Op 6 april 2022 ging in het Verenigd Koninkrijk een wet van kracht die stelt dat restaurants, take-aways en cafés (met meer dan 250 werknemers) verplicht zijn om de calorieën van niet-voorverpakte voedingsmiddelen en frisdranken op menukaarten te vermelden (=calorie-labeling). Dit in een poging om de “obesitasepidemie” een halt toe te roepen. De wet werd in het Verenigd Koninkrijk op zowel gejuich als felle kritiek onthaald. Volgens sommigen is het een goede tool in het gevecht tegen obesitas, anderen zijn bezorgd over de schadelijke neveneffecten voor o.a. personen met (risico op) een eetstoornis. Onder andere de Britse eetstoornisorganisatie BEAT sprak zich ferm tegen de nieuwe wet uit.
Naar aanleiding van deze nieuwe Britse wet, werd in de Vlaamse media de vraag gesteld of een dergelijke interventie in Vlaanderen wenselijk en nodig is, met ook hier uiteenlopende reacties en meningen. Een solide antwoord op deze vraag hangt zonder meer af van de wetenschappelijke onderbouw van dergelijke interventies. Dit vereist onder meer antwoorden op vragen als: Is er voldoende evidentie voor de effectiviteit en efficiëntie van de interventie? Wordt de juiste doelgroep bereikt? Zijn mogelijke schadelijke neveneffecten voldoende onderzocht? Sluit de interventie aan bij de huidige wetenschappelijk inzichten rond preventie van overgewicht en obesitas?
De nieuwe Britse wet werd onderbouwd door een impact assessment waarin relevante literatuur rond calorie-labeling werd opgenomen. Binnen het impact assessment worden verschillende soorten studies aangehaald zoals o.a. ‘gerandomiseerde gecontroleerde studies’ (RCT’s), waarin mensen binnen een labocontext worden gevraagd om gerechten te bestellen op basis van een menukaart, maar ook veldstudies in restaurants, fastfoodketens en cafetaria’s werden opgenomen in de onderbouwing van het rapport.
De resultaten van de vermelde studies met betrekking tot de effectiviteit van calorie-labeling zijn niet éénduidig: in de ene studie leidde het vermelden van calorieën op menukaarten tot een daling van het aantal geconsumeerde calorieën, in andere studies niet. Naast experimentele studies, werden ook systematische reviews en meta-analyses geraadpleegd, opnieuw zonder éénduidige resultaten. Ook in het impact assessment geeft men aan dat de resultaten uit de studies naar ‘calorie-labeling’ wisselend zijn en dat het niet zeker is of er werkelijk een effect is op de calorieconsumptie.
Daarnaast blijkt uit verschillende van de geraadpleegde studies dat niet iedereen de vermelding van calorieën op de menukaart opmerkt en dat van diegenen die het opmerken een minderheid de informatie ook werkelijk gebruikt. Slechts een beperkt aantal van de studies uit het impact assessment onderzocht wie al dan niet gebruik maakte van de calorievermelding en ook hier zijn de resultaten niet éénduidig. Eén studie toonde aan dat het vermelden van calorieën vooral een effect heeft bij mensen die minder gezondheidsbewust zijn (1). Uit een andere review bleek dan weer dat mensen die gebruik maakten van de calorievermelding vooral dieetbewuste vrouwen met hogere inkomens waren (2). Uit een andere studie bleek dat er in de conditie waarin calorieën vermeld werden minder calorieën besteld werden dan in de “no label”-conditie, maar dit effect werd voornamelijk gestuurd door deelnemers met een diagnose anorexia nervosa of boulimia nervosa (3). Zij bestelden in de ‘calorie label’ conditie minder calorieën in vergelijking met de ‘no label’ conditie. Voor deelnemers met een eetbuistoornis was het effect omgekeerd: zij bestelden meer calorieën in de ‘label’- dan in de ‘no label’- context. Bij deelnemers zonder eetstoornisdiagnose was er geen verschil tussen beide condities. Het is dus onduidelijk of de wenselijke doelgroep ook bereikt wordt met het vermelden van calorieën op menukaarten of dat daarentegen de maatregel vooral die mensen bereikt die al (te) bewust bezig zijn met voeding en calorieën.
