Eetexpert was erbij op enkele interessante conferenties en vormingen. We geven jullie graag enkele inzichten mee uit de DADE conferentie (Diabetes and Disordered Eating) en uit de jaarlijkse VAE-workshop met Peter Rober die sprak over stress en zelfzorg bij het werken met eetproblematieken.

Meer externe vormingen vind je in onze vormingsagenda.

Diabetes and Disordered Eating (DADE) Conference

In juni 2025 organiseerde het Steno Diabetes Center (Denemarken) de ‘Diabetes and Disordered Eating Conference’ in Kopenhagen. Deze meeting bracht internationale experten en beginnende onderzoekers samen met een interesse of expertise in diabetes en eetstoornissen, en mensen met persoonlijke ervaringen.

Het was een unieke gelegenheid om naar elkaar te luisteren en van elkaar te leren. 

Uit het ruime aanbod van onderwerpen die aanbod kwamen, hebben we 4 presentaties geselecteerd die ons relevant lijken voor de klinische praktijk.

  • Dr. Ann Goebel-Fabbri (VS, klinisch psycholoog) gaf een overzicht van de klinische historiek van diabetes en eetstoornissen.
  • Dr Loa Clausen (DK) presenteerde een vergelijking tussen de Diabetes Eating Problem Survey – Revised (DEPS-R) en de Youth Eating Disorder Examination Questionnaire (YEDE-Q).
  • Jiska Embaye (NL) publiceerde een psychometrische studie van de DEPS-R bij volwassenen met type 1 diabetes.
  • Dr. Minke Eilander (NL) stelde haar onderzoek voor bij adolescenten met type 1 diabetes en hoe we signalen (i.e. ‘yellow flags’) van verstoord eetgedrag in klinische praktijk kunnen herkennen.

Heb je geen tijd om de hele samenvatting te lezen? Hier zijn de belangrijkste punten.

  1. Routine screening voor signalen van verstoord eetgedrag bij type 1 diabetes is klinisch relevant en haalbaar in de praktijk.
  2. Een stapsgewijze aanpak wordt aanbevolen (bv. bij jongeren eerst met gebruik van de MIND Youth Vragenlijst (MY-Q), en daarna met de Diabetes Eating Problem Survey -Revised (DEPS-R). Beide zijn gratis beschikbaar in het Nederlands.)
  3. De DEPS-R is gevalideerd voor zowel jongeren als volwassenen.
  4. In klinische praktijk wordt aangeraden bij zowel jongeren als volwassenen om naast de totaalscore van de DEPS-R, zeker ook de item scores te bespreken.
  5. Een lange termijn studie in de VS heeft aangetoond dat in tegenstelling tot de verwachting, het stoppen met insuline restrictie niet leidde tot een significante toename in BMI. 

Klinische historiek van diabetes en eetstoornissen

Het onderzoek van Goebel-Fabbri et al. (2011) is één van de weinige onderzoeken met een lange opvolging. Over een periode van 11 jaar werden 207 vrouwen uitgenodigd om vragenlijsten in te vullen over insulinebeperking, zelfzorg, diabetes-specifieke stress, psychiatrische en eetstoornissymptomen.

Doel van studie: Karakteristieken van vrouwen die stopten met insulinebeperking vergelijken met vrouwen die hiermee doorgingen.  De gemiddelde leeftijd was 44 jaar en de gemiddelde diabetes duur was 28 jaar.

Resultaat: Er werden drie groepen onderscheiden:

De groep die gestopt was met insulinebeperking: 

  • BMI was stabiel (geen significante toename, +0.4 kg/m²), lager dan bij de groep die verderging met restrictie én lager dan bij de groep die startte met insulinebeperking.
  • Verbeterde diabeteszelfzorg, minder diabetes-specifieke stress en psychische klachten.

De tweede groep die insuline bleef beperken:

  • Significante toename in BMI(+2.3 kg/m²)
    • Angst voor gewichtstoename bleef hoog, meer diabetes-specifieke stress, meer problemen met diabeteszelfzorg.

De derde groep startte met insulinebeperking tijdens de 11 jaar van de studie

  • BMI nam toe (+1.8 kg/m²).
  • Verhoogde angst voor gewichtstoename bij betere bloedglucoses, meer problemen met diabeteszelfzorg.

