Op deze pagina vind je informatie over hoe je je kind thuis weerbaarder kan maken voor de ontwikkeling van eet- en gewichtsproblemen maar ook wat je kan doen wanneer je kind een hoger gewicht heeft of een eetstoornis ontwikkelt.
Als ouder wil je je kind graag gezond en gelukkig zien opgroeien. Toch kunnen eetproblemen, gewichtsproblemen of eetstoornissen soms hun weg vinden in het leven van kinderen en jongeren. Preventie begint bij weerbaarheid: hoe sterker je kind in zijn of haar schoenen staat, hoe kleiner de kans dat eet- en gewichtsproblemen een probleem worden.
Om je kind weerbaarder te maken tegen de ontwikkeling van eet- en gewichtsproblemen, spelen verschillende groeithema’s een belangrijke rol.
Eetexpert bundelt al deze groeithema’s onder het acroniem A.L.L.E.S.
Bekijk de pagina gezonde leefstijl en deze infofiches voor meer informatie. Hieronder kan je klikken naar de pagina’s en materialen rond elk thema.

Lief zijn voor jezelf/lichaam
Infofiches Lief zijn voor jezelf/lichaam
Datum laatste aanpassing: 22 september 2025
Als je je zorgen maakt over het gewicht van je kind, kan je in gesprek gaan met de huisarts of kinderarts of met het CLB. Zij kunnen op basis van de groeicurves kijken waar je kind zich situeert in verhouding tot leeftijdsgenoten én of er sprake is van een plotse stijging of daling in de groeicurve van je kind. Op basis van die groeicurves kan men overgewicht of obesitas vaststellen. Zij kunnen doorverwijzen indien hulp nodig blijkt.
Op de pagina overgewicht en obesitas vind je meer informatie.
Ook als je kind overgewicht of obesitas heeft, probeer je thuis alles zo normaal mogelijk te houden.
Wat doe je beter niet? Leg geen focus op de bezorgdheid rond het gewicht van je kind en zet je kind zeker niet op dieet. Vermijd om eten te linken aan gewicht of uiterlijk.
Een valkuil is om het eetgedrag van je kind te gaan controleren door bijvoorbeeld je kind aan te moedigen om minder te eten of door bepaalde voedingsmiddelen te verbieden. Maar wanneer je kind een gezond lichaam gelijk stelt met een slank lichaam, dat wordt bereikt door bepaalde voedingsmiddelen wel of niet te eten, kan dat onbedoeld schade toebrengen aan zijn/haar lichamelijke en mentale gezondheid en net leiden tot een verstoord eetpatroon en zelfs eetstoornissen uitlokken. Het is dus belangrijk om net een evenwichtig eetpatroon te blijven aanhouden.
Maak daarnaast geen opmerkingen over gewicht of uiterlijk. Let op de taal die wordt gebruikt in verband met het lichaam, voedsel en lichaamsbeweging. Vermijd negatieve opmerkingen over het lichaam en eetpatroon van je kind, jezelf of andere mensen en vermijd morele oordelen over voedsel (bijv. goed/slecht, gezond/ongezond).
Wat kan je dan wel doen? Blijf inzetten op de ALLES groeithema’s: bied nieuwe groenten en fruit aan om te proeven, zorg voor een goede eetstructuur, gezamenlijke en gezellige eetmomentjes, nodig uit tot (samen) leuk bewegen, zet in op lichaamstevredenheid, help je kind om op een gezonde manier om te gaan met emoties en zorg voor voldoende slaap. Doe dit voor het hele gezin dus ook voor je andere kinderen.
Als je kind een hoger gewicht (bv. overgewicht of obesitas) heeft, kan dit veel kopzorgen teweegbrengen en heb je nood aan advies. In het informatiepakket voor ouders van kinderen met een hoger gewicht worden concrete handvatten aangereikt en belangrijke do’s en don’ts.
Informatiepakket – Voor ouders van kinderen met een hoger gewicht
Handvatten voor ouders
Informatiepakket
– 1.1 MB
Heeft je kind volgens de groeicurves obesitas? Dan is het belangrijk om te kijken hoe dit de gezondheid beïnvloedt. Een afspraak met de huis- of kinderarts is dan de eerste stap.
De arts bekijkt hoe het overgewicht je kind beïnvloedt. Dit gaat over:
Afhankelijk van de impact zal de arts bekijken welke hulp best opgestart wordt.
Via de infofiche wegwijs in de zorg voor kinderen en jongeren met obesitas vind je meer informatie. Over de zorg voor obesitas in Vlaanderen vind je meer info op de pagina zorgorganisatie – zorg voor obesitas.
Infofiche – Wegwijs in de zorg voor kinderen met obesitas – ouders
Zorgtraject obesitas voor ouders
Infofiche
– 92 KB
Infofiche – Wegwijs in de zorg voor obesitas bij kinderen – huisarts en kinderarts
Als huisarts wegwijs in het zorgtraject obesitas
Infofiche
– 220 KB
Als ouder kan je contact opnemen met het CLB om de groeicurves van je kind op te vragen, vragen te stellen over de groei, of zorgen rond gewicht en eetgedrag te bespreken. Vaak vind je de contactgegevens van het CLB op de website van je school. CLB-medewerkers zijn gezondheidsprofessionals, en zijn gebonden aan beroepsgeheim. Dit wil zeggen dat je hen in vertrouwen kan spreken, los van de schoolcontext.
