Kritisch kijken naar (populaire) diëten

Een nieuwe dag, een nieuw dieet, of zo lijkt het wel. Elk met hun eigen “gemakkelijke” recept tot gewichtsverlies. Maar is gewichtsverlies wel het belangrijkste criteria om de kwaliteit van een dieet te beoordelen? 

Elk dieet dat de oplossing voor obesitas belooft, moet vertrekken vanuit een “DO NO HARM”-benadering: een dieet mag voor niemand schadelijke gevolgen hebben, niet op korte termijn maar zeker ook niet op lange termijn. Het dieet moet dus kunnen garanderen dat het niet leidt tot verstoord eetgedrag en de ontwikkeling van eetstoornissen, of op langere termijn tot gewichtstoename (en mogelijks terug tot overgewicht of obesitas). Een dergelijk voedingspatroon moet kunnen voldoen aan de volgende criteria: 

Gezondheidswinst

Experten en onderzoekers benadrukken het belang dat mensen met obesitas kunnen evolueren naar een gezond gewicht via een gezonde leefstijl . Een gezond gewicht verschilt van een normaal gewicht in verschillende opzichten. Een normaal gewicht verwijst naar een gewicht binnen de BMI-grenzen 18,5 – 25. Echter dit BMI zegt niets over de manier waarop iemand dit gewicht bereikt heeft, en vertelt dus niets over de leefstijl van een persoon. Daarom is het op individueel niveau belangrijk om het gezonde gewicht te benadrukken. Een gezond gewicht is het gewicht dat iemand bereikt via een gezonde leefstijl (ALLES♥), en dat voor die individuele persoon leidt tot de grootste gezondheidsvoordelen. Concreet betekent dit dat niet voor elk individu het gezonde gewicht binnen de grenzen van een normaal BMI ligt. Meer informatie vind je hier. Bijkomend blijkt gewichtsverlies in realiteit niet altijd zo haalbaar: onderzoek toont dat blijvend gewichtsverlies helemaal niet zo gemakkelijk te bereiken is en dat mogelijk slechts een beperkt mate van gewichtsverlies fysiologisch mogelijk is: 5 tot 10%. Dit is niet noodzakelijk slecht nieuws: overgewicht staat niet altijd synoniem voor een slechte gezondheid en gewichtsverlies is niet altijd nodig voor een betere gezondheid.

Het is bijgevolg veel productiever om te focussen op een gezonde leefstijl (ALLES♥) in plaats van een restrictief dieet. Bij het hanteren van een gezonde leefstijl is er steeds gezondheidswinst, of je nu gewicht verliest of niet. Gewichtsverlies, naar je eigen persoonlijke gezonde gewicht, kan wel een mogelijk gevolg zijn van een gezonde leefstijl op langere termijn.

Onder een gezonde leefstijl valt ook ‘Afwisselend eten’ waarbij er niet alleen aandacht wordt gegeven aan ‘wat’ men eet, maar vooral ook ‘hoe’ men eet via de vier eetvaardigheden (4 G’s) uit het kader voor eetcompetent gedrag van Satter (2007): Gestructureerd (eten op regelmatige tijdstippen), Genieten (kunnen genieten van eten zonder schuldgevoelens), Gevarieerd (voldoende variatie in eetpatroon zodat benodigde voedingsstoffen worden verkregen  en niet bang zijn om nieuwe dingen te proeven) en Genoeg (luisteren naar je honger- en verzadigingssignalen). Een evenwichtig voedingspatroon vertrekt dus best vanuit deze vier eetvaardigheden met de focus op gezondheidswinst in plaats van gewichtsverlies. Echter, dient dit altijd ingebed te worden in een bredere gezonde leefstijl, waarbij er ook aandacht is voor leuk bewegen, lichaamstevredenheid, emoties hanteren, slaaphygiëne en sociale verbondenheid.

Gezondheidsrisico’s  beperken

Om te spreken van een evenwichtig voedingspatroon is het niet voldoende noch noodzakelijk om enkel naar gewichtsverlies te kijken: een evenwichtig voedingspatroon mag geen bijkomende risico’s hebben voor de gezondheid d.w.z. het moet een gunstige invloed op o.a. de metabole gezondheid en niet leiden tot voedingstekorten of andere gezondheidsproblemen. Bij diëten waarin bepaalde voedingsmiddelen geschrapt of sterk gereduceerd worden, is er steeds het risico op voedingstekorten of negatieve effecten van een teveel van bepaalde voedingsstoffen. Bij koolhydraatarme diëten is het bijvoorbeeld opletten voor vezeltekorten maar ook voor mogelijk negatieve effecten van de hogere consumptie van vetten op het cholesterolprofiel.

Eetcompetent gedrag versterken

Het is van belang om eetcompetent gedrag via de vier eetvaardigheden te versterken. Onderzoek toont aan dat er een negatieve associatie is tussen competent eetgedrag en eetproblemen/eetstoornissen: mensen die hoog scoren op eetcompetent gedrag rapporteren minder symptomen en kenmerken van eetstoornissen. Terwijl in onderzoek veelvuldig is aangetoond dat (rigide) diëten het risico op verstoord eetgedrag en eetstoornissen verhoogt. De vier G’s kunnen op die manier dus uit evenwicht geraken. 