Opvallend is ook dat bij de theoretische berekening van de winsten van de ingevoerde maatregel, rekening werd gehouden met een periode van 25 jaar waarin de calorie-inname systematisch lager zou liggen (zie p40 Impact assessment), maar langetermijneffecten werden binnen de vermelde empirische studies amper nagegaan. Uit één studie bleek dat deelnemers consequent minder calorieën aankochten voor de volledige lengte van de studie (10 maanden) (4). Bovendien zette dat effect zich ook door naar filialen waar geen calorieën vermeld werden: deelnemers die zowel in filialen waar calorieën vermeld werden als in filialen waar geen calorieën vermeld werden hun aankopen deden, kochten ook in de laatstgenoemde filialen minder calorieën.
Binnen de impact assessment wordt er ook maar beperkt rekening gehouden met de mogelijkheid dat mensen op een ander moment zouden compenseren voor de lagere calorie maaltijd. Men haalt aan dat de evidentie hiervoor niet éénduidig is (zie impact p41 impact assessment) en besluit daarom om dit niet mee te nemen. Opvallend dat men hier geen rekening mee hield, maar de maatregel rond calorievermelding wel weerhield, ook al waren ook daar de resultaten niet éénduidig.
Het impact assessment gaat zeer uitgebreid in op de mogelijke voordelen van het invoeren van calorie-labeling. Echter, schadelijke neveneffecten, zoals de ontwikkeling van verstoord eetgedrag of maladaptieve cognities rond eten, werden niet systematisch onderzocht. In het assessment wordt zeer kort ingegaan op de bezorgdheden hieromtrent, en ook hier geven de auteurs aan dat de beschikbare bewijsvoering zeer beperkt is. De beperkte studies die er zijn, zouden tegenstellende resultaten geven. Eén studie rapporteert dat deelnemers met een eetstoornis aanzienlijk minder calorieën bestelden bij een menu met calorie-labeling dan bij een menu zonder labeling (3). Een andere studie suggereert dat studenten met gewichtsproblemen meer geneigd zijn zich te laten beïnvloeden door voedsellabels dan studenten zonder gewichtsproblemen (5). Uit een studie van Larson e.a. (6) bleek dat het gebruik van menu-labeling leidde tot meer gewichtsgerelateerde zorgen en ongezonde strategieën voor gewichtsbeheersing. Daarnaast bleek uit onderzoek van Lillico et al. (7) dat bij mensen met een hoog risico voor eetstoornissen, geen significante verandering in de calorieconsumptie werd waargenomen als reactie op calorie-labeling. Ondanks de beperkte bewijsvoering omtrent mogelijke neveneffecten, zijn de auteurs van het assessment van mening dat de voordelen van calorie-labeling opwegen t.o.v. de nadelen.
De impact van calorie-labeling op het ontwikkelen of bevorderen van verstoord eetgedrag en eetstoornissen is te weinig bestudeerd. Toekomstig onderzoek naar de effectiviteit van menu-labeling zou de rol van verstoord eetgedrag, lichaamswaardering en iemands relatie met voedsel voor en na de interventie en gedurende langere perioden moeten onderzoeken.
In de studies die worden aangehaald in het Britse impact assessment werd dus op verschillende vlakken geen éénduidige evidentie gevonden die de maatregel ondersteunt. Bovendien is het onduidelijk in welke mate en op welke basis bepaalde evidentie vervolgens al dan niet werd meegenomen in de eindconclusie. Men geeft niet aan of en waarom bepaalde studies meer of minder hebben meegespeeld in de beslissing om uiteindelijk te beslissen dat calorie-labeling een effectieve en goede maatregel zou zijn. Door het ontbreken van een zoekstrategie en in- en exclusiecriteria is het bovendien onduidelijk op basis waarvan de geraadpleegde studies gekozen werden. Verschillende relevante systematische reviews (8-11) werden niet meegenomen in de analyse, het is onduidelijk waarom.
