Werkwijze wetenschappelijke onderbouw

Werkwijze wetenschappelijke onderbouw

1. Omvang en doel  

Alle materialen van Eetexpert vertrekken van een welomschreven doel. Doorgaans gaat het om materialen om preventiewerkers en hulpverleners te ondersteunen in het werken met cliënten/patiënten met eet- en gewichtsproblemen, maar Eetexpert ontwikkelt ook materialen gericht op de bevolking, voor pers en voor beleid. Eetexpert vormt hier een brug tussen onderzoek en praktijk, en beoogt gebruikers te ondersteunen met praktijkgerichte handvatten die wetenschappelijk onderbouwd zijn. 

Hierbij wordt per materiaal gespecificeerd voor welke groep het materiaal bedoeld is (bv. over welke groep hulpverleners het gaat: arts, diëtist, psycholoog), over welke taken het gaat (bv. preventie, behandeling, communicatie), over welke problematiek (bv. eetstoornissen, obesitas) en voor welke populatie (bv. kinderen, volwassenen). 

Materialen voor hulpverleners, in het bijzonder de draaiboeken (praktijkgerichte en wetenschappelijk onderbouwde stappenplannen, zie www.draaiboeken.eetexpert.be), vertrekken van praktijkvragen, bv. wat is de rol van deze hulpverlener in de behandeling van eetstoornissen/overgewicht, wat moet bevraagd worden in de anamnese, welke parameters moeten opgevolgd worden, zie bv. http://www.draaiboeken.eetexpert.be/huisartsendraaiboek/inleiding-en-basisbegrippen#werkwijze-en-opbouw of www.draaiboeken.eetexpert.be/cgg-draaiboek2017.  

2. Betrokkenheid belanghebbenden  

Eetexpert werkt bottom-up in een cultuur van samenwerking met het werkveld, zowel in ontwikkeling van materialen als in functie van implementatie. Er zijn verschillende manieren waarop belanghebbenden impact hebben en betrokken worden. Enerzijds gebeurt dat structureel via de adviesraad/werkgroep eet- en gewichtsproblemen op Vlaams niveau en via regelmatig overleg in de lokale supervisiegroepen, vormingsmomenten, en helpdeskmomenten. Anderzijds gebeurt dat gericht via werkgroepen en toetsingsgroepen in functie van specifieke materiaalontwikkeling en implementatiewerk.   

Bij de ontwikkeling van draaiboeken en andere stappenplannen wordt een werkgroep samengesteld die representatief is voor het werkveld, met vertegenwoordigers van de beroepsgroep waarvoor het draaiboek bedoeld is: de basiswerkers, medewerkers uit de gespecialiseerde centra, vertegenwoordigers van de beroepsverenigingen, en vertegenwoordigers van de onderzoeks- en kenniscentra. De leden van de werkgroep en hun affiliatie worden vermeld in deze draaiboeken en stappenplannen. De werkgroep komt bijeen op verschillende momenten in de ontwikkeling: bij de start (waar moet het draaiboek een antwoord op bieden?; wat zijn de praktijknoden?), en na een eerste draft (beantwoordt het draaiboek aan de verwachtingen? ontbreekt er informatie? welke implementatiestrategieën zijn relevant?). Aan het einde van het ontwikkelingsproces geven de werkgroepleden nogmaals feedback en worden ze gevraagd het materiaal te testen in de praktijk. Bij de praktijktest kunnen ook niet-werkgroepleden betrokken worden. Aansluitend bij draaiboeken en stappenplannen, en o.b.v. de praktijknoden gesignaleerd door het werkveld, worden ondersteuningsmaterialen (bv. anamneseformulieren, samenvattingsfiches, flow-charts) ontwikkeld bij de draaiboeken en stappenplannen. 