Zowel jij als ouder als je kind zelf kunnen een individuele afspraak maken. De CLB-medewerker kan met jou de groei-info bekijken en hoe de groeicurves verlopen. Meestal zal de CLB-medewerker je verwijzen naar de huisarts voor een medische inschatting.
Ben je op zoek naar een hulpverlener in de buurt? Dan kan je terecht bij de verwijslijn van Eetexpert.
In de verwijslijst van Eetexpert staan meer dan 1000 zorgverleners in heel Vlaanderen: psychologen, orthopedagogen, diëtisten en psychiaters. Ook als je met een specifiek probleem of vraag zit, mag je ons contacteren. Een medewerker helpt je graag bij het zoeken naar gepaste hulp.
Wat moet je doen?
Stuur een berichtje met:
Je krijgt meestal binnen de 48 uur een lijst met hulpverleners in je buurt die werken rond eet- en gewichtsproblemen.
Haperend eetgedrag hoeft niet meteen te wijzen op een probleem. Maar wanneer een hapering in het eetgedrag aanhoudt kan dit wijzen op een eetprobleem: het eetgedrag verkrampt en de tafelmomenten verlopen niet meer ontspannen. En wanneer er ook andere activiteiten en levensdomeinen onder druk komen te staan, kan er sprake zijn van een eetstoornis. Je raakt bijvoorbeeld in conflict met je kind over het eten of je kind gaat steeds meer piekeren of panikeren over wat, wanneer en hoeveel hij/zij eet of weegt. Misschien spreekt je kind minder af met anderen of voelt je kind zich meer en meer onzeker over zichzelf.
Er zijn verschillende types eetstoornissen zoals bv. anorexia nervosa, boulimia nervosa, ARFID en eetbuistoornis, maar een persoon kan ook een andere gespecifieerde eetstoornis hebben of in de loop van de tijd evolueren van het ene naar het andere type eetstoornis.
Op de pagina eetproblemen en eetstoornissen vind je meer informatie over problematisch eetgedrag en over de kenmerken van een eetstoornis.
Deze checklists met de signalen van een eetstoornis kunnen je helpen om de signalen van een eetstoornis te herkennen.
Een eetstoornis bij je kind kan veel onmacht en emoties oproepen. Als je emoties hoog zitten is het helpend om eerst met een andere volwassene te spreken vooraleer je het gesprek aangaat met je kind.
Als je je voldoende rustig voelt kan je in gesprek gaan met je kind. Kies een rustige plaats en moment waar jullie niet gestoord worden en voorzie voldoende tijd.
Geef aan wat je precies ongerust maakt. Probeer concreet gedrag te beschrijven, maar zonder diagnoses in de mond te nemen. bv. Ik merk dat je de laatste tijd minder eet, meer nadenkt over wat je eet, anders eet.. en ik maak me zorgen over je. Zou het kunnen dat je je niet zo goed voelt? Je kind kan schrikken. Geef je kind wat tijd bv. tot de volgende dag om hierover na te denken en spreek dan opnieuw af.
Als je een eetstoornis bij je kind herkent is het belangrijk dat er gepast hulp gezocht wordt. In een vervolggesprek met je kind ga je samen na welke hulp er ingeschakeld kan worden. Geef aan dat je graag hebt dat je kind zich laat helpen en vraag of je hierbij mag helpen, maar dwing niet.
Mogelijk staat je kind hier nog niet voor open. Soms kan je de hulp in stappen opstarten: bv. eerst een sessie bij een diëtist en pas later naar de psycholoog/orthopedagoog, of omgekeerd.
Lichamelijke opvolging door een arts is echter een belangrijke prioriteit, je kan je kind dan eventueel inspraak geven in welke arts: kinderarts of huisarts.
Soms is er een tussenstap nodig, dan kan je terecht bij ANBN, waar ervaringsdeskundigen en lotgenoten voor je klaarstaan die zowel met ouders als met jongeren in gesprek gaan.
Op deze pagina vind je meer handvatten om je kind te motiveren voor hulp
Een eerste belangrijke stap is een lichamelijke inschatting van je kind. Daarom is een afspraak met de huisarts meestal de eerstvolgende stap. Als ouder kan je ook het CLB contacteren als je meer informatie wil over de groei van je kind of je zorgen rond gewicht en eetgedrag van je kind wil bespreken.
In samenspraak met de huisarts kan je ambulante gespecialiseerde hulp inschakelen. In toolbox voor ouders – op zoek naar hulp lees je welke stappen je best neemt.
Om gespecialiseerde zorgverleners te vinden in je eigen regio kan je terecht bij de verwijslijn van Eetexpert.