Ook in de resultaten uit de studies die verschenen zijn na het samenstellen van het impact assessment (2019), is er geen duidelijke lijn te trekken. Een zeer recente systematische review komt tot de conclusie dat er geen verschil is waar te nemen in aantal effectief geconsumeerde calorieën, wanneer er gebruik gemaakt wordt van calorie-labeling (12). Een update van een eerder verschenen Cochrane review komt dan weer tot een bescheiden reductie van de energie-inname (13), evenals een meta-analyse door Shangguan en collega’s (14). Een andere Cochrane review van von Philipsborn et al. (15) vond geen eenduidige resultaten omtrent het effect van calorie-labeling op de consumptie van frisdranken.
In het parlementaire debat verantwoordde het departement van Health en Social care (DHSC) van de Britse overheid de nieuwe wet op basis van volgende argumenten:
De eerste twee argumenten bieden weinig reden om de maatregel te implementeren: het aantal mensen met obesitas vertelt enkel iets over of er al dan niet moet worden ingegrepen en niets over de manier waarop dat dient te gebeuren. Bovendien is het niet omdat een maatregel door een groot deel van de bevolking ondersteund wordt dat deze ook wenselijk is. Bij de laatste twee argumenten is het niet meteen duidelijk waarom dat precies via het vermelden van calorieën dient te gebeuren. Men lijkt hiermee de verantwoordelijkheid vooral bij het individu te leggen. Het verplicht kenbaar maken van de energie-inhoud van maaltijden op menu’s als een volksgezondheidsinitiatief ter preventie van obesitas, ontkent in wezen de complexe causaliteit van obesitas en suggereert dat het gewoon een kwestie van educatie is; als individuen eenmaal toegang krijgen tot calorie-informatie, zullen ze gezondere keuzes maken en gewicht verliezen.
Bovendien sluit de maatregel niet aan bij de huidige inzichten rond de preventie en zorg van zowel obesitas als eetstoornissen. Gezondheidsorganisaties pleiten voor een brede preventieve aanpak die welzijn voor de gehele populatie vooropstelt, en voor afgestemde zorg gericht op specifieke noden van het individu (16-27). Bij preventie raadt men aan om te focussen op gezonde leefstijl én gewichtscontrole op basis van deze leefstijl. Ook in de zorg voor mensen met obesitas is een goede afstemming op de specifieke noden van het individu essentieel (18,19,24,25). Een focus op gewichtsverlies is afhankelijk van de onderliggende problemen niet altijd nodig of gewenst. Indien dit wel nodig is, dan gebeurt dit best onder begeleiding van professionele zorgverleners die de mogelijkheid hebben om schadelijke neveneffecten te ondervangen, op te volgen en indien nodig tijdig in te grijpen.
De effectiviteit van calorie-labeling is op dit moment onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Hoewel sommige studies een beperkte daling waarnemen in het aantal geconsumeerde calorieën na het invoeren van calorie-labeling op het menu, zijn er eveneens studies die deze verschillen niet waarnemen. Het merendeel van de studies werd uitgevoerd in de Verenigde Staten, waar de regelgeving al langer werd ingevoerd, maar waar ook mogelijke culturele verschillen optreden voor wat betreft ‘uit eten gaan’ en fastfoodconsumptie. Bovendien ontbreekt het momenteel ook aan studies die effecten opvolgen op langere termijn.
De mogelijke nadelen van calorie-labeling werden onvoldoende onderzocht. Binnen de gehele populatie een focus leggen op calorieën en calorieën tellen, ook bij mensen voor wie dit niet nodig is, kan niet alleen de kans verhogen dat patiënten met een eetstoornis in de problemen geraken, maar ook het risico dat gezonde mensen verstoord eetgedrag en mogelijk eet- en gewichtsproblemen ontwikkelen. Verder onderzoek omtrent deze schadelijke gevolgen is nodig.