Binnen onze beheersovereenkomst met de Vlaamse Overheid werd opgenomen dat Eetexpert een trekkende rol heeft in de kennisupdate en -verspreiding rond eet- en gewichtsproblemen in Vlaanderen. Hieraan wordt onder meer vormgegeven via het uitwerken van een Vlaams netwerk van alle betrokken professionals bij eet- en gewichtsproblemen en minstens jaarlijks overleg met structurele partnerorganisaties van het Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin die werken rond eet- en gewichtsgerelateerde thema’s (Domus Medica, VWVJ, Vlaams Instituut Gezond Leven, Diabetes Liga), om de ontwikkeling en verspreiding van materialen af te stemmen tussen organisaties. Met het netwerk van professionals en met de structurele partnerorganisaties wordt afgetoetst aan welke materialen of informatie de organisatie/beroepsgroep nood heeft.  

Daarnaast geven deze partner- en andere organisaties tweemaal per jaar input aan Eetexpert via de adviesraad/werkgroep eet- en gewichtsproblemen (een officiële werkgroep van de overheid). Via deze werkgroep wordt informatie tussen partners uitgewisseld, worden noden uit het werkveld gesignaleerd aan Eetexpert, en wordt er feedback gegeven bij nieuwe materialen die door Eetexpert werden ontwikkeld. Voor het overzicht van de leden van de adviesraad/werkgroep eet- en gewichtsproblemen, zie www.eetexpert.be/over-eetexpert (onderaan de pagina).  

In de adviesraad is ook de groep van betrokkenen met een eetstoornis vertegenwoordigd, via organisatie ANBN (www.anbn.be). Naast vertegenwoordiging van ANBN in de werkgroep eet- en gewichtsproblemen, werkt Eetexpert nauw samen met ANBN voor bottom-up uitwerking van materialen en ondersteuning, vormingen, verwijshulp en advies.  

Een tegenhanger van ANBN voor de populatie met obesitas bestaat tot op heden niet.  

Verder houdt Eetexpert ook de vinger aan de pols rond noden van hulpverleners én patiënten via onze helpdeskfunctie. Er wordt geregistreerd welke vragen hierbij worden gesteld, en er wordt verkend of dit een ruimere nood of lacune in het aanbod weerspiegelt. Hulpverleners worden ook uitgenodigd om noden te signaleren bij elke vormingsevaluatie. Vormingsvragen van hulpverleners worden geregistreerd en in overweging genomen bij het opstellen van de vormingsagenda per jaar. 

3. Methodologie: nauwkeurigheid ontwikkeling  

Bij het ontwikkelen van materialen doorloopt Eetexpert volgende stappen: 

Oplijsten thema’s die aan bod moeten komen: 

Waar relevant (bv. bij de ontwikkeling van een draaiboek) worden recente richtlijnen en aanbevelingen gezocht rond het thema, gepubliceerd in de laatste 5 jaar. Deze richtlijnen vormen de basis voor de thema’s die aan bod komen in het ontwikkelde materiaal.  Richtlijnen worden gezocht via specifieke zoekplatformen voor richtlijnen, platformen voor wetenschappelijke literatuur waarin ook richtlijnen zijn opgenomen en via specifieke (inter)nationale organisaties waarvan bekend is dat ze richtlijnen rond eet- en gewichtsproblemen ontwikkelen, bv.: 

Materialen zijn niet alleen concrete praktijkvertalingen van richtlijnen. Gezien de ontwikkeling van richtlijnen tijdsintensief is, bevatten richtlijnen niet steeds de meest actuele thema’s uit de praktijkvoering. Bovendien vormen richtlijnen vaak een contextspecifieke vertaling van de literatuur, de aanbevelingen zijn dus niet altijd toepasbaar en representatief in de Vlaamse context. Bijgevolg worden ook andere wetenschappelijke bronnen geraadpleegd. Meer informatie omtrent dit proces is terug te vinden onder het puntje ‘wetenschappelijke onderbouwing’.  