Eén van de bezorgdheden bij diëten is dat een beperking van bepaalde voedingsmiddelen net kan leiden tot overconsumptie op momenten dat de teugels wat losser worden, in die mate dat eetbuien kunnen ontstaan. Wanneer er te veel nadruk komt op wat je eet (Gevarieerd), kan je niet meer genieten van eten (Genieten) en lok je vaak eetbuien uit van de voedingsmiddelen die je jezelf verbiedt (Genoeg). Een dieet waarbij men bepaalde voedingsmiddelen voor een bepaalde periode beperkt, moet dus ook kunnen aantonen dat deze restrictie niet leidt tot een toename van overeten of eetbuien. 

Eenzelfde verhaal geldt voor diëten waarbij maaltijden worden uitgesteld zoals bij het periodiek vasten: onderzoek toont aan dat het risico op overeten en eetbuien wordt verhoogd bij langer periodes zonder eten. Door een verstoorde structuur in de eetmomenten (Gestructureerd) wordt het moeilijker om te luisteren naar je honger- en vezadigingssignalen en ga je je gemakkelijker overeten op momenten dat eten wel mag (Genoeg). Bovendien beginnen sommige mensen sociale activiteiten te vermijden waarbij er gegeten wordt tijdens de vastenperiode, waardoor je minder kan genieten van gezellig samen eten (Genieten).

Noot: Er verschijnt hier en daar onderzoek en advies om het ketodieet te gebruiken ter behandeling van binge eating disorder (BED). Door om te schakelen naar een koolhydraatarm voedingspatroon zou men eetbuien en eetverslavingen kunnen voorkomen. Het is erg belangrijk om kritisch naar deze onderzoeken en adviezen te kijken: de vraag is maar of de restrictie in koolhydraten (Gevarieerd) op een bepaald moment niet omslaat naar een overconsumptie in koolhydraten omwille van de opgelegde restrictie en te lage energie-inname doorheen de dag (Genoeg). Voor de behandeling van eetbuien en BED is het beter om patiënten anders te leren omgaan met voedingsmiddelen die eetbuien kunnen uitlokken i.p.v. deze voedingsmiddelen te ontwijken.  Dit geeft meer garantie voor succes op langere termijn.

Een evenwichtig voedingspatroon en eetgedrag houdt dus niet enkel rekening met ‘wat’ er gegeten wordt, maar vooral met ‘hoe’ er gegeten wordt aan de hand van de vier eetvaardigheden.

Positieve langetermijneffecten 

In het opzetten van projecten, mediaberichten, ect. is het van belang eetgedrag te ondersteunen waarvan we weten dat ze op lange termijn positieve effecten waarborgen en er geen schadelijke neveneffecten ontstaan. De langetermijnstudies die er zijn rond diëten die op korte termijn tot spectaculair gewichtsverlies of gezondheidseffecten leiden, kunnen tot nu toe echter niet overtuigend aantonen dat het gewichtsverlies op langere termijn behouden blijft. De looptijd van studies is vaak beperkt, patiënten kunnen vaak door praktische problemen maar voor een beperkte periode worden opgevolgd. Bovendien is het bij langetermijnstudies lastiger om te controleren voor storende variabelen. Dat maakt dat er over het algemeen weinig langetermijnstudies worden uitgevoerd waardoor op het eerste gezicht ‘fantastische’ kortetermijnresultaten niet gevalideerd kunnen worden op lange termijn, maar ook dat er weinig bekend is over de schadelijke neveneffecten van bepaalde diëten op lange termijn. Brouns (2018) geeft bijvoorbeeld aan dat er nog onvoldoende studies zijn naar de langetermijneffecten van koolhydraatarme diëten. 

Wat is dat dan, het‘ideale’dieet? 

We kunnen concluderen dat het ‘ideale’ dieet niet bestaat. Wat werkt dan wel? Een focus op een gezonde leefstijl in al zijn facetten (ALLES♥) waarbij er ook aandacht is voor afwisselend eten en duurzame gewoontes creëren en volhouden. Het kader voor eetcompetent gedrag van Satter (2007) pleit voor prioritaire inzet op het versterken van de vier eetvaardigheden die horen bij evenwichtig eetgedrag: Gestructureerd (eten op regelmatige tijdstippen), Genieten (genieten van eten zonder schuldgevoelens), Gevarieerd (voldoende variatie in eetpatroon zodat benodigde voedingsstoffen worden verkregen en niet bang zijn nieuwe dingen te proeven) en Genoeg (luisteren naar je honger- en verzadigingssignalen).  

Een gevarieerd voedingspatroon houdt bovendien rekening met de voedingswaarde van voeding en zorgt voor een optimale afstemming tussen de voedingswaarde van wat er gegeten wordt en de noden van ons lichaam. Op die manier worden schadelijke gezondheidseffecten en risico’s beperkt. Het voedingspatroon mag daarnaast niet vertrekken van een te rigide beperking, als we verstoord eetgedrag en eetstoornissen willen voorkomen. Beperking mag, maar dan een gematigde, flexibele beperking. Een gematigde beperking met ruimte voor een extraatje zorgt niet alleen dat het dieet op lange termijn kan worden volgehouden, het verlaagt ook het risico op schadelijk neveneffecten zoals eetbuien. De voedingsdriehoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven zorgt voor een goed uitgangspunt bij het samenstellen van een gevarieerd voedingspatroon. De voedingsdriehoek geeft een handig overzicht van welke voedingsmiddelen men nodig heeft om het lichaam in al zijn behoeften te voorzien.