Belangrijke conclusie was dat vrouwen die stopten met insulinebeperking een stabiel gewicht behielden, terwijl zowel de groep die doorging als de groep die nieuw begon in BMI toenamen. Dit staat in contrast met de verwachting van deze vrouwen dat bij inname van geadviseerde insulinedosis het gewicht zal toenemen.

Artikel lezen: Goebel-Fabbri AE, Anderson BJ, Fikkan J, Franko DL, Pearson K, Weinger K. Improvement and emergence of insulin restriction in women with type 1 diabetes. Diabetes Care. 2011 Mar;34(3):545-50. doi: 10.2337/dc10-1547.

Onderzoek naar vragenlijsten rond diabetes en eetstoornissen

Eetstoornissen komen 2 tot 3 keer vaker voor bij mensen met type 1 diabetes in vergelijking met mensen zonder diabetes. De gevolgen zijn ernstig en kunnen onomkeerbaar zijn, zoals vroegtijdige retinopathie, nefropathie. Vroegtijdig herkennen van signalen is dan ook cruciaal. Er werden vragenlijsten ontwikkeld en gevalideerd voor type 1 diabetes en verstoord eetgedrag, zoals de Diabetes Eating Problem Survey – Revised (DEPS-R).

Onderzoek van Abild, Clausen et al. (2025) vergeleek de Diabetes Eating Problem Survey – Revised (DEPS-R) en de Youth Eating Disorder Examination Questionnaire (YEDE-Q). De twee vragenlijsten werden met een verschillende doel ontwikkeld. De DEPS-R is een screening vragenlijst die peilt naar verstoord eetgedrag bij type 1 diabetes inclusief insulinerestrictie, terwijl de YEDE-Q een screening vragenlijst is voor eetstoornispathologie in het algemeen.  In deze studie werd een item over insulinerstrictie toegevoegd.

Doel van de studie: nagaan hoe nauwkeurig de items van beide lijsten zijn om verstoord eetgedrag of eetstoornissen te identificeren bij adolesenten met type 1 diabetes.

Resultaten:

131 jongeren tussen 11 en 19 jaar vulden de vragenlijsten in.

  • DEPS-R en de YEDE-Q identificeerden verstoord eetgedrag bij resp. 21% en 23% van de jongeren.
  • 51% van de jongeren rapporteerde insulinerestrictie op de DEPS-R versus 2% op de YEDE-Q; de formulering van de DEPS-R item is eerder algemeen terwijl de YEDE-Q item specifieert dat de resctrictie is met de intentie om lichaam en/of gewicht te beïnvloeden.
  • 32% van de jongeren vertoonden gewichtscontrolerende gedragingen, zoals vasten, purgeergedrag, excessief bewegen (YED-Q). De helft van hen scoorde op de DEPS-R   onder de cutoff van verstoord eetgedrag), wat tegenstelling is met de verwachting.

Conclusie:

Hoewel beide instrumenten tot dezelfde prevalentie van verstoord eetgedrag kwamen, identificeerden ze andere jongeren met verhoogd risico.

DEPS-R is nuttig als een eerste screeningsinstrument, maar niet voldoende als enig instrument om signalen van verstoord eetgedrag te identificeren.

Zorgverstrekkers moeten alert zijn op:

  • Binge eating (BED).
  • Purging-gedrag (braken, laxatieven).
  • Andere vormen van gewichtscontrole.
  • Jongeren kunnen insulineinname verminderen voor andere redenen dan gewichtsverlies bvb bij het sporten om hypoglycemie te vermijden, of omwille van angst voor hypoglycemie.

Artikel lezen: Abild CB, Clausen L, Wisting L, Bruun JM, Kristensen K, Støving RK, Vestergaard ET. Screening for disordered eating in adolescents with Type 1 diabetes: A comparison of Diabetes Eating Problem Survey Revised (DEPS-R) and Youth Eating Disorder Examination Questionnaire (YEDE-Q) with item-level analysis. Diabet Med. 2025 May;42(5):e15521. doi: 10.1111/dme.15521.