Opstellen van klinische vragen: 

Naast de thema’s die uit richtlijnen worden gehaald, wordt actief bevraagd naar thema’s en klinische vragen vanuit het werkveld (vanuit de werkgroepen en contactmomenten van Eetexpert met hulpverleners/ partnerorganisaties/ patiënten).  
Voor het vertalen van een klinisch probleem naar een beantwoordbare vraag wordt gebruik gemaakt van de tool ‘PICO(T)’:  

  • Patient (or problem or population)”: Voor welke (patiënten)populatie is het materiaal bedoeld: Gaat het over (specifieke) eetstoornissen of gewichtsproblemen? Gaat het over (jonge) kinderen, jongeren, of volwassenen? Welke leeftijdsrange wordt afgebakend?  
  • “Intervention”: Gaat het over preventie, eerstelijns- of gespecialiseerde behandeling? Wat zijn de kenmerken van deze strategie of interventie?    
  • “Comparison”: Wat is de vergelijkings- of controlegroep: Personen uit de algemene populatie? Personen zonder overgewicht of een (gediagnosticeerde) eetstoornis? Personen die onderworpen worden aan een andere preventiestrategie of behandelingsvorm? 
  • “Outcome”: Welke uitkomsten of resultaten willen we vergelijken? Zo is het bij eet- en gewichtsproblemen belangrijk dat niet alleen de impact op gewicht(sverlies) maar ook de impact op risicofactoren van eet- en gewichtsproblemen wordt meegenomen (bv. zelf- en lichaamsbeeld, verstoord eetgedrag) en dat gezondheidswinst ruimer bekeken wordt dan enkel gewichtsevolutie.  
  • “Timeframe (or type of study or type of question)”: Over welke tijdsperiode wordt een uitspraak gedaan? Eetexpert heeft in de eerste plaats interesse in langetermijn effecten, gezien gunstige effecten op korte termijn (bv. op gewicht) gevolgd kunnen worden door schadelijke effecten (op gewicht en risicofactoren) op lange termijn.  

Via de invulling van de PICO(t)-tool worden op een eenvoudige manier relevante zoektermen geïdentificeerd.  

Wetenschappelijke onderbouw per thema:  

  • Opzoeken van informatie: Per thema wordt bekeken of en welke aanbevelingen hierrond gegeven worden in de weerhouden richtlijnen, en wat hun bewijskracht is (vanuit wetenschappelijke literatuur, vanuit expertconsensus…). Vervolgens wordt gezocht of er rond het thema recenter onderzoek beschikbaar is, dat mogelijk de aanbeveling kan beïnvloeden, of de aanbeveling kan invullen met specifieke handvatten voor de praktijk (gezien richtlijnen op dat vlak vaak te algemeen zijn om meteen in de praktijk mee aan de slag te kunnen). Op zijn minst wordt gekeken naar literatuur van de voorbije 10 jaar.  
    Per thema worden zoektermen bepaald om relevante literatuur te vinden in peer-reviewed journals. Wetenschappelijke literatuur wordt gezocht in databases zoals: 
  • Beoordelen van informatie: Titels en abstracts worden gescreend op hun relevantie, en methodologie. Voor behandelonderzoek wordt voorkeur gegeven aan wetenschappelijke evidentie verkregen uit een systematische review en/of meta-analyse, in lijn met de niveaus van wetenschappelijke bewijsvoering van het OCEBM (Oxford Centre for Evidence-Based Medicine). Binnen de primaire klinische studies wordt voorkeur gegeven aan randomized controlled trials (RCTs) (randomisering en adequate controlecondities). Verder wordt uiteraard rekening gehouden met de grootte van de steekproef en of de gevonden effecten betekenisvol zijn, met het in rekening brengen van mogelijke schadelijke neveneffecten, met de termijn waarop een populatie werd opgevolgd, met de vergelijkbaarheid van de populatie in de studie en de populatie waarover ons materiaal gaat, of de conclusies valide zijn op basis van statistische verwerking van de resultaten, met mogelijke belangenvermenging van de onderzoeker(s) etc. Bij de beschrijving van de wetenschappelijke onderbouw wordt ook transparantie gegeven rond sterktes en beperkingen van de aangevoerde literatuur. Alle medewerkers van Eetexpert beschikken over de nodige competenties om wetenschappelijke literatuur kritisch te beoordelen. Ook het formuleren van eindaanbevelingen gebeurt volgens de sterkte van bewijsvoering. Het resultaat van deze zoekactie kan aangevuld worden met belangrijke publicaties o.b.v. de referentielijsten van de geselecteerde richtlijnen en artikels (bv. oorspronkelijke artikels die een belangrijke rol spelen in een review of richtlijn, of systematisch als bron vermeld worden in artikels rond het thema). Deze artikels kunnen van een vroegere publicatiedatum zijn dan de initiële zoektermijn.  
  • Consensusgroepen: Uitzonderlijk gaat Eetexpert over tot het uitwerken van consensusgroepen wanneer er geen of onvoldoende wetenschappelijke evidentie gevonden wordt om een klinische vraag te kunnen beantwoorden. Dit gebeurde o.a. m.b.t. inhoud van het psychologische luik bij bariatrische heelkunde, of bij getrapte zorgtoewijzing rond obesitas, en op vraag van de Vlaamse overheid werd ook een consensustekst uitgewerkt voor eenvormige adviezen i.v.m. voeding, beweging en sedentair gedrag. Voor uitwerking van een consensustekst organiseert Eetexpert een evenwichtig samengestelde consensusgroep (volgens het model projectgroep), waarbij gestreefd wordt naar consensus bij de uitgewerkte aanbevelingen voor de praktijk. 
     

