In Vlaanderen zijn er geen populatiestudies bekend waarin men aan de hand van een diagnostisch instrument naging of de deelnemers een eetstoornis hadden of niet. Er zijn enkel studies zoals de Gezondheidsenquête en de Voedselconsumptiepeiling die gebruik maken van een screeningsinstrument dat aangeeft of iemand een verhoogd risico op een eetstoornis heeft.
Uit de Gezondheidsenquête van 2023-2024 blijkt dat 6.0 % van de Vlamingen at risk is voor een eetstoornis. Deze prevalentie is niet significant verschillen in vergelijking met 2013 en 2018. Zowel voor 2013, 2018 en 2023-2023 is het percentage, zoals we kunnen verwachten, systematisch hoger voor jongere leeftijdscategorieën en voor vrouwen. Deze verschillen zijn echter niet altijd significant (zie Tabel 2 voor meer informatie i.v.m. significantie).
In de Gezondheidsenquête van 2023 werd een eerste maal gevraagd naar het voorkomen van eetbuien. In totaal meldde 10,6% van de Vlaamse bevolking van 15 jaar en ouder dergelijke episodes van overmatig eten. De jongste leeftijdscategorieën waren daarbij het zwaarst getroffen: 18.7% (15-24 jaar), 16.3% (25-34 jaar), 13.8% (34-44 jaar), 11.6% (45-54 jaar), 7.5% (55-64 jaar).
Uit de Voedselconsumptiepeiling blijkt dat in 2022 11.6% van de Vlamingen tussen 10 en 64 jaar at risk is voor de ontwikkeling van een eetstoornis.
De vraag naar de prevalentiecijfers van eetstoornissen in Vlaanderen is niet altijd simpel of eenduidig te beantwoorden. Prevalenties zijn afhankelijk van de instrumenten en vragenlijsten die onderzoekers gebruiken. Een screeningvragenlijst is bijvoorbeeld geen diagnostisch instrument. Deze geeft geen informatie over het aantal eetstoornisdiagnoses, alleen over het voorkomen van signalen of symptomen. De prevalenties binnen onderzoek waarbij men dergelijk screeningsinstrument gebruikt, zullen dus typisch hoger liggen dan die uit onderzoek waarbij men een klinisch interview afneemt om een diagnose te stellen. Het is dus belangrijk om na te gaan welke instrumenten precies gebruikt werden om na te gaan over wat de studie precies uitspraken tracht te doen.
Vanuit de Gezondheidsenquête zijn er twee soorten prevalentiecijfers met betrekking tot eetstoornissen beschikbaar: prevalenties voor eetstoornissymptomen op basis van een aangepaste versie van de SCOFF en prevalentiecijfers rond het voorkomen van eetbuien in de populatie.
De SCOFF is een instrument dat o.a. de eerste lijn inzet om snel te kunnen screenen of mensen verder onderzocht moeten worden op de aanwezigheid van een eetstoornis. Op basis van de SCOFF kan bepaald worden wie een verhoogd risico heeft op een eetstoornis, maar geeft niet aan wie er precies een eetstoornis heeft. Binnen de Gezondheidsenquête werd de volgorde van de items van de SCOFF aangepast, en enkele items werden gerherformuleerd.
Sinds 2013 wordt een aangepaste versie van de SCOFF systematisch afgenomen in de gezondheidsenquête.
Tabel 1: Prevalentiecijfers van Vlamingen at risk voor een eetstoornis binnen de Gezondheidsenquête.
| Totale populatie | BI | Mannen | BI | Vrouwen | BI | |
| 2013 (>15 jaar) | 6.5% | (5.2;7.7) | 4.6% | (3.1;6.2) | 8.1% | (6.3;9.9) |
| 2018 (>15 jaar) | 5.7% | (4.7;6.8) | 4.6% | (3.2;6.0) | 6.8% | (5.3;8.3) |
| 2021 (>18 jaar) | 10% | (8.8;11.3) | 8% | (5.8;10.2) | 12% | (10.6;13.4) |
| 2023-2024 (>15 jaar) | 6.0% | (4.9; 7.0) | 4.6% | (3.2; 5.9) | 7.3% | (5.7; 8.8) |
De prevalenties per leeftijdscategorie kan je vinden in onderstaande tabel:
Tabel 2: Eetstoornissymptomen per leeftijdsgroep in Vlaanderen binnen de Gezondheidsenquête (Sciensano).