Ben je op zoek naar hulp voor een eetprobleem, gewichtsprobleem of eetstoornis? Maak je je zorgen om iemand in je omgeving? Contacteer ons vrijblijvend voor zorgverleners in je buurt op de verwijslijn Eetexpert.
Als ouder kan je een ondersteunende rol spelen in het herstelproces van je kind. In de toolbox eetstoornissen voor ouders vind je heel wat informatie en kennis die je als ouder verder op weg kan zetten. Daarnaast zijn er nog veel andere manieren waarop je jezelf kan informeren.
Toolbox eetstoornissen voor ouders
Voor alle ouders die ontdekken dat hun kind een eetstoornis heeft.
Toolbox
Informatiepakket eetstoornissen – ouders
Informatiepakket voor ouders van een kind met een eetstoornis.
Informatiepakket
– 1.3 MB
Informatiepakket – Voor ouders van kinderen met ARFID
Handvatten voor ouders
Informatiepakket
– 1.9 MB
In Vlaanderen wordt sterk ingezet op het groepsaanbod voor ouders en voor gezinnen met eetstoornissen. In de oudergroepen vind je informatie, steun en tips in hoe je als ouders kan reageren en helpen bij een eetstoornis. In de familiegroepen kan je ook therapeutisch aan de slag om samen met je kind als gezin een weg te vinden in het herstelproces van een eetstoornis.
Heeft je kind een eetstoornis of obesitas? Dan wil je goede hulp vinden. En je wilt weten wat de zorg kost. Om zorgverleners te vinden in je eigen regio kan je terecht bij de verwijslijn van Eetexpert. Ook met vragen rond gesubsidieerde of terugbetaalde zorg kan je hier terecht.
Hieronder lees je welke zorg (deels) wordt terugbetaald en vind je info over de zorgtoeslag, de mantelzorgpremie en mogelijke verlofstelsels.
Zorgtraject eetstoornissen
Is je kind jonger dan 24 jaar? Heeft het anorexia nervosa, boulimia nervosa of een eetbuistoornis? Dan kan de huisarts of kinderarts een zorgtraject eetstoornissen opstarten. Het zorgtraject eetstoornissen ondersteunt de samenwerking tussen de betrokken hulpverleners en zorgt ervoor dat de ambulante behandeling (gedeeltelijk) terugbetaald wordt.
Een aparte infofiche voor de huisarts – legt stap voor stap uit hoe het zorgtraject wordt opgestart.
Infofiche – Wegwijs in het zorgtraject eetstoornissen – (Huis)arts
Als huisarts wegwijs in het zorgtraject eetstoornissen
Infofiche
– 164 KB
Infofiche – eetstoornissen – zorgtraject – ouders
Zorgorganisatie bij eetstoornissen voor ouders
Infofiche
– 342 KB
Zorgtraject obesitas
Is je kind tussen 2 en 17 jaar? Heeft het obesitas die de gezondheid beïnvloedt? Dan kan een zorgtraject voor obesitas worden opgestart in een Pediatrisch Multidisciplinair Obesitas Centrum (PMOC). Een PMOC is een gespecialiseerd centrum voor kinderen met obesitas. De zorg is hier (deels) terugbetaald.
Meer informatie vind je op de infofiche wegwijs in de zorg voor kinderen en jongeren met obesitas.
Infofiche – Wegwijs in de zorg voor kinderen met obesitas – ouders
Zorgtraject obesitas voor ouders
Infofiche
– 92 KB
Infofiche – Wegwijs in de zorg voor obesitas bij kinderen – huisarts en kinderarts
Als huisarts wegwijs in het zorgtraject obesitas
Infofiche
– 220 KB
Gesubsidieerde zorg via de CGG’s
Sommige Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG’s) bieden gespecialiseerde zorg voor eet- en gewichtsproblemen aan een verlaagd tarief. Een verwijsbrief van de huisarts, kinderarts of CLB is nodig.
Als je kind langdurig kampt met een eetstoornis of obesitas en daardoor een specifieke ondersteuningsbehoefte heeft, komt het mogelijk in aanmerking voor de zorgtoeslag.
Hoe vraag je zorgtoeslag aan?
De aanvraag voor een zorgtoeslag verloopt in verschillende stappen.
Concrete informatie over de aanvraagprocedure vind je bij op www.zorgtoeslagen.be of via deze flyer.
Andere nuttige links
Er bestaat de mogelijkheid om arbeid volledig of gedeeltelijk te onderbreken met motief ‘zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid’. Het is de behandelende arts die oordeelt of het om een zware ziekte gaat (dus niet RVA of werkgever). Meer informatie hierover vind je hier.
Wanneer je in de Vlaamse openbare sector werkt kom je in aanmerking voor het Vlaams Zorgkrediet om het werk gedeeltelijk of volledig te onderbreken in functie van de zorg voor een zwaar ziek gezinslid. Meer informatie daarover vind je hier.
