Persoonlijkheidsproblematiek

  