Embaye et al. (2024) onderzochten de psychometrische eigenschappen van de DEPS-R bij volwassenen met type 1 diabetes.

Doel: evalueren van de psychometrische eigenschappen van deze vragenlijst, en ook de klinische relevantie van cutoff score (³ 20) en individuele items.

Resultaten: 145 volwassenen namen deel met gemiddelde leeftijd van 39 jaar en 80% waren vrouwen. 36% scoorde boven de cutoff, een indicatie voor risico op verstoord eetgedrag. De factor analyse identificeerde zowel goede validiteit voor een 1-factor en een 3-factor structuur (met als subschalen: percepties rond gewicht, ‘ongepast’ diabetes-gerelateerd gedrag, eetbuien en compensatie gedrag).  Er was een verband tussen een score ³ 20  en jongere leeftijd, hogere BMI en diabetes-specifieke stress.

Conclusies:

  • De DEPS-R is waardevol voor het opsporen van diabetes-gerelateerd verstoord eetgedrag bij volwassenen.
  • Niet alle risico’s vertaalden zich in score boven de cut-off van de DEPS-R. Sommige klinisch cruciale items (zoals braken of insuline weglaten) kwamen ook voor bij lage totaalscores.
  • Vandaar is in de klinische praktijk een itemgerichte benadering nodig. Dit vergroot de kans op tijdige signalering van verstoord eetgedrag en een meer gepersonaliseerde zorg.

Nota: de orginele DPES-R heeft 16 items, in deze studie werd één item verwijderd (item dat verwijst naar ketonen) omdat ketonen in Nederland zelden routinematig worden gemeten in de diabeteszelfzorg.

Artikel lezen: Embaye J, Hennekes M, Snoek F, de Wit M. Psychometric properties of the Diabetes Eating Problem Survey-Revised among Dutch adults with type 1 diabetes and implications for clinical use. Diabet Med. 2024 May;41(5):e15313. doi: 10.1111/dme.15313.

Vroegdetectie van eetstoornissen bij jongeren met type 1 diabetes

Onderzoek van Eilander et al. (2017) (NL) richt zich op  adolescenten met type 1 diabetes en hoe we signalen (i.e. ‘yellow flags’) van verstoord eetgedrag in klinische praktijk kunnen herkennen.

Doelen: 1) Hoe vaak komt verstoord eetgedrag voor bij de jongeren en wat zijn mogelijke associaties met de yellow flags?; 2) is er overeenstemming in prevalentie zoals aangegeven door de jongere, ouders en zorgverstrekkers?

De meting verliep in twee stappen: Stap 1: jongeren werden gevraagd om de MIND Youth Questionnaire (MY-Q) in te vullen, deze vragenlijst peilt naar psychologisch welbevinden en heeft 4 vragen over tevredenheid met gewicht en lichaam, eetbuien en insulinerestrictie. Er was een bijkomende vraag over hoe vaak de jongere een dieet had gevolgd in het voorbije jaar. De antwoorden op deze 5 vragen werden gebruikt om ‘yellow flags’ te identificieren. Stap 2: bij yellow flag werd de jongere gevraagd om de DEPS-R in te vullen.

Resultaten:

103 jongeren (11-16 jaar) deden mee. Gemiddelde leeftijd was 13,5 jaar en 52% waren meisjes.

  • In de eerste stap werd voor 46% (n=47) van de jongeren signalen van verstoord eetgedrag (yellow flags) gemeten.
  • 8% (n=8) van deze jongeren had een DEPS-R score boven de cutoff.
  • Factoren die geassocieerd waren aan verstoord eetgedrag (stap 1): (hoger) dieetgedrag, leeftijd en HbA1c; (lagere) levenskwaliteit, zelfvertrouwen in/engagement met diabetes management, lichaamstevredenheid. Geslacht en BMIz waren niet gelinkt aan verstoord eetgedrag.
  • Overeenstemming tussen verstoord eetgedrag zoals aangeven door jongere en in vergelijking met ouders/zorgverstrekkers was eerder laag.