Je bent een mantelzorger wanneer je op frequente basis zorg verleent aan iemand die omwille van ziekte, handicap, ouderdom, een psychische kwetsbaarheid of verslavingsproblematiek ondersteuning nodig heeft. Je moet geen familie zijn om mantelzorger te zijn. Je hebt wel een affectieve band met de persoon voor wie je zorgt. Er bestaan verschillende premies om mantelzorgers en zorgvragers te ondersteunen, via de zorgkas en via de gemeente . Voor elk van die premies bestaan er andere voorwaarden.
Materialen waarmee je aan de slag kunt voor ouders en naasten.
Informatiepakket eetstoornissen – ouders
Informatiepakket voor ouders van een kind met een eetstoornis.
Informatiepakket
– 1.3 MB
Infofiche – Afwisselend eten bij peuters en kleuters – Gezin
Hoe ondersteun je als ouder of zorgfiguur de eetvaardigheden van peuters en kleuters?
Infofiche
– 224 KB
Informatiepakket voor ouders – Lichaamstevredenheid bij elk kind
Voor ouders
Informatiepakket
– 800 KB
Waar vind ik informatie rond gesubsidieerde psychologische en diëtistische hulp?
Via de verwijslijn van Eetexpert kan je een overzicht krijgen van gespecialiseerd en geconventioneerde psychologen, orthopedagogen en diëtisten in een bepaalde regio. Als hulpverlener kan je – mits inloggen – ook zelf de verwijstool raadplegen.
Sinds 2023 is bepaalde hulp voor eetstoornissen (t/m 23 jaar) of obesitas bij jongeren (t/m 17 jaar) ook terugbetaalbaar binnen daartoe voorziene conventies. Meer informatie over het zorgtraject eetstoornissen en hoe dit zorgtraject opgestart kan worden vind je hier.
Informatie over het zorgtraject obesitas kan je hier terugvinden. Op deze pagina brengen we heel wat informatie over de zorgorganisatie samen.
Kinderen en jongeren met overgewicht (van 2 tot 18 jaar) kunnen gratis terecht bij de diëtist, na verwijzing van de huisarts of kinderarts. Deze diëtist moet wel een RIZIV-nummer hebben. Meer info vind je op de website van het RIZIV en op deze pagina uit het stappenplan voor diëtisten.
Ook via de website www.spreekerover.be kan je een geconventioneerd psycholoog of orthopedagoog in een bepaalde regio vinden. In sommige netwerken kan je ook de problematiek aangeven waarrond je hulp zoekt. Je vindt er ook informatie rond de kostprijs van de sessies.
Weet ook dat een Centrum Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) in de eigen buurt psychologische hulp aanbiedt aan een laag tarief. Hier kan men terecht op doorverwijzing (bv. van je huisarts of een andere hulpverlener).
Heeft een eetstoornis invloed op je concentratie?
Bij langdurige anorexia nervosa met laag gewicht en ondervoeding kunnen neuropsychologische veranderingen optreden. Hoewel verder onderzoek nodig is rond wijzigingen in de hersenactiviteit, klagen patiënten met anorexia nervosa vaak over aandachts- en geheugenproblemen. Verder kan men vaak moeilijk omgaan met onzekerheden, is er een overmatige focus op details en weinig flexibiliteit in denken en doen. Je hersenen hebben ook voeding nodig, dus is een herstel van gezonde voeding en gewicht hier de aangewezen aanpak.
Wat zijn de kenmerken van een eetstoornis?
Een eetstoornis heeft verschillende componenten. Verstoord eetgedrag staat centraal, maar er is ook impact op lichamelijk en psychosociaal welzijn. Meestal is er een negatief lichaamsbeeld, een wens om slank te zijn en is gewicht erg belangrijk in de manier waarop je naar jezelf kijkt. Personen met een eetstoornis kunnen zich meer en meer gaan terugtrekken van sociale activiteiten. Ook kan er door het eetprobleem een gewichtsprobleem ontstaan (overgewicht en ondergewicht zijn mogelijk). Daarnaast kunnen er medische problemen optreden door ondervoeding, purgeergedrag en/of eetbuien.
Meer info
Info rond eetproblemen en eetstoornissen
Heeft iemand die weinig lust maar niet wil afvallen, ook een eetstoornis?
Iemand die weinig lust maar niet wil afvallen, kan een eetstoornis hebben. Maar dit is niet altijd zo.
Als iemand eenzijdig of weinig eet, kan dat verschillende oorzaken hebben:
De voedselvermijding kan de groei en gezondheid onder druk zetten, en kan psychosociale gevolgen hebben (bv. depressieve gevoelens, niet meer deel kunnen nemen aan bepaalde sociale activiteiten). Dan kan de diagnose ‘vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis’ (een eetstoornis) van toepassing zijn.
Wat kan je doen als je bezorgd bent over het gewicht van je kind?
Als je bezorgd bent over het gewicht van je kind, kan je in gesprek gaan met de huisarts of kinderarts. Of je kan met het CLB praten. Zo kan je samen met hen bekijken of er reden tot bezorgdheid is. Zij kunnen het gewicht van je kind in een groeiperspectief plaatsen. En zullen je geruststellen, adviseren of doorverwijzen indien hulp nodig blijkt.
