Risico- en beschermende factoren

Preventie

Risico- en beschermende factoren

Eet- en gewichtsproblemen ontstaan niet van vandaag op morgen. Er gaat een ontwikkelingstraject aan vooraf met factoren die het ontstaan van het probleem in de hand werken (risicofactoren), of er net tegen beschermen (beschermende factoren). Er is steeds een wisselwerking tussen factoren in het kind zelf, en factoren in de omgeving(en) waarin het kind leeft. Sommige factoren liggen vast, andere factoren zijn veranderbaar. De factoren die we kunnen veranderen, zijn het meest interessant, omdat preventiewerkers en hulpverleners daarmee aan de slag kunnen.  

Risicofactoren voor verstoord eetgedrag 

Er zijn heel wat risicofactoren voor de ontwikkeling van verstoord eetgedrag. Als we ons beperken tot de 5 belangrijkste, die we kunnen veranderen, zijn dit:  

  1. Sterke bezorgdheid rond gewicht en lichaamsvormen waarbij men zich bv. ongelukkig voelt over zijn gewicht/lichaamsvormen, heel slank wil zijn, hoe men zich voelt helemaal afhangt van het getal op de weegschaal enz.  
  2. Negatieve gevoelens zoals zich vaak ongelukkig, verdrietig, angstig, boos voelen 
  3. Problemen in het zelfbeeld zoals heel onzeker zijn, negatief denken over zichzelf enz. 
  4. Problemen in het omgaan met gevoelens zoals (negatieve) gevoelens proberen verdoven (bv. door meer te eten of (alcohol) te drinken, of net door heel weinig te eten), sterke wisselingen ervaren in gevoelens enz.  
  5. Problemen in de relaties met anderen zoals zich heel afhankelijk voelen van anderen, veel ruzies in het gezin, gepest worden, veel kritiek krijgen van familie of vrienden enz.  

Verder weten we ook dat streng lijngedrag een belangrijke risicofactor is voor verstoord eetgedrag én voor overgewicht. Bij streng lijngedrag eet men minder dan het lichaam nodig heeft, waardoor het lichaam in een spaarmodus komt en minder gaat verbruiken. Als je dan na je (crash)dieet (gelukkig) terug normaal begint te eten, staat je lichaam nog steeds in ‘spaarstand’, en je slaat calorieën nu veel sneller op in vet. Doordat geen rekening gehouden wordt met de noden van het lichaam, kan men makkelijker de controle verliezen over het eetgedrag, bv. doordat de honger te groot wordt, bij vermoeidheid, na een moeilijke dag op school of het werk… Dan kan een eetbui ontstaan.  

Beschermende factoren 

Van volgende factoren weten we dat ze beschermend werken, een buffer kunnen vormen, in het ontstaan van eet- en gewichtsproblemen. Daarom wordt er aan deze factoren veel aandacht besteed ter voorkoming van eet- en gewichtsproblemen (zie visie op preventie).  

  1. Positief lichaamsbeeld: Een positief lichaamsbeeld is méér dan tevreden zijn met hoe je lichaam eruit ziet. Het gaat ook over waarderen wat je lichaam allemaal voor je doet, zorgen voor je lichaam, de lichamelijke verschillen die er tussen mensen zijn als iets positiefs aanvoelen (niet iedereen hoeft er hetzelfde uit te zien) enz.   
  2. Gezond zelfbeeld en emotioneel welzijn: Bij een gezond zelfbeeld kan je jezelf aanvaarden en waarderen zoals je bent. Het helpt als er verschillende domeinen in je leven zijn waar je zelfwaarde uit kan putten: werk/school, hobby’s, sport, relaties met vrienden en familie… Een goed emotioneel welzijn wordt bepaald door de vaardigheid om met diverse emoties om te gaan. Niemand wordt ermee geboren maar wel handig als je manieren vindt om met verdriet, kwaadheid, eenzaamheid, verliefdheid, blijdschap… om te gaan.   
  3. Voeding en beweging als onderdeel van een gezonde leefstijl: Een regelmatig eetpatroon, evenwichtige voeding, regelmatig bewegen met respect voor de grenzen van je lichaam (en met een focus op plezier en gezondheid, niet om je gewicht te controleren) beschermen tegen eet- en gewichtsproblemen. Beweging versterkt bovendien het zelfbeeld.   
  4. Gezinsmaaltijden en positieve maaltijdsfeer: Regelmatige gezinsmaaltijden en een positieve sfeer tijdens de maaltijd voorspellen minder verstoord eetgedrag  en verminderen het risico op kinderobesitas.  
  5. Verbondenheid met familie en vrienden: Het gevoel aanvaard te worden zoals je bent, het gevoel terecht te kunnen bij ouders en vrienden bij problemen, ondersteunt het zelfbeeld en wordt gelinkt aan gezonde attitudes ten opzicht van eetgedrag.  

Hoe stimuleer je een gezond lichaams– en zelfbeeld? 

Heel wat kinderen maken zich in de lagere school al zorgen over hoeveel ze wegen en hoe hun lichaam eruit ziet, en dit neemt sterk toe bij jongeren. Dit zijn meestal geen ‘eetstoornissen-in-spe’, maar deze bezorgdheden vragen wel om wat hulp en een gezonde houding van de omgeving. Ouders, leerkrachten en andere rolmodellen kunnen jongeren helpen door zichzelf niet te vergelijken met sterren uit modeblaadjes, kritisch te staan tegenover onrealistische mediabeelden, en te benadrukken dat de waarde van een persoon uit veel meer bestaat dan zijn uiterlijk.  

Een gezond zelfbeeld bestaat uit verschillende aspecten (school, sport, interesses…). Door deze verschillende aspecten te stimuleren, loopt de jongere minder risico om zijn zelfwaardegevoel grotendeels van zijn uiterlijk te laten afhangen.  

Verdieping 

Downloadlinks tools & fiches

  • Samenvattingsfiche: Risicoprofiel bij eet- en gewichtsproblemen

    Samenvattingsfiche van het risicoprofiel (draaiboek)

    Download

Externe links

  • Gezond Leven biedt informatie over voeding, beweging en sedentair gedrag.
  • NokNok biedt informatie rond mentaal welzijn gericht op jongeren:
  • Het Steunpunt Geestelijke Gezondheid ijvert voor een geestelijk gezond Vlaanderen.
  • Bij een BOV-coach kan je (via je huisarts) terecht als je meer wil bewegen.