Welke cijfers geven een goed beeld over eet- en gewichtsproblemen in mijn buurt?  arrow

Zowel de cijfers rond de gewichtsstatus (BMI, gewichtscurves) als cijfers over leefstijlfactoren zijn belangrijk om dit in kaart te brengen. Zo krijg je veel meer informatie over iemands gezondheidsstatus dan wanneer je kijkt naar gewicht alleen. Ook risicofactoren voor het ontstaan van eetproblemen en gewichtsproblemen en andere psychische klachten zijn belangrijk om in kaart te brengen. 

  • Onze cijferpagina geeft een overzicht van recente cijfers uit Vlaanderen, België en internationaal voor eetstoornissen en gewichtsproblemen. 
  • Voor cijfers in jouw stad of gemeente kan je contact opnemen met de logo-medewerker in je regio en een kijkje nemen op de website van het departement zorg. 

Is preventief informatie geven over eetstoornissen effectief om ze te voorkomen? arrow

Interventies die enkel focussen op de gevaren van eetstoornissen hebben geen preventief effect. Bovendien zijn er heel wat bezorgdheden rond deze aanpak: informeren over de kenmerken van eetstoornissen kan kwetsbare jongeren ‘op ideeën brengen’ en het kan verstoord gedrag normaliseren. Ook is de adolescentie een periode waarin aandacht zoeken een normaal ontwikkelingsthema is. Dit maakt het heel belangrijk om niet enkel probleemgedrag onder de aandacht te brengen, maar vooral te focussen op gezonde groeithema’s. Hoewel er tot heden weinig rechtstreeks bewijs is dat informatie geven over de risico’s van eetstoornissen schadelijke effecten heeft, moet er toch heel voorzichtig omgesprongen worden met het informeren van jongeren rond gevaarlijke methoden om gewicht te verliezen. Onderzoek toont ook dat preventieprogramma’s die psycho-educatie rond eetstoornissen bevatten, minder effectief zijn.

Wat dan wel?
Zet in op een gezonde leefstijl.

Is preventief informatie geven over de gevaren van overgewicht effectief om gewichtsproblemen te voorkomen? arrow

Interventies die enkel focussen op de risico’s van overgewicht kunnen schadelijke effecten hebben.  Ze zijn stigmatiserend, kunnen lichaamsontevredenheid uitlokken, en kunnen aanzetten tot ongezonde gewichtscontrolestrategieën. Te eenzijdige focus op gewicht is bij de preventie (en aanpak) van overgewicht en obesitas te vermijden. Het bevorderen van een gezonde leefstijl, met inbegrip van gezond en evenwichtig eten, plezierige fysieke activiteiten op maat en een gezond lichaamsbeeld zijn te verkiezen uitgangspunten. Gezond eetgedrag is veel ruimer dan de ‘juiste’ voedingsmiddelen eten, het gaat over een regelmatig eetpatroon waarbij gevarieerd wordt gegeten binnen verhoudingen die in lijn zijn met de voedingsaanbevelingen (bv. van de voedingsdriehoek). Hierbij bestaat een ontspannen houding tegenover eten en bewegen (zie eetcompetentie).  Het halen van de doelstellingen op vlak van gewicht aan de hand van ongezonde methoden moet ten zeerste worden ontmoedigd (bv. maaltijden overslaan, restrictieve diëten op vlak van calorieën of het weglaten van bepaalde voedingsgroepen, extreem bewegen…). (zie pagina de risico’s van lijnen). 

Hoe communiceer je dan wel best rond eten en gewicht?
Je vindt info en handvatten op de infopagina rond Stigmatisering en communicatie

Waar moeten we vanuit de stad of gemeente op letten in onze communicatie rond eten, voeding en gewicht? arrow

Het is belangrijk om stigmatisering tegen te gaan in je communicatie en boodschappen te formuleren waar iedereen deugd van heeft. Infofiche Praten over eten en gewicht – gemeente neemt je alvast mee in de kernpunten. Belangrijke aandachtspunten worden aangegeven in de basisprincipes rond preventie van eetproblemen, eetstoornissen en gewichtsproblemen.