Wat kan je thuis doen? Thuis doe je alles zo normaal mogelijk. Leg geen focus op de bezorgdheid rond het gewicht van je kind. Een valkuil is om meer controle te leggen op het eetgedrag van je kind (druk leggen om meer of minder te eten, voedingsmiddelen verbieden). Maak geen opmerkingen rond gewicht. Gewicht is maar een stukje van gezondheid. Blijf inzetten op een gezonde leefstijl, nieuwe groenten en fruit proeven, leuk bewegen, en dit voor heel het gezin (ook je andere kinderen).
Meer info
Wat kan je als ouder doen als je kind een eetprobleem heeft?
Toon in de eerste plaats begrip, dit om het schaamtegevoel van het kind niet te versterken. Ga niet in discussie over de aan- of afwezigheid van het eetprobleem. Benoem concreet wat je bezorgd maakt, en spreek vanuit jezelf (ik-boodschappen). Dit kan helpen om samen de stap te zetten naar een deskundige hulpverlener.
Verder blijf je in de eerste plaats ouder van je kind. Hou de dingen vast die je kind en je gezin sterk maken. Eet rustig in familieverband. Doe leuke activiteiten samen. Benoem wat je kind kan en goed aanpakt. Stimuleer je kind om zijn hobby’s en activiteiten met vrienden te doen.
Meer info vind je in de Toolbox eetstoornissen voor ouders.
Hoe kunnen ouders websites blokkeren die eetstoornissen promoten?
Het verschijnsel van ‘pro-ana-sites’ is al jaren bekend en onderwerp van discussie bij beleidsmensen en experten.
Je kan niet zomaar websites blokkeren die eetstoornissen promoten:
Jongeren die gevoelig zijn voor bepaalde invloeden, zullen steeds via allerlei media (Facebook, Youtube, via vrienden, Instagram, TikTok) in contact komen met informatie die nadelige invloed kan hebben. Je kan kinderen hiervoor nooit compleet afschermen, ook al valt de ouderlijke bezorgdheid over ‘slechte invloeden’ goed te begrijpen.
Zoals bij alle invloeden van populaire media en reclame zou het een goede zaak zijn als jongeren (en volwassenen) leren hier kritisch mee om te gaan en zich weerbaar op te stellen tegenover media-invloeden. Zowel thuis als op school kunnen ouders en leerkrachten hier een belangrijk voorbeeld in geven.
Hoe kan je als ouder toezicht houden? Ontdek je van je kind dat hij/zij bepaalde websites bezoekt die je bezorgd maken, dan is het belangrijk dit bespreekbaar te maken in een sfeer van vertrouwen. Bezorgdheid wordt soms te snel wantrouwen en controle, wat het tegenovergestelde effect zou hebben. De belangrijkste aanbeveling is dus de bezorgdheid op een open wijze met je kind te bespreken.
Voor andere concrete opvoedingstips in verband met een eetstoornis kan je een kijkje nemen bij de vereniging ANBN.
Waarom lopen personen met autisme verhoogd risico op eetproblemen en –eetstoornissen?
Eetproblemen bij kinderen met ASS zijn vaak gelinkt aan een strak prototype rond hoe voedsel eruit moet zien, of aan atypische prikkelgevoeligheid, inclusief voedselprikkels zoals geur, smaak en textuur van voedsel. Heel wat kinderen met ASS vertonen dan ook een verhoogde neofobie en zijn erg selectief of kieskeurig in het voedsel dat ze aanvaarden.
ASS (en ASS-trekken) worden ook gelinkt aan anorexia nervosa. ASS komt vaker voor bij (volwassen) patiënten met eetstoornissen. ASS lijkt een rol te spelen in therapieresistentie. Een comorbiditeit die al op jongere leeftijd aanwezig is, zorgt ervoor dat de eetstoornis blijft bestaan, waardoor bij volwassen patiënten een beduidend hogere prevalentie van ASS wordt gevonden bij patiënten met AN. ASS wordt dan ook gelinkt aan langdurige eetstoornissen.
Wat als een kind vegetarisch wil eten?
Basisprincipes
Het is belangrijk om nog steeds melkproducten en eieren te eten (veganisme wordt afgeraden bij kinderen) een evenwichtige, volwaardige voeding is de kern voor een goede groei en ontwikkeling, ook bij een vegetarisch eetpatroon.
Begeleiding door een diëtist om zo’n volwaardige, gevarieerde voeding bij het kind te verzekeren kan een zinvolle stap zijn.
Het is ook zinvol om de relatie met eten hierin mee te nemen, waarbij er een evenwicht is tussen
Vanuit eetstoornispreventie is het zinvol om te bevragen waarom het kind een vegetarisch eetpatroon verkiest. Gaat het om ethische redenen zoals dierenleed, klimaat, …? Of denkt het kind hierdoor af te vallen? Als het kind gemotiveerd is om vegetarisch te eten omdat hij of zij denkt hierdoor af te vallen, zal verder doorgevraagd moeten worden. Waarom denkt het kind te moeten afvallen? Is er sprake van overgewicht? Bijkomende begeleiding kan nodig zijn.