Een geïntegreerde aanpak, waarbij het aanmoedigen van een gezonde leefstijl voor iedereen centraal staat, is de ideale manier om de bezorgdheden van eetstoornisorganisaties en patiënten met een eetstoornis mee te nemen en zoveel mogelijk te garanderen dat interventies binnen de gehele populatie geen schadelijke neveneffecten met zich meebrengen.
Juni 2022
mei 2026 – Week van de opvoeding – Actie boek ‘Ben ik te dik, mama?’ Van 16 mei tot 23 mei organiseert de VVSG de Week van de Opvoeding. Het thema van dit jaar is “Plezier in het opvoeden”. Opvoeden is niet altijd makkelijk, maar het zit vol mooie momenten: een glimlach, een ontdekking, een knuffel, samen lachen. […]
mrt 2026 – Webinar Verwijsbeleid lichamelijke groei bij Kind en Gezin De groei is een belangrijke indicator voor de gezondheid van het kind. Kind en Gezin volgt het gewicht, de lengte en de hoofdomtrek van het kind op. Verloopt de groei anders dan verwacht, dan kan verwijzing naar de huis-of kinderarts wenselijk zijn. Flowcharts ondersteunen bij de inschatting wanneer verwijzing aanbevolen is. Als zorgprofessional […]
mrt 2026 – Uitbreiding zorgtraject eetstoornissen Sinds 1 april 2026 (met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026) hebben jongeren in een zorgtraject eetstoornissen recht op 38 terugbetaalde sessies (20 uur) diëtistische begeleiding per periode van 12 maanden, naast 20 sessies bij een gespecialiseerde, geconventioneerde klinisch psycholoog/orthopedagoog. Wanneer een behandelende arts een zorgtraject opstart voor een patiënt tot en […]
mrt 2026 – Basisopleidingen Basisopleiding obesitas BO obesitas voor klinisch psychologen en orthopedagogen Wil je als psycholoog of orthopedagoog effectief aan de slag met kinderen, jongeren en volwassenen met gewichtsproblemen? Deze basisopleiding biedt je de kennis en praktische handvaten om obesitas gestructureerd en doelgericht aan te pakken. Je leert over vroegdetectie, diagnostiek, behandeling én de actuele zorg voor obesitas in Vlaanderen. Wat je krijgt: […]
mrt 2026 – Webinars De komende maanden staan er een heel aantal boeiende webinars gepland. Zo organiseren we een webinar over lichaamsbeeld en embodiment bij eetstoornissen en hebben we nog een paar webinars toegevoegd aan de reeks lunchwebinars. Webinar: Lichaamsbeeld en embodiment bij jongeren met een eetstoornis (4 juni, 14.30u – 16u) Wil je als hulpverlener jongeren met […]
mrt 2026 – Webinar op eigen tempo: Perfectionisme als transdiagnostische factor bij eetstoornissen – door dr. Liesbet Boone Perfectionisme is een belangrijke transdiagnostische risicofactor voor verschillende psychologische problemen, waaronder eetstoornissen, angststoornissen en depressie. Tegelijk kan perfectionisme een instandhoudende factor zijn die het herstel bemoeilijkt en ervoor zorgt dat een begeleiding soms vastloopt. Een goed begrip van perfectionisme is […]
mrt 2026 – Groeien is meer dan groot worden. Rond de leeftijd van 11 jaar verandert er veel: het lichaam begint te veranderen, gevoelens kunnen intenser worden en kinderen gaan meer ontdekken wie ze zijn en wat ze belangrijk vinden. Groeien gaat dus niet alleen over centimeters en kilo’s, maar ook over denken, voelen en verbonden zijn met […]
mrt 2026 – World Obesity Day 4 maart 2026: Samen sterk in zorg en ondersteuning voor mensen met obesitas Materiaal in de kijker: informatiepakket voor ouders van kinderen met een hoger gewicht Op deze World Obesity Day zetten we graag ons informatiepakket voor ouders van kinderen met een hoger gewicht in de kijker. Dit pakket kan ouders helpen […]