De visie van Eetexpert vertrekt van het “do no harm” basisprincipe in preventie. Deze visie vormt een basis bij het formuleren van consensusteksten en beleidsadvies aan de Vlaamse overheid (Eetexpert is partnerorganisatie van de Vlaamse overheid rond preventie, zorg en beleid bij eet- en gewichtsproblemen). Een aanpak die misschien effectief lijkt om het ene probleem aan te pakken, mag daarbij geen ander probleem creëren of versterken.  

Tevens werkt Eetexpert actief mee aan de concrete uitwerking van de internationale aanbevelingen rond zorgorganisatie bij eet- en gewichtsproblemen in Vlaanderen: stepped care zorgtoeleiding, multidisciplinair zorgaanbod in alle regio’s en in alle zorgechelons, en continuïteit van zorg over leeftijdsfases heen. Verder zijn er gedeelde ontwikkelingspaden voor eet- en gewichtsproblemen. Dit maakt dat we bijzonder aandachtig zijn voor het nagaan van mogelijke schadelijke neveneffecten van een behandeling (bv. Kan een behandeling van obesitas verstoord eetgedrag of een negatief zelf- en lichaamsbeeld uitlokken?) en voor de opvolgtermijn in studies (sommige schadelijke effecten ziet men pas op langere termijn, terwijl veel studies hun proefpersonen slechts één of twee jaar opvolgen). Eetexpert brengt Vlaamse expertise samen over universiteiten en beroepsgroepen heen: In het bestuur van Eetexpert staan Prof. dr. Laurence Claes, hoogleraar, verbonden aan de KU Leuven en UAntwerpen, en Prof. dr. Caroline Braet, gewoon hoogleraar, verbonden aan de UGent, in voor de wetenschappelijke eindverantwoordelijkheid rond de thema’s eetstoornissen en obesitas, respectievelijk. Zij zijn betrokken in het nazicht en beoordeling van basismaterialen (draaiboeken, wetenschappelijke teksten) rond deze thema’s. Dr. Katelijne Van Hoeck (VWVJ) zorgt voor de opvolging van de medische thema’s en de thema’s i.v.m. jeugdgezondheidszorg. Afgeleiden van deze teksten (bv. Fiches) worden nagekeken binnen het dagelijks bestuur. Bijkomende expertise wordt ingevoegd door leden van de adviesraad (patiëntenorganisaties, hulpverleners, beroepsgroepen, expertisecentra, universiteiten, beleid). Een Vlaams netwerk van 6000 professionals die op vaste basis met Eetexpert verbonden zijn zorgen voor bottom-up sturing en toetsing. Materialen worden ook door hen getest in de praktijk en bijgestuurd voor ze geïmplementeerd worden. 