Meer info
Folder Kind & gezin en VVK rond vegetarische voeding bij kinderen, met aandachtspunten om tekorten te vermijden
Eetcompetenties
Hoe kan ik vermijden dat mijn kind teveel snoept?
Jonge kinderen eten enkel als ze honger hebben. Als het kind ouder wordt, verandert dit. Ze worden meer en meer verleid om te eten als ze iets lekkers zien of ruiken, ook al is hun buikje vol. In onze moderne maatschappij worden we voortdurend blootgesteld aan lekkere snacks. We kunnen proberen onze kinderen hiervoor af te schermen, maar het is op lange termijn zinvoller als ze leren omgaan met deze verleidingen. Snoep, chips, frisdrank,… verbieden maakt deze voedingsmiddelen alleen maar aantrekkelijker. Je kan kinderen leren dat deze extraatjes horen bij speciale gelegenheden en dat we ze niet in overvloed moeten eten. Het helpt ook om de calorierijke snacks uit het zicht te bewaren, en niet te veel verschillende soorten in huis te halen. We houden namelijk van afwisseling, en we eten meer als we veel verschillende voedingsmiddelen aangeboden krijgen. En dit geldt ook voor ons snoepgoed (bedenk maar eens hoeveel verschillende soorten chocolade er op de markt zijn). Als er maar één soort snoepje in huis is, gaan kinderen hier minder van eten.
Wat is typisch per leeftijdsfase i.v.m. eetgedrag?
Het boek Groeiwijzer en bijhorende infofiche met samenvatting geeft handvaten voor elke leeftijdsgroep.
Tip: Hou rekening met de levensfase waarin iemand zich bevindt vooraleer je rode vlaggen hijst.
Meer info vind je op de infopagina Eetgedrag in ontwikkeling
Hoe kan ik mijn kind motiveren om gezond te leven?
Je vindt handvatten in de infofiche Motivatie – gezin.
Hoe kan ik proeven en evenwichtig eetgedrag bij mijn kind stimuleren?
Een grote valkuil is druk zetten op een kind dat niet wil proeven. Het kind kan zelfs een afkeer ontwikkelen voor dat eten. Anderen met smaak hetzelfde zien eten, een gezellige tafelsfeer, een complimentje krijgen bij het proeven, een leuke presentatie,… werkt veel beter. En beetje bij beetje breidt het smaakpallet van het kind zich uit. Een beloning geven om te proeven is doorgaans niet nodig, en belonen met een dessert wordt afgeraden. Het effect is namelijk dat kinderen het dessert nóg lekkerder gaan vinden, en het nieuwe voedsel net mínder graag lusten. Een dessert kan wel deel uitmaken van de maaltijd, maar wordt beter niet gebruikt in het kader van beloning of straf.
Het leeuwendeel van de kinderen (en volwassenen) eet onvoldoende groenten en fruit. Fruit is nog iets populairder dan groenten dankzij de zoetere smaak, maar trucjes om kinderen grotere porties groenten en fruit te helpen eten zonder hen onder druk te zetten zijn geen overbodige luxe. Verschillende soorten tegelijk aanbieden, waardoor het kind zowel variatie als keuze heeft, stimuleert grotere porties. Een bord soep of kom rauwkost aanbieden als voorgerecht of tussendoortje, apart van andere voedingsmiddelen die ze liever eten en vóór de maag gevuld is, is ook een handig trucje.
Hoe help ik mijn kind om veel smaken lekker te vinden?
De eerste anderhalf à twee levensjaren aanvaardt een kind vrij gemakkelijk nieuwe smaken. Eén à twee keer proeven, en het volgende hapje wordt met plezier onthaald.
Dit verandert rond 2-jarige leeftijd. Voedsel dat voordien zonder problemen werd gegeten, stuit nu op een ‘nee’. En dit heeft niet enkel met de koppigheidsfase te maken. De peuter is neofoob of bang om voedsel te proeven dat hij niet herkent. Zijn herkenning is gebaseerd op een strak keurslijf van hoe een voedingsmiddel er volgens hem hoort uit te zien. Vervelend voor ouders die hun kind een evenwichtige en gevarieerde maaltijd willen aanbieden, maar tegelijk ook heel ‘slim’. Het kind kan op deze leeftijd namelijk zelfstandig rondlopen en zo zelf de wereld te verkennen, en door de hoge neofobie loopt de onderzoekende peuter minder risico om iets giftigs te eten. Dit neemt natuurlijk niet weg dat een veilige omgeving nog steeds onmisbaar is. In deze fase zal het kind de ‘nieuwe’ smaak pas na vele keren proeven ook lekker vinden. Hierbij is het héél belangrijk dat het kind niet misselijk wordt na het proeven, want dan leert het kind dat het voedsel niet veilig is. Het kind leert voedsel best kennen in zijn normale of basisbereiding, niet zoeter of vetter (bv. door suiker of een roomsaus toe te voegen). Anders wordt het nadien veel moeilijker om de basissmaak te leren eten.
Zijn crashdiëten slecht?