Meer info: Communicatie en stigma

Wat zijn de nieuwe accenten voor primaire preventie van obesitas? arrow

De focus van primaire preventie is de voorbije jaren verschoven van gewichtsfocus naar bevordering van een gezondheid in de brede zin via gezonde leefstijl, en van het verminderen van risicofactoren naar het versterken van beschermende factoren (Northern Health, 2012). Men pleit ervoor om in te zetten op de uitbouw van goede eetcompetenties en beweeggedrag, maar tegelijk ook te stimuleren tot het werken aan een positief zelfbeeld en lichaamsbeleving, goede emotieregulatie, verbondenheid, en mediaweerbaarheid. Acties die gewichtspreoccupaties en lichaamsontevredenheid uitlokken worden afgeraden. De focus van universele preventieprogramma’s moet iedere burger in zijn fysieke en psychosociale gezondheid versterken, en mag op geen enkele manier stigmatiserend zijn.  
 
Als werkvorm pleit men voor invoegen in de concrete vindplaats van de burger: de buurt, de school, het werk, de vrijetijdsgroep, de community op sociale media… (WHO, 2020). Een buurtgerichte aanpak maakt intense samenwerking tussen alle mogelijke omstaanders mogelijk waardoor snelle gezondheidswinst geboekt wordt. Het betrekken van een lokale gemeenschap genereert een grotere inzet en betrokkenheid vanwege de bevolking. Het maakt veranderingen mogelijk in gedrag en nabije omgevingen, maar ook in het beleid en acties binnen lokale gemeenschappen zelf.  
 
Inhoudelijk pleit men voor een ruime benadering waar dezelfde boodschap in alle mogelijke leefsettings (werk, school, vrije tijd, familie, zorg en lokaal bestuur) geconcretiseerd wordt voor sterkere impact (WHO, 2020). De WHO verwijst daartoe naar het Ottawa Charter for Health Promotion (1986) dat pleit voor inzet op vijf actieterreinen

  1. Politiek: Overheden stimuleren via een gericht beleid een gezonde leefstijl (bv. via veilige fietsinfrastructuur of voldoende openbare speelruimtes).  
  2. Zorg: De zorgsector heroriënteert zich van het louter verstrekken van (medische) zorgen naar het bevorderen van de gezondheid. 
  3. Lokale gemeenschap: Bestaande netwerken en groepen (o.a. buurtwerking, zelfhulpgroepen, vrijwilligersorganisaties, …) concretiseren een gezondheidsgerichte boodschap in hun activiteiten.  
  4. Leef-, leer-, en werkomgeving: In dichte sociale netwerken zoals het gezin, de school- of werkomgeving worden gezonde omgevingen uitgebouwd. 
  5. Individu: Het individu wordt geholpen bij het ontwikkelen van persoonlijke vaardigheden en kennis om gezondere gewoonten te leren kennen en toe te passen.    

Naast het vindplaats-gericht werken, pleit men ervoor om ook aan te sluiten op groei- en levensfasethema’s:

  1. Prenataal: In deze periode wordt ingezet op goede eetcompetenties bij de moeder, zodat zij voldoende en evenwichtige voeding eet die nodig is voor zowel haar eigen gezondheid als om de groei van de foetus te ondersteunen.  
  2. Zuigeling: De eerste 6 levensmaanden wordt ingezet op het ‘voeding-op-vraag’ principe (de honger- en verzadigingssignalen van de baby volgen), het promoten van borstvoeding, en opvolging van de groei en ontwikkeling van de zuigeling door professionals.  
  3. Kleuter- en lagere schoolleeftijd: Bij kinderen werken we aan het opbouwen van goede eetcompetenties en versterken van voorbeeldgedrag bij ouders voor goed model-leren. Ouders worden ook versterkt in hun kennis over de normale ontwikkeling van eetgedrag.  
  4. Adolescenten: Bij adolescenten worden vooral beschermende factoren versterkt: positieve lichaamsbeleving, emotieregulatie, mediaweerbaarheid, gezonde eetcompetenties. Zij krijgen ook groei-informatie i.v.m. hun veranderende lichaam.  
  5. Volwassenen: Bij volwassenen wordt ingezet op het uitbouwen van een gezonde leefstijl. Bovendien worden ze gesensibiliseerd over de impact van goed voorbeeldgedrag voor kinderen.  
  6. Ouderen en senioren: Een gezonde leefstijl blijft de basis. Aangezien gewichtsverlies een risico op verlies van bot- of spiermassa met zich meebrengt, en ondervoeding een probleem is bij de oudere bevolking (ook bij ouderen die overgewicht hebben) moet bij deze doelgroep extra voorzichtig omgesprongen worden met dieetadviezen. Gewichtsreductie kan enkel in een medische context.  