Eetexpert bundelt als kenniscentrum op systematische wijze actuele info en cijfermateriaal m.b.t. het thema. Bepaalde informatie wordt systematisch up-to-date gehouden, bv. nieuwe prevalentiecijfers van overgewicht o.b.v. bevolkingsonderzoek in België, of (diagnostische) criteria van eetstoornissen of gewichtsopvolging. Deze informatie wordt centraal samengebracht in een basisdraaiboek (www.draaiboeken.eetexpert.be/basisdraaiboek) waarnaar systematisch gelinkt wordt, zodat deze info gemakkelijk geüpdatet kan worden, en op alle plaatsen (bv. andere draaiboeken) correct wordt weergegeven. Uitgebreide materialen zoals draaiboeken worden ongeveer elke 10 jaar grondig gereviseerd. Wanneer materiaal aan herziening toe is, wordt dit als opdracht opgenomen binnen de beheersovereenkomst. 

4. Duidelijkheid 

  • Aanbod t.a.v. burgers en professionals:  

Eetexpert ontwikkelt materialen voor en stelt informatie ter beschikking aan verschillende doelgroepen (van professionele hulpverleners tot burgers). Er wordt dan ook bijzondere aandacht besteed aan het afstemmen van de taal en informatie op de doelgroep(en) waarvoor de informatie bedoeld is (in keuze van terminologie, zinsconstructie, lay-out, gebruik van beeldmateriaal…). Bij meerdere doelgroepen (professionals en algemeen publiek) vertrekken we van het begripsniveau rond eet- en gewichtsgerelateerde thema’s in de algemene bevolking. De medewerkers van Eetexpert volgden opleiding om taal en materialen aan te passen aan deze ruimere doelgroep. De website “www.eetexpert.be” werd ook herwerkt in functie van gebruik door diverse doelgroepen (de website “www.draaiboeken.eetexpert.be” is nog steeds bedoeld voor professionals en heeft een hogere moeilijkheidsgraad). 

De ontwikkeling van draaiboeken gaat steevast gepaard met het samenvatten en visualiseren van de belangrijkste theoretische aanbevelingen onder de vorm van factsheets, flow-charts, checklists, …, die de informatie toegankelijk, helder en praktijkgericht maken.  

  • T.a.v. beleid:  

Bijkomend heeft Eetexpert als taak het beleid rond eet- en gewichtsproblemen in Vlaanderen te ondersteunen. Het kenniscentrum ondersteunt zowel het federaal als Vlaams beleid bij het uitwerken en concretiseren van haar gezondheidsbeleid i.v.m. eet- en gewichtsgerelateerde thema’s, visie op preventie en aanpak van eet- en gewichtsproblemen, een onderbouwd antwoord voorzien op vragen van de overheid (bv. n.a.v. parlementaire vragen), deelname aan werkgroepen, afstemmen van boodschappen rond eten en gewicht met partnerorganisaties van de overheid… Voor onze visieteksten, zie http://www.draaiboeken.eetexpert.be/basisdraaiboek/visie-op-eet-en-gewichtsproblemen

5. Bruikbaarheid 

Kernopdracht van het Kenniscentrum Eetexpert is te zorgen voor praktijkondersteuning bij de implementatie van internationale aanbevelingen en richtlijnen. Daartoe zijn alle materialen van Eetexpert in essentie uitgewerkt om concrete (wetenschappelijk onderbouwde) praktijkvoering te ondersteunen: draaiboeken per discipline en concrete  hulpmiddelen erbij: samenvattingsfiches, flow-charts, digitale tools… Het gebruik van de materialen (die gedigitaliseerd zijn) wordt opgevolgd via webstatistieken. 