Er is een algemene regel: crashdiëten werken niet! Integendeel, je wordt er op lange termijn net zwaarder door. Dat hebben verschillende onderzoekers al uitgebreid aangetoond. Hoe komt dit? Met een crashdieet ga je veel minder energie opnemen dan je nodig hebt. Je valt hier in het begin door af, maar je lichaam wil je beschermen tegen te veel gewichtsverlies. De beschermingsreactie bestaat eruit dat je lichaam minder gaat verbruiken. Als je dan na je crashdieet (gelukkig) terug normaal begint te eten, staat je lichaam nog steeds in ‘spaarstand’, en je slaat calorieën nu veel sneller op in vet. Resultaat: je komt bij in plaats van af te vallen.
Vraag jezelf ook eens af waarom je zo’n dieet wil volgen. Is het om te beantwoorden aan een schoonheidsideaal? Om meer te lijken op de modellen in de blaadjes? De meeste vrouwen zijn zwaarder dan deze modellen, en de foto’s zijn bewerkt om er ‘beter’ uit te zien. Vergelijk je niet met deze voorbeelden. Mensen bestaan in alle maten en kleuren, en deze diversiteit maakt de wereld mooier.
Meer info
Risico’s van lijnen
Hoeveel eten heeft mijn kind nodig?
Een baby groeit heel sterk in het eerste levensjaar. Na het eerste levensjaar komen kinderen nog ongeveer 2 à 3 kg per jaar bij. De energiebehoefte van het jonge kind (peuter/kleuter) is dus kleiner dan deze van de baby, en dit kan bezorgdheid oproepen bij ouders dat het kind te weinig eet. Het is heel belangrijk om in gedachten te houden dat ouders en kinderen een gedeelde verantwoordelijkheid hebben rond eten: de ouder beslist welk voedsel wordt aangeboden, maar het kind beslist hoeveel het eet. Baby’s en jonge kinderen hebben namelijk een goed afgestemd regulatiesysteem: ze eten uit honger en stoppen met eten als ze voldoende energie hebben opgenomen. De fles leegdrinken of het bord leegeten hoeft dus niet. Heeft het kind nog honger? De ouder beslist met welke voedingsmiddelen het kind zijn buikje kan vullen. Vanaf peuterleeftijd leert het kind ook dat het niet meer op elk moment van de dag kan eten. Het buikje wordt gevuld tijdens eetmomenten, en kan dan enkele uren rusten. Een regelmatig eetpatroon bestaat uit 3 hoofdmaaltijden en 2 à 3 tussendoortjes. Jongeren hebben dan weer meer honger door hun groeispurt. Bij hen bewaar je best het regelmatig eetpatroon, maar de porties mogen toenemen.
Hoe communiceer ik over eten en gewicht met mijn kind, om te vermijden dat hij of zij een negatief lichaamsbeeld ontwikkelt?
Bouwen aan een gezonde houding ten opzichte van eetgedrag en gewicht start al heel vroeg; kleuters hebben reeds een voorkeur voor slanke lichamen boven mollige lichamen, en het verlangen om zelf slank te zijn zou ontstaan vanaf 6 jaar.
Er zijn verschillende zaken die je kan doen doorheen de verschillende levensfasen:
Je vindt deze en heel wat meer tips in onze materialen:
Waarom focussen op gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten?
Bij preventie en behandeling van eetstoornissen en gewichtsproblemen ligt de focus op een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten. We vatten ontspannen omgaan met eten samen met de term ‘eetcompetentie’. Eetcompetentie omvat vier eetvaardigheden:
Dus waarom de nadruk op de eetvaardigheden en een gezonde leefstijl? Wat is er mis met een focus op afvallen? Het risico bestaat dat mensen met overgewicht een negatief lichaamsbeeld ontwikkelen. En ongezonde methodes gebruiken om hun gewicht te verminderen. Dit kan het risico op verstoord eetgedrag verhogen (bv. eetbuien).
Bijvoorbeeld, iemand start de dag vol motivatie om minder (of niet) te eten. Zin in eten en honger bouwt op doorheen de dag. Na een drukke werkdag komt deze persoon uitgehongerd thuis. Drukte en stress zorgen voor minder zelfcontrole later op de dag, dit is volledig normaal. Alle remmen gaan los, al het eten moet op. Daarna volgen negatieve gevoelens, alsof deze persoon sterker had moeten zijn. Maar uiteraard heeft het lichaam voedsel en zelfzorg nodig om goed te kunnen functioneren. Een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten vormt de basis voor een goede gezondheid.
Bovendien tonen studies aan dat streng lijngedrag (voedingsmiddelen van het menu schrappen, weinig eten, maaltijden overslaan) niet effectief is op lange termijn. Wie snel afvalt, komt ook snel terug bij. Inderdaad, het jojo-effect bestaat. Velen wegen uiteindelijk méér dan voor de afvalpoging. Zo blijft de vicieuze cirkel draaien.