Gezondheidseconomisch (o.a. McKinsey, 2014) pleit men ervoor om dringend preventie te prioriteren: Wat men ook doet van acties ter preventie van obesitas, elke (doordachte) preventieve actie blijkt kostenefficiënt en gezondheidseconomisch voordelig.

Nog meer efficiëntiewinst is te boeken met volgende prioriteiten (Northern Health, 2012):   

  • versterkend werken over settings heen 
  • boodschappen op elkaar afstemmen zodat de verschillende actoren niet langer  
    tegen elkaar ingaan, maar elkaar versterken 
  • niet-stigmatiserend en niet-gewichtsgefocust werken om zo de negatieve 
    gevolgen van stigmatisering en gewichtsfocus tegen te gaan (ongezond 
    lijngedrag met hernieuwde gewichtstoename op lange termijn,  lichaamsontevredenheid, risico op eetstoornissen) 
  • groeigericht werken met adviezen aangepast aan de ontwikkelingstaken per 
    leeftijdsfase en inzetten op beschermende factoren die voor elke jongere  
    relevant zijn 
  • meerdere kleinere initiatieven tot één groot geheel verbinden
  • inzetten op omgevingsverandering die de gezonde keuze gemakkelijker maakt i.p.v. enkel focus op opleiding en persoonlijke verantwoordelijkheid; 

Om het volle potentieel te benutten is betrokkenheid van zoveel mogelijk sectoren nodig; 

Succesvol lijkt een combinatie van top-down beleids- en overheidsinterventies met bottom-up gemeenschapsgeleide interventies. 

Wat doen de provinciale zorgpunten eetstoornissen? arrow

De provinciale zorgpunten eetstoornissen brengen het bestaande zorgaanbod in kaart. Daarbij staan ze de CGG-medewerkers bij in hun zorgaanbod bij eetstoornissen. Ook ondersteunen ze de gespecialiseerde ambulante psychologen uit het lokale netwerk. Bovendien werken ze een bijkomend innovatief zorgaanbod uit voor eetstoornissen? Voorbeelden hiervan zijn groepsaanbod en familiegroepen. Deze uitwerking gebeur op basis van de bestaande noden, in samenwerking met Kenniscentrum Eetexpert en de netwerken Geestelijke Gezondheid. 

De provinciale zorgpunten vind je hier.

Waarom focussen op gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten? arrow

Bij preventie en behandeling van eetstoornissen en gewichtsproblemen ligt de focus op een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten. We vatten ontspannen omgaan met eten samen met de term ‘eetcompetentie’.  

  • Ontspannen eten
  • Voldoende eten
  • Gevarieerd eten
  • Luisteren naar honger en verzadigingssignalen

Dus waarom de nadruk op eetcompetenties en een gezonde leefstijl? Wat is er mis met een focus op afvallen? Het risico bestaat dat mensen met overgewicht een negatief lichaamsbeeld ontwikkelen. En ongezonde methodes gebruiken om hun gewicht te verminderen. Dit kan het risico op verstoord eetgedrag verhogen (bv. eetbuien). 
 
Bijvoorbeeld, iemand start de dag vol motivatie om minder (of niet) te eten. Zin in eten en honger bouwt op doorheen de dag. Na een drukke werkdag komt deze persoon uitgehongerd thuis. Drukte en stress zorgen voor minder zelfcontrole later op de dag, dit is volledig normaal. Alle remmen gaan los, al het eten moet op. Daarna volgen negatieve gevoelens, alsof deze persoon sterker had moeten zijn. Maar uiteraard heeft het lichaam voedsel en zelfzorg nodig om goed te kunnen functioneren. Een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten vormt de basis voor een goede gezondheid. 
Bovendien tonen studies aan dat streng lijngedrag (voedingsmiddelen van het menu schrappen, weinig eten, maaltijden overslaan) niet effectief is op lange termijn. Wie snel afvalt, komt ook snel terug bij. Inderdaad, het jojo-effect bestaat. Velen wegen uiteindelijk méér dan voor de afvalpoging. Zo blijft de vicieuze cirkel draaien. 
 
Gewicht is minder controleerbaar dan we willen geloven. Maar een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten is een vaardigheid die mensen kunnen aanleren. Daarom kiezen we voor een aanpak die op lange termijn zorgt voor een goede gezondheid, op mentaal en lichamelijk vlak. Deze aanpak kan ook, in een rustig tempo, enkele kilo’s verschil geven op de weegschaal. Maar ook zonder gewichtsverlies kunnen de meeste mensen zo een betere gezondheid bereiken.  
 
Meer info  
Risico’s van lijnen  
Infofiche Gezonde leefstijl ALLES – overzicht 
Infofiche Gezonde leefstijl ALLES – Afwisselend eten 

Wie loopt risico om overgewicht te ontwikkelen? arrow

Er zijn verschillende factoren die het risico op overgewicht bepalen. 

  • Genetische verschillen
  • Medische aandoeningen
  • Medicatiegebruik
  • Leefstijl

Een gezonde leefstijl is meer dan ‘gezonde’ voeding eten en veel bewegen. Het gaat ook over op regelmatige tijdstippen eten, minder lang stilzitten, voldoende slapen, rust en ontspanning inbouwen, ons goed voelen in ons eigen lichaam, onze omgang met alcohol en medicatie… Bovendien zijn extremen nooit goed: té gezond, té actief…. Ontspannen omgaan met eten en bewegen is ook belangrijk om gezond te blijven.  
 
Ook zijn er heel wat omstandigheden die het moeilijk kunnen maken om een gezonde leefstijl op te bouwen of vast te houden. Zo bepaalt onze eetstijl mee ons eetgedrag: Sommige personen voelen zich vaak angstig of verdrietig en zoeken troost in eten. Anderen voelen meer verleiding door lekkere smaken en geuren die op ons afgestuurd worden, zoals in de winkel, via reclame, op feestjes, …  
 
Soms proberen mensen krampachtig op hun voeding te letten, en krijgen net daardoor verstoord eetgedrag en een hoger gewicht.  
 
Meer en meer wijst men ook op het belang van de context waarin we leven: sommige personen leven in gezinnen waar dringende bezorgdheden de overhand halen op doelen rond leefstijl, bijvoorbeeld in gezinnen waar er veel stress is, door persoonlijke of economische omstandigheden.  Ook onze fysieke leefomgeving kan het makkelijker maken om gezond te leven of net moeilijker. Woon je bijvoorbeeld in een groene omgeving waar je naar hartelust kan wandelen en veilig kan fietsen, of in een drukke stad? 
 

Hoe vaak komt obesitas voor?   arrow

Ongeveer de helft van de volwassen Belgen heeft een gewicht boven de normale grenzen: ongeveer 1 op de 3 heeft overgewicht (BMI tussen 25 en 30; meer mannen dan vrouwen) en 1 op de 6 obesitas (BMI van 30 of meer; evenveel mannen als vrouwen). De huisarts stelt dit vast a.d.h.v. de BMI-score, maar bekijkt ook de lichaamssamenstelling en gezondheid.  
 
Ongeveer 1 op 5 Vlaamse jongeren heeft een gewicht boven de normale grenzen voor hun leeftijd en geslacht: 16% heeft overgewicht en 5% obesitas. Bij kinderen en jongeren stelt de huisarts overgewicht of obesitas vast met groeicurves. Omdat zij nog niet volgroeid zijn, zijn de BMI-grenzen anders vóór de leeftijd van 18 jaar. De huisarts bekijkt per kind of de verhouding van gewicht en lengte normaal zijn voor hun leeftijd en geslacht.

Meer info vind je op onze cijferpagina.

Waarom moeten we aandacht besteden aan obesitas bij kinderen? arrow

Behandeling van obesitas bij kinderen is belangrijk. Zowel voor de gezondheid en het welzijn van het kind nu, als voor de gezondheid van de volwassene later. 
 
Obesitas behandelen betekent niet dat het kind ‘op dieet’ gaat. Maar wel dat we de oorzaken van obesitas in kaart brengen. En dat we kind en gezin ondersteunen in het opbouwen en behouden van een gezonde leefstijl. Daarnaast is een goede opvolging van groei en gezondheid essentieel. 
 
Kinderen met obesitas zijn kwetsbaarder. Ze zijn vaak sneller moe, blijven soms achter bij sport en spel, en ondervinden vaker pesterijen door leeftijdsgenoten. Dit heeft een grote impact op het zelfbeeld en welbevinden.  Daarnaast lopen kinderen met obesitas meer risico om een eetstoornis te ontwikkelen. Factoren die hierbij meespelen zijn een focus op gewicht en uiterlijk, wat kan leiden tot zelfstigma en stigma vanuit de omgeving.  


Bij de preventie en aanpak van obesitas is het dus belangrijk om versterkend te werken om het risico op eetstoornissen en andere psychische problemen te verminderen.   
 
Meer info  
Overgewicht bij kinderen