Welke testen zijn nodig en waar kan je die vinden?

Tijdens je diagnostiek is het noodzakelijk om zicht te krijgen op:

Eetstoornissymptomen

Comorbiditeit op vlak van As I en As II klachten

Coping

Gezinscontext en ruimere context

De diagnose van anorexia nervosa, boulimia nervosa of eetbuistoornis is een gedragsdiagnose op basis van een klinisch oordeel. Testen zijn hulpmiddelen om relevante beschermende, risico- en onderhoudende factoren in kaart te brengen (zie ook Nodige expertkennis/verklaringsmodel). Om een daadwerkelijke diagnose te stellen, is de SCID-5, het gestructureerd klinisch interview van de DSM-5, de gouden standaard. Een diagnostisch interview zoals de SCID is echter heel tijdsintensief, en in de praktijk wordt vaak gewerkt met een combinatie van gespreksinformatie (patiënt en eventueel naasten), dossierinformatie (van andere hulpverleners) en vragenlijsten, eerder dan met een gestructureerd klinisch interview. 

Hierboven wordt ingegaan op wat je bevraagt bij (een vermoeden van) een eetstoornis. De checklist voor symptoominventarisatie kan hierbij een handig instrument zijn. Er bestaan ook enkele vragenlijsten die hierbij kunnen helpen. Je dient zoals reeds aangegeven zowel de cliënt als de omgeving te bevragen en waar mogelijk op verschillende manieren.

Vanuit handelingsgericht oogpunt kunnen onderstaande specifieke testen een meerwaarde zijn. Dit is geen exhaustief overzicht van alle mogelijke relevante meetinstrumenten. Meer testmateriaal vind je op www.tijdschriftvoorpsychiatrie.nl.

Symptomen in kaart brengen 

Verstoord eetgedrag en verstoorde cognities 

(in functie van diagnostiek en ernstinschatting):

  • Eating Disorder Examination Questionnaire – EDE-Q, Fairburn & Beglin, 1994
    • De Engelstalige vragenlijst (EDE-Q), een versie voor adolescenten, en scoringsinformatie vind je hier
    • Er bestaat een NL vertaling van Anita Jansen (2014); dit zijn de vragenlijst en het bijhorende scoringsformulier; bruikbaar vanaf 12 jaar en gratis
    • Er bestaat ook een korte versie van 12 items – EDE-QS; deze kan je donwloaden in de appendix van dit artikel; info rond een mogelijke cut-off vind je hier
    • Eetvragenlijst voor kinderen (chEDE-Q) – Decaluwé & Braet (1999) – 8 tot 18 jaar: gratis 
  • Inventarisatie van eetstoornissymptomen –  EDI-3, Garner & Van Strien, 2016 – 13 tot 39 jaar 

Eetstijl (bij overgewicht)

Bijkomend informatie over de eetstijl geeft handvatten voor de behandeling: bij iemand met een emotionele eetstijl ga je werken aan alternatieve copingstrategieën; bij iemand met een externe eetstijl komen zelfcontrole en contact maken met lichaamssignalen rond honger en verzadiging aan bod. Bij iemand met een lijngerichte eetstijl ga je onder meer in op het zwart-wit denken over gezondheid.

Eetdagboek

Voor een voorbeeld, klik hier

Compulsief bewegen

De Compulsive Exercise Test (CET) (Taranis et al., 2011) werd ontwikkeld om symptomen van compulsief bewegen in kaart te brengen bij personen met een eetstoornis (voor meer info, zie review van Harris et al., 2020). De Engelstalige test en scoringsinformatie vind je hier

Comorbiditeit op vlak van As I en As II klachten

Internaliserende en externaliserende gedragsproblemen

Persoonlijkheid

  • Er is een hoge comorbiditeit tussen persoonlijkheidsstoornissen en eet- en gewichtsproblemen. De mate van impulsiviteit en/of rigiditeit vragen elk een andere aanpak. Controlegedrag en impulsiviteit komen ook vaak samen voor. Dit patroon zien we bijvoorbeeld bij patiënten met boulimia nervosa, waarbij controle gezocht wordt in restrictie van eetgedrag, na eetbuien die gekenmerkt worden door impulsiviteit. Daarbij is het als hulpverlener vooral zaak de ‘wipplankbeweging’ van eetbuien naar restrictie en omgekeerd te proberen beperken.
  • Quick Big Five persoonlijkheidstest QBF,Vermulst and Gerris 2005, +18j

Coping

Gebrekkige emotieregulatie is een belangrijke risicofactor voor eet- en gewichtsproblemen. Aanleren van adequate coping strategieën maakt doorgaans deel uit van de behandeling.

Utrechtse Copinglijst – UCL, 1993 – vanaf 14 jaar

Gezinscontext en ruimere context

Gehechtheid

De kwaliteit van de gehechtheidsrelatie is zowel een risicofactor als een belangrijke factor in de ernst van de problematiek. Het dient dan ook meegenomen te worden in de behandeling.

  • Experiences in Close Relationships Questionnaire – ECR, Fraley, Waller & Shaver (2000)  – vertaling Buysse & Dewitte (2004)  – gratis
  • People in my life, PIML, 10-11j
  • Inventory of Parent and Peer Attachment, IPPA, 12-19j
  • My memories on upbringing, EMBU

Ruimere context

Uitbreidingsmateriaal