Gewicht is minder controleerbaar dan we willen geloven. Maar een gezonde leefstijl en ontspannen omgaan met eten is een vaardigheid die mensen kunnen aanleren. Daarom kiezen we voor een aanpak die op lange termijn zorgt voor een goede gezondheid, op mentaal en lichamelijk vlak. Deze aanpak kan ook, in een rustig tempo, enkele kilo’s verschil geven op de weegschaal. Maar ook zonder gewichtsverlies kunnen de meeste mensen zo een betere gezondheid bereiken.
Meer info
Risico’s van lijnen
Infofiche Gezonde leefstijl ALLES – overzicht
Infofiche Gezonde leefstijl ALLES – Afwisselend eten
Is een eetstoornis genetisch bepaald?
Er is een samenwerking tussen persoonskenmerken en omgevingskenmerken in de ontwikkeling van een eetstoornis, dus tussen kwetsbaarheden (die deels genetisch kunnen zijn) en stressoren uit de omgeving. Dit is zo bij de meeste stoornissen. Onze genen bepalen dus niet alles. Er kan genetisch wel een bepaalde kwetsbaarheid of gevoeligheid zijn.
Meer info
Risico- en beschermende factoren bij eetstoornissen
Hoe val je op een gezonde manier af?
Kamp je met overgewicht, en wil je hier graag iets aan doen? Doe dit dan op een gezonde manier. Eet op regelmatige tijdstippen, ontbijt, eet veel groenten en fruit, drink water als dorstlesser, varieer in wat je eet. Wees matig met snoep, chips en frisdrank, maar schrap ze ook niet uit je menu. Dan krijg je er alleen maar méér zin in. Let ook op je beweging. Je hoeft daarvoor niet elke dag naar een sportclub te gaan. Maak eens een wandeling, neem vaker de fiets als je iemand een bezoekje brengt, help wat in het huishouden, zit niet te lang achter de televisie of de computer.
Tips rond gezonde voeding en beweging vind je op de website van het Vlaams Instituut Gezond Leven (www.gezondleven.be).
Wil je hulp van iemand die je kan begeleiden in gezond afvallen? Praat er eens over met je huisarts. Die kan je advies geven of je in contact brengen met een hulpverlener. Ook Eetexpert kan hulpverleners in je buurt zoeken.
Meer info
Infopagina Gezonde leefstijl
Infofiche Gezonde leefstijl ALLES
Infofiche Gezonde leefstijl ALLES – Afwisselend eten
Is perfectionisme de oorzaak van eetstoornissen?
Personen die perfectionistisch zijn, kunnen kwetsbaarder zijn om een eetstoornis te ontwikkelen. Toch zit deze link complex in elkaar. Je kan een vrij gezonde vorm en dosis perfectionisme hebben, maar ook een ongezonde vorm van perfectionisme.
Maar wat is perfectionisme, en wanneer wordt het schadelijk? Iemand die perfectionistisch is, stelt hoge doelen voor zichzelf. Op zich is dit geen slechte eigenschap. Want duidelijke doelen opstellen voor jezelf kan motiverend werken.
Maar wanneer je zelfbeeld afhankelijk is van je succes, kan je in de problemen komen. Dan ga je jezelf kritisch beoordelen als je je doel niet bereikt. Of zelfs wanneer je dat doel niet ‘perfect’ hebt bereikt. Zo kan je angst krijgen om fouten te maken en constant twijfelen of je wel genoeg doet om je hoge doelen te bereiken.
We spreken van positief perfectionisme wanneer het gericht is op het bereiken van doelen en daarvoor beloond te worden. Dit gedrag is gemotiveerd door prestatiegerichtheid.
En we spreken van negatief perfectionisme als het bedoeld is om verwachte negatieve situaties te vermijden. Dit is gedrag vanuit faalangst en angst om negatief beoordeeld te worden.
In het onderzoek is nog te weinig onderscheid gemaakt tussen deze vormen van perfectionisme en hun mogelijk verband met de ontwikkeling van eetstoornissen.
Meer info
Risico- en beschermende factoren bij eetstoornissen
Welke eetstoornissen bestaan er en hoe vaak komen ze voor?
Er zijn drie categorieën van eetstoornissen volgens de klassieke opdeling:
Bestaan er nog eetstoornissen?
Ja, er zijn ook andere diagnoses voor eetstoornissen en eetproblemen. Vermijdende-restrictieve voedselinname stoornis (ARFID), bijvoorbeeld. Dit zijn mensen die eenzijdig eten of weinig lusten, waardoor ze in de problemen komen. Ook is er bijvoorbeeld de andere gespecificeerde eetstoornis, zoals purgeerstoornis.
In België ontwikkelt ongeveer 1% van de volwassenen ooit anorexia nervosa, 1% boulimia nervosa en 1,5% een eetbuistoornis. De eetbuistoornis komt dus het vaakst voor. De leeftijd waarop de eetstoornis meestal begint, verschilt per categorie. AN ontwikkelt zich meestal in de vroege adolescentie, BN in de late adolescentie, en BED in de jong volwassenheid.
Meer info
Eetproblemen en eetstoornissen
Gewichtsproblemen
Cijferpagina