Conclusies:

  • Screening via een stapsgewijze aanpak (eerst welbevinden/psychologische signalen, daarna DEPS-R) is haalbaar en efficiënt in de klinische praktijk.
  • Vertrouwen op ouders/clinici is onvoldoende; de stem van de jongere zelf is cruciaal.
  • Vroege signalering van yellow flags biedt kansen voor preventie en psycho-educatie om escalatie naar eetstoornissen te voorkomen

Artikel lezen: Eilander MM, de Wit M, Rotteveel J, Aanstoot HJ, Bakker-van Waarde WM, Houdijk EC, Nuboer R, Winterdijk P, Snoek FJ. Disturbed eating behaviors in adolescents with type 1 diabetes. How to screen for yellow flags in clinical practice? Pediatr Diabetes. 2017 Aug;18(5):376-383. doi: 10.1111/pedi.12400.

Meer weten over de MY-Q: een screening vragenlijst makkelijk te gebruiken in klinische praktijk met jongeren (10 tot 18 jaar) met type 1 diabetes:

de Wit M, Winterdijk P, Aanstoot HJ, Anderson B, Danne T, Deeb L, Lange K, Nielsen AØ, Skovlund S, Peyrot M, Snoek F; DAWN Youth Advisory Board. Assessing diabetes-related quality of life of youth with type 1 diabetes in routine clinical care: the MIND Youth Questionnaire (MY-Q). Pediatr Diabetes. 2012 Dec;13(8):638-46. doi: 10.1111/j.1399-5448.2012.00872.x.

VAE workshop – Peter Rober – Hoe overleef ik als therapeut?

Over stress en zelfzorg in het werken met eetproblematieken en eetstoornissen

Inleiding

Het werken met individuen met een eetstoornis brengt heel wat uitdagingen met zich mee, die een duidelijke impact op ons als hulpverlener hebben. Het belang van zelfzorg is hierbij niet te onderschatten. Hoe we omgaan met deze uitdagingen en de bijbehorende stress speelt een belangrijke rol in onze effectiviteit als hulpverlener. Tijdens de jaarlijkse VAE-workshop op 25 november 2025 stond prof. dr. Peter Rober stil bij deze thema’s, die niet alleen essentieel zijn voor ons eigen welzijn, maar ook sterk bijdragen aan de kwaliteit van de zorg die we bieden.

Uitdagingen voor de Therapeut

Confrontatie met intense gevoelens

Hulpverleners worden regelmatig geconfronteerd met intense gevoelens, zoals frustratie, irritatie of machteloosheid. Specifiek bij het werken met individuen met een eetstoornis komen vaak gevoelens van wanhoop, incompetentie of bezorgdheid voor. Het ervaren van deze intense emoties is normaal, maar ze kunnen nadelige effecten hebben op ons handelen en de relatie met de cliënt. Om dit te voorkomen is het van groot belang deze zo snel mogelijk te bespreken met je supervisor, team of met de cliënt zelf (Zeeck et al., 2025; P.  Rober, VAE-workshop, 25 november 2025).

Burn-outklachten

Burn-out komt vaak voor bij hulpverleners (Sideri et al., 2025), maar opvallend is dat het relatief minder voorkomt bij hulpverleners in de eetstoornissenzorg. Hoewel zij hoge niveaus van emotionele uitputting rapporteren, ervaren ze minder cynisme en een minder sterk gevoel van gebrek aan persoonlijke prestaties (Hage et al., 2021; Warren et al., 2015). Desondanks mogen burn-outklachten ook in deze groep niet worden onderschat en verdienen ze de nodige aandacht, omdat burn-out samenhangt met minder voordelige therapie-uitkomsten (Delgadillo et al., 2018).

Tegenoverdacht in Teams

Een bijkomende uitdaging voor hulpverleners is wat Peter Rober ‘besmetting’ noemt. Bij het werken met individuen met een eetstoornis kunnen eigenschappen zoals cognitieve rigiditeit, controle en perfectionisme zich ook bij de hulpverlener en het team laten zien. Gezinsdynamieken, zoals een moeder die sterk waakzaam is en een vader die het losser aanpakt, kunnen zich weerspiegelen in het behandelproces en tegenoverdrachtelijk uitgespeeld worden binnen het team. Dit kan leiden tot splitting, waarbij teamleden uiteenlopende visies en manieren van handelen aannemen (Conrad et al., 1992; Golan et al. 2013). Dergelijke patronen komen het behandelproces niet ten goede en benadrukken het belang van een gedeelde, consequente teamvisie en duidelijke afspraken.

