheidt:
De drie dimensies van de NIAS vertonen een sterke onderlinge samenhang. Zo hangt bv. een gebrek aan eetlust positief samen met de angst voor negatieve gevolgen van eten.
De vragenlijst is betrouwbaar gebleken voor het in kaart brengen van deze ARFID-dimensies binnen een volwassen populatie.
Binnen de volwassen populatie zijn duidelijke verschillen zichtbaar op basis van geslacht en leeftijd: Vrouwen scoren gemiddeld hoger op de NIAS dan mannen (wat afwijkt van het patroon bij kinderen, waar het vaak omgekeerd is). Volwassenen jonger dan 40 jaar scoren significant hoger op de NIAS dan personen van 40 jaar en ouder.
Er was ook een samenhang tussen de scores op de NIAS en gerapporteerde eetstoornissymptomatologie: zo hangen zowel de drang naar slankheid (drive for thinness) als lichaamsontevredenheid (body dissatisfaction) positief samen met de scores op de NIAS. Wel gaat het hierbij om een bevraging van lichaamsontevredenheid gerelateerde aan klassieke eetstoornissen (bv. brede heupen, dikke buik); maar kan niets gezegd worden over andere vormen van lichaamsontevredenheid (bv. zichzelf net te mager vinden). Om dit onderscheid scherp te krijgen, is verder onderzoek nodig.
Daarnaast werd ook een een negatief verband gevonden tussen hogere scores op de NIAS en BMI: een hogere score gaat vaker gepaard met een lager gewicht, zelfs wanneer er gecontroleerd wordt voor de klassieke eetstoornissymptomen. Dit betekent uiteraard niet dat iedereen met ARFID ook ondergewicht heeft.
Uit de valideringsstudie blijkt ook dat ARFID-symptomen vaak gepaard met comorbide psychische en lichamelijke klachten:
Tenslotte werden correlaties gevonden ARFID-symptomatologie en identiteitsontwikkeling en zelfbeeld.
Identiteitssynthese verwijst naar de mate waarin een persoon een samenhangend, stabiel en duidelijk gevoel van zichzelf heeft ontwikkeld. Mensen met een hoge identiteitssynthese weten doorgaans wie ze zijn, welke waarden ze belangrijk vinden, welke doelen ze nastreven en hoe verschillende aspecten van hun leven met elkaar verbonden zijn. Identiteitsverwarring verwijst dan weer naar onzekerheid of onduidelijkheid over wie men is en welke richting men in het leven wil uitgaan. De persoon ervaart moeilijkheden om verschillende rollen, overtuigingen en levenskeuzes te integreren tot een samenhangend zelfbeeld. Een hoge mate van identiteitssynthese gaat meestal samen met een lage mate van identiteitsverwarring, maar beide zijn niet noodzakelijk volledig tegengesteld. Iemand kan bijvoorbeeld een relatief duidelijk beeld hebben van bepaalde levensdomeinen (hoge synthese) en tegelijkertijd nog onzekerheid ervaren in andere domeinen (enige verwarring).
Hogere scores op de NIAS correleren positief met identiteitsverwarring en negatief met identiteitssynthese. Personen die meer ARFID-symptomen ervaren, hebben over het algemeen ook een negatiever zelfbeeld.
De NIAS lijkt een betrouwbaar screeningsinstrument om verschillende dimensies van ARFID-symptomatologie bij Vlaamse volwassenen in kaart te brengen. Tegelijkertijd tonen de resultaten aan dat ARFID-symptomen vaak samenhangen met andere psychische en lichamelijke klachten, eetstoornissymptomatologie en aspecten van zelfbeeld en identiteitsontwikkeling. Een verhoogde NIAS-score moet daarom steeds in een bredere klinische context worden geïnterpreteerd. Het zorgvuldig in kaart brengen van de onderliggende mechanismen en mogelijke comorbiditeiten is essentieel, omdat dit mee bepalen welke problematiek op de voorgrond staat en welke behandelstrategie en zorgprioriteiten aangewezen zijn.