Het is zeker belangrijk om een bloedname te doen bij iemand met een eetbuistoornis met of zonder overgewicht omwille van de hogere kans op de aanwezigheid van markers voor metabool syndroom. Bij klinische tekens van pancreatitis steeds lipase bepalen in het bloed. 

Bij een overgewicht is een cardiovasculaire risicobepaling een basisvereiste. 

Verder is een basisbloedname bij eetstoornissen relevant, deze omvat: volledig bloedbeeld, mineralen (kalium, natrium, bicarbonaat, chloride), albumine, glucose, nierfunctie (creatinine), leverfunctie (transaminase ALT), en eventueel schildklierfunctie. Voor een opsomming van de specifieke bloedwaarden die best worden nagekeken bij een eetstoornis, zie deze flowchart. 

De frequentie van bloednames bij een eetbuistoornis hangt af van de ernst (frequentie van eetbuien) en het verloop (progressieve toename van gewicht) en zal dus individueel verschillend zijn. 

(bronnen: Attia E, Walsh BT. Eating Disorders: A Review. JAMA. 2025;333(14):1242–1252. doi:10.1001/jama.2025.0132; Eetexpert (2024). Stappenplan eetstoornissen voor de huisarts. Brussel: Vlaamse Gemeenschap, Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (verkrijgbaar via Eetexpert.be).