Eetstoornisverleden van de Hulpverlener en Zelfonthulling

Twintig à drieëndertig procent van de hulpverleners binnen de eetstoornissenzorg heeft zelf een eetstoornisgeschiedenis (Williams & Haverkamp, 2015). Deze ervaringsdeskundigheid hoeft op zich geen probleem te zijn en kan zelfs een meerwaarde vormen, bijvoorbeeld door verhoogde empathie, sensitiviteit en begrip voor de beleving van cliënten (Johnson et al., 2005; Warren et al., 2013). Tegelijk is het belangrijk om stil te staan bij de mogelijke uitdagingen ervan.

Zo kunnen de grenzen tussen het professionele en persoonlijke leven vervagen. Ook het welzijn van de hulpverlener kan onder druk kan komen te staan (bijvoorbeeld: emotionele overspoeling, herval in de eigen eetstoornis). Daarnaast bestaat het risico dat er onbewust vooral geluisterd wordt vanuit het eigen eetstoornisverhaal, waardoor bepaalde aspecten van het verhaal van de cliënt minder aandacht krijgen of zelfs gemist worden (Costin & Johnson, 2002; De Vos et al., 2016; Johnson et al., 2005; Warren et al., 2013; Williams & Haverkamp, 2015).

Ook het delen van persoonlijke ervaringen (self-disclosure) vraagt bijzondere aandacht en zorgvuldige overweging. Het is aangewezen zulke overwegingen vooraf te bespreken in supervisie (Williams & Haverkamp, 2015). Wanneer persoonlijke ervaringen worden gedeeld, dient dit steeds herstelgericht te gebeuren, met focus op kracht en groei, en niet op het ziekteverhaal (De Vos et al., 2016). Vaak is het zelfs meer helpend om ervaringskennis op een impliciete manier in te zetten, zonder expliciet eigen persoonlijke ervaringen te delen (P. Rober, VAE-workshop, 25 november 2025).

Voor Jezelf Zorgen – “If you don’t take care of yourself, who will?”

Om opgewassen te blijven tegen deze uitdagingen, is aandacht voor goede zelfzorg essentieel.  Zelfzorg wordt nog te vaak gezien als iets dat je alleen moet vormgeven, maar dat is een misvatting: steun van anderen is hierbij onmisbaar. Prof. dr. Peter Rober (VAE-workshop, 25 november 2025) benoemt negen essentiële elementen voor een goede zelfzorg:

  1. Supervisie als structurele hygiëne: Minstens eenmaal per maand contact met een supervisor is aangewezen.
  2. Intervisie en collegiale steun: Verbinding met anderen biedt bescherming bij existentiële uitdagingen, zoals agressie of overlijden van cliënten.  
  3. Duidelijke grenzen tussen werk en persoonlijk leven: bewust nadenken over je therapeutisch kader, investeren in je persoonlijke leven en duidelijke grenzen rond bereikbaarheid en sociale media. Zo blijf je betrokken én behoud je je grenzen (boundaried generosity; Rønnestad & Shovholt, 2013).
  4. Pauzes tussen sessies voor emotionele decompressie: Een 30-tal minuten tussen sessies helpt om de sessie echt te verwerken. Maak bijvoorbeeld notities van je ervaringen.
  5. Caseloadbewaking: Houd rekening met het aantal dossiers, hun complexiteit, ernst en je eigen kwetsbaarheden. Een heterogene caseload is aangewezen.
  6. Zelfmonitoring en bewaking: Let op waarschuwingssignalen van uitputting en burn-out. Laat je team je hierbij helpen.
  7. Enjoy the small victories: Heb aandacht voor elk succes, hoe klein ook. Ze laten zien dat je impact hebt, ook al voelt dat soms niet zo.
  8. Steun van anderen: Supervisie, intervisie en steun van je naasten thuis zijn onmisbaar, vooral in moeilijke periodes.
  9. Organisatorische erkenning: Organisaties dragen een belangrijke verantwoordelijkheid voor zelfzorg. Door de complexiteit van het werk te erkennen, bieden ze ondersteuning.