De bruikbaarheid van onze materialen wordt verzekerd door de doelgroep zelf de regie te geven bij de ontwikkeling van ondersteuningsaanbod via projectgroepen, en toetsingspraktijken.  

Verder ondersteunt Eetexpert correct gebruik van materialen en het toepassen van aanbevelingen via een getrapt vormingsaanbod met basisvormingen (zowel “in vivo” als via e-learning), vaardigheidsleren en verdieping. Deze vormingen zijn geaccrediteerd (voor artsen) bij het RIZIV. De e-learnings ‘obesitas’ en ‘motiveren’ zijn ook geaccrediteerd bij Pro-Q-Kine (voor kinesitherapeuten).  

Binnen de aanpak van eet- en gewichtsproblemen geldt multidisciplinair werken als de gouden standaard, maar in de praktijk zijn hiervoor heel wat hindernissen, vooral in de ambulante zorg. Afgelopen jaren heeft Eetexpert sterk ingezet om multidisciplinair samenwerken te faciliteren door de uitwerking van gerichte vormingen, door aanmaak van draaiboeken per discipline die naadloos in mekaar haken, door uitwerking van een centrale helpdeskfunctie, door verwijshulp… Anderzijds botsen we op een realiteit van beperkte terugbetaling van niet-medische zorg. Eetexpert speelt hierop in door knelpunten te benoemen t.a.v. beleid, adviserend op te treden en waar nodig de weg te wijzen naar laagdrempelige en gesubsidieerde initiatieven, zoals centra geestelijke gezondheidszorg, tejo (therapeuten voor jongeren), terugbetalingsmogelijkheden van mutualiteiten etc. (zie bv. http://www.draaiboeken.eetexpert.be/cgg-draaiboek2017/multidisciplinair-samenwerken#realiteit en  http://www.draaiboeken.eetexpert.be/cgg-draaiboek2017/multidisciplinair-samenwerken#gesubsidieerd). 

Verder worden uitdagingen benoemd in de behandeling van eet- en gewichtsproblemen, zoals motivatieproblemen en herval, en hoe de hulpverlener hiermee om kan gaan.  

6. Belangenvermenging 

Eetexpert zorgt als Vlaams kenniscentrum voor eet- en gewichtsproblemen voor de brug tussen wetenschappelijk onderzoek en praktijk. Via een focus op preventie van eet- en gewichtsproblemen en versterking van de zorg voor mensen met eet- en gewichtsproblemen wil Eetexpert de fysieke en psychosociale gezondheid van de Vlaming verbeteren. Eetexpert is hierin partnerorganisatie van het Vlaams Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en wordt volledig gefinancierd binnen een beheersovereenkomst met de overheid. Eetexpert werkt helemaal inhoudsgestuurd, vertegenwoordigt geen enkele specifieke belangengroep en heeft geen conflict of interest.  

Bronnen 

Former-Boon, M., & van Duijnen, J.J. (2019). Evidence-based diëtetiek. Principes en werkwijze. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum. 

Hoorelbeke, K., Pieters, E., De Putter, L., & Koster, E. (2018). Van artikel tot klinische praktijk. Praktische aanbevelingen voor kritische beoordeling van wetenschappelijke evidentie. Gedragstherapie2.  

Koster, E., Pieters, E., Hoorelbeke, K., & De Putter L. (2018). Evidence-based werken binnen de klinische psychologie. Gedragstherapie, 2.  

OCEBM Levels of Evidence Working Group. The Oxford Levels of Evidence 2. Oxford Centre for Evidence-Based Medicine. https://www.cebm.net/index.aspx?o=5653. 

Deze tekst werd laatst geüpdatet op  28/10/2021. 

Survey

Tevredenheidsbevraging

Wat vind jij van het Eetexpert aanbod? Jouw mening is belangrijk voor ons!

Doe mee aan de bevraging