| Leeftijd | 2013 | 2018 | 2023-2024 | |||
| BI | BI | BI | ||||
| 15-24j | 11.6% | (6.1; 17.0) | 10.5% | (5.9; 15.0) | 10.1% | (6.3; 15.7) |
| 25-34j | 8.8% | (4.6; 13.0) | 9.3% | (5.6; 13.0) | 7.1% | (4.6; 10.2) |
| 35-44j | 8.1% | (5.2; 11.0) | 5.2% | (2.9; 7.6) | 7.8% | (5.2; 11.1) |
| 45-54j | 4.4% | (2.6; 6.5) | 6.1% | (3.7; 8.5) | 7.9% | (5.4; 10.9) |
| 55-64j | 5.7% | (3.3; 8.0) | 3.8% | (1.5; 6.1) | 4.0% | (2.4; 6.3) |
| 65-74j | 5.4% | (2.8; 7.9) | 2.5% | (1.0; 4.0) | 2.0% | (1.0; 3.6 ) |
| 75+ | 2.1% | (0.0; 4.2) | 3.3% | (1.6; 5.1) | 3.0% | (1.5; 5.1) |
De prevalenties van de eetstoornissymptomen per geslacht en leeftijd in 2023 vind je in onderstaande tabel terug:
Tabel 3: Eetstoornissymptomen per leeftijdsgroep en geslacht in Vlaanderen binnen de Gezondheidsenquête (Sciensano).
| V | BI | M | BI | |
| 15-24j | 12.9 | (5.0; 20.7) | 7.7 | (2.2; 13.1) |
| 25-34j | 10.4 | (5.5; 15.4) | 3.6 | (0.8; 6.4) |
| 35-44j | 9.4 | (5.4; 13.4) | 6.3 | (2.0; 10.7) |
| 45-54j | 9.4 | (5.2; 13.6) | 6.3 | (2.7; 10.0) |
| 55-64j | 3.2 | (1.0; 5.4) | 4.9 | (1.8; 7.9) |
| 65-74j | 2.6 | (0.7; 4.5) | 1.4 | (0.0; 2.9) |
| 75+ | 4.7 | (1.7; 7.7) | 0.7 | (0.0; 1.8) |
M= man, V= vrouw, BI = betrouwbaarheidsinterval.
In 2023-2024 werd een allereerste keer een vragenlijstitem toegevoegd dat expliciet polste naar de aanwezigheid van eetbuien. Aan deelnemers werd gevraagd of zij periodes hadden van overmatig eten waar zijn aanzienlijk meer aten dan wat de meeste mensen in een vergelijkbare periode zouden eten. Het gaat hier over een subjectieve inschatting van eetbuien.
Tabel 4: Prevalenties voor eetbuien in Vlaanderen volgens de Gezondheidsenquête (Sciensano).
| Totaal | BI | Mannen | BI | Vrouwen | BI | |
| 2023-2024 | 10.6% | (9.2; 12.0) | 10.5 | (8.5; 12.4) | 10.8 | (8.9; 12.6) |
In totaal rapporteerde 10.6 % van de Vlaamse populatie ouder dan 15 jaar periodes van overmatig eten. Anders dan bij de eetstoornissymptomen op basis van de SCOFF was er hier geen significant verschil tussen mannen en vrouwen.
Per leeftijdscategorie geeft dit de volgende resultaten:
Tabel 5: Prevalenties voor eetbuien per leeftijdscategorie en geslacht in Vlaanderen volgens de Gezondheidsenquête (Sciensano).
| Leeftijd | Totaal | BI |
| 15-24j | 18.7 | (12.0; 25.4) |
| 25-34j | 16.3 | (11.9; 20.6) |
| 35-44j | 13.8 | (9.8; 17.8) |
| 45-54j | 11.6 | (8.3; 14.9) |
| 55-64j | 7.5 | (5.1; 10.0) |
| 65-74j | 4.7 | (2.6; 6.7) |
| 75+ | 1.9 | (0.0; 8.4) |
Ook hier zijn vooral de jongere leeftijdscategorieën getroffen. Met stijgende leeftijd worden er minder periodes van overmatig eten gerapporteerd.
De voedselconsumptiepeiling (VCP) is een uitgebreide bevraging van de voedingsgewoonten bij de Belgische bevolking. In de meeste recente bevraging uit 2022 werden twee screeninginstrumenten naar signalen van eetstoornissen opgenomen: de SCOFF werd afgenomen bij iedereen tussen 10 en 64 jaar. De Eating Attitudes Test (EAT) werd afgenomen bij jongeren tussen 10 en 17 jaar.
Uit de Voedselconsumptiepeiling (2022) blijkt dat 11.6% van de Vlamingen tussen 10 en 64 jaar at risk is voor de ontwikkeling van een eetstoornis.
Uit de resultaten van 2022 bleek dat in Vlaanderen 9.4% van de jongeren tussen 10 en 17jaar at risk is voor een eetstoornis. Dit percentage ligt significant hoger in vergelijking met 2014. Toen was 4.0% van de jongeren at risk voor een eetstoornis.
Infopagina eetproblemen en eetstoornissen