Referenties

Conrad, N., Sloan, S., & Jedwabny, J. (1992). Resolving the control on an eating disorders unit. Perspectives in psychiatric care, 28(3), 13-18. https://doi.org/10.1111/j.1744-6163.1992.tb00374.x

Costin, C., & Johnson, C. (2002). Been there, done that: Clinicians’ use of personal recovery in the treatment of eating disorders. Eating Disorders, 10(1), 293-303. https://doi.org/10.1080/10640260214506

De Vos, J. A., Netten, C., & Noordenbos, G. (2016). Recovered eating disorder therapists using their experiental knowledge in therapy: A qualitative examination of the therapists’ and the patients’ view. The Journal of Treatment & Prevention, 24(3), 207-223. https://doi.org/10.1080/10640266.2015.1090869

Delgadillo, J., Daxon, D., & Barkham, M. Associations between therapists’ occupational burnout and their patients’ depression and anxiety treatment outcomes. Depression and anxiety, 35(9), 844-850. https://doi.org/10.1002/da.22766

Golan, M., Yaroslavski, A., & Stein, D. (2013). Managing eating disorders: Countertransference processes in the therapeutic milieu. International Journal of Child Health and Adolescent Health, 2(2), 213-227.

Hage, T. W., Rø, Ø., & Moen, A. (2017). “Do you see what I mean?” Staff collaboration in eating disorder units during mealtimes. BMC Nursing, 16(1), 40-49. https://doi.org/10.1186/s12912-017-0233-3  

Johnson, C., Smethurst, N., & Gowers, S. (2005). Should people with a history of an eating disorder work as eating disorder therapists? European Eating Disorders Review, 13(5), 301-310. https://doi.org/10.1002/erv.659

Rønnestad, M. H., & Skovholt, T. M. (2013). The developing practitioner: Growth and stagnation of therapists and counselors. New York, NY: Brunner-Routledge.

Sideri, A. D., Kipoulas, E., Leddy, A., & Hackmann, C. (2025). Prevalence and risk factors burnout among mental health professionas in the NHS: A systematic review. Counselling and Psychotherapy Research, 25(4). https://doi.org/10.1002/capr.70055  

Warren, C. S., Schafer, K. J., Crowley, M. E. J., & Olivardia, R. (2013). Treatment providers with a personal history of eating pathology: A qualitative examination of common experiences. Eating Disorders, 21(4), 295-309. https://doi.org/10.1080/10640266.2013.797318

Willams, M., & Haverkamp, B. E. (2015). Eating disorder therapists’ personal eating disorder history and professional ethics: An interpretative description. Eating Disorders, 23(5), 393-410 https://doi.org/10.1080/10640266.2015.1013393

Zeeck, A., Gruteser, V., Lau, I., Egenolf, M., Klose, C., Lienhart, S., & Hartmann, A. (2025). Coutertransference in the treatment of patients with eating sisorders. Journal of Eating Disorders, 13(1), 240-214. https://doi.org/10.1186/s40337-025-01439-z

Datum laatste aanpassing: 28 januari 2026

Nieuws

Opstart supraregionale MAST-teams ter ondersteuning van de zorg voor jongeren met een complexe eetstoornis

Opstart supraregionale MAST-teams ter ondersteuning van de zorg voor jongeren met een complexe eetstoornis

jan 2026 – Dit najaar zijn de supraregionale MAST-teams (Multidisciplinair Ambulant Support Team), verbonden aan de referentiecentra voor eetstoornissen, officieel opgestart. Ze bieden ondersteuning bij complexe eetstoornissen waarvoor intensievere zorg nodig is: hardnekkige eetstoornissen die gepaard gaan met ernstige comorbiditeit zoals een complexe gezinssituatie, een ontwikkelingsstoornis of een andere psychiatrische problematiek. Samen met de provinciale MAST-teams, die vanuit de GGKJ-netwerken al enige tijd operationeel […]

Voor u gelezen: richtlijninformatie

Voor u gelezen: richtlijninformatie

jan 2026 – Voor u gelezen: richtlijninformatie We zetten graag enkele interessante richtlijnen rond eet- en gewichtsproblemen in de kijker: een richtlijn van de WHO rond het gebruik van GLP-1, en een aanvulling op het aanbod SEES-guidelines (safe exercise at every stage). De WHO-richtlijn voor het gebruik van GLP-1 voor de behandeling van obesitas bij volwassenen In december […]

Interessante info uit externe vormingen

Interessante info uit externe vormingen

jan 2026 – Eetexpert was erbij op enkele interessante conferenties en vormingen. We geven jullie graag enkele inzichten mee uit de DADE conferentie (Diabetes and Disordered Eating) en uit de jaarlijkse VAE-workshop met Peter Rober die sprak over stress en zelfzorg bij het werken met eetproblematieken. Meer externe vormingen vind je in onze vormingsagenda. Diabetes and Disordered Eating […]

Eet- en gewichtsproblemen in Vlaanderen: wat recente populatieonderzoeken tonen

Eet- en gewichtsproblemen in Vlaanderen: wat recente populatieonderzoeken tonen

jan 2026 – In Vlaanderen volgen verschillende instanties via populatieonderzoeken de gezondheid van de bevolking en de prevalentie van ziekten op. Ook voor eet-en gewichtsproblemen worden er heel wat data verzameld.  Ze laten ons toe om gezondheidstrends in kaart te brengen en vormen een belangrijke basis voor beleid, preventie en organisatie van de gezondheidszorg in België. Het afgelopen […]

Terugblik op Body Buddy: Samen groeien naar meer lichaamstevredenheid

Terugblik op Body Buddy: Samen groeien naar meer lichaamstevredenheid

jan 2026 – In 2025 zetten we sterk in op lichaamstevredenheid bij jongeren. Met het Body Buddy-project brachten we over heel Vlaanderen omstaanders van jongeren samen in verschillende co-creatiesessies: leerkrachten, hulpverleners, opvoedingsondersteuners, jeugdwerkers, ouders en andere betrokkenen. Zij spelen een cruciale rol als rolmodel, en dus als echte body buddy. Dankzij input uit verschillende hoeken ontwikkelden we nieuwe, […]

Zorgtraject obesitas voor kinderen bestaat 2 jaar

Zorgtraject obesitas voor kinderen bestaat 2 jaar

dec 2025 – Zorgtraject obesitas voor kinderen bestaat 2 jaar Vandaag viert het zorgtraject obesitas voor kinderen zijn tweejarige bestaan. Bij deze willen we de PMOC’s (Pediatrische Multidisciplinaire Obesitascentra) en betrokken ambulante zorgverleners van harte feliciteren en ook uitdrukkelijk bedanken voor jullie inzet in de zorg voor obesitas bij kinderen. Jullie maken wel degelijk verschil! Informatiepakket uit voor […]

Eetvaardigheden en eetstoornissen bij diabetes

Eetvaardigheden en eetstoornissen bij diabetes

nov 2025 – Eetvaardigheden en eetstoornissen bij diabetes Vorige week stond Wereld Diabetes Dag opnieuw stil bij de impact van diabetes op het dagelijks leven. Het doel van een diabetesbehandeling is om zo stabiel mogelijke glucosewaarden te bereiken en te behouden. Voeding, beweging en medicatie spelen daarbij een belangrijke rol. Maar diabeteszorg gaat veel verder dan medische opvolging. […]

Eindrapport studie Jongeren en Gezondheid 2021-2024 (HBSC Vlaanderen)

Eindrapport studie Jongeren en Gezondheid 2021-2024 (HBSC Vlaanderen)

okt 2025 – Eindrapport studie Jongeren en Gezondheid 2021-2024 (HBSC Vlaanderen) Het eindrapport van de studie Jongeren en Gezondheid 2021-2024 (HBSC Vlaanderen) werd afgelopen zomer gepubliceerd. In deze grootschalige studie werd de gezondheid, het gezondheidsgedrag en de sociale omgeving van meer dan 20.000 jongeren in Vlaanderen in kaart gebracht. Bijzondere aandacht ging uit naar hun mentaal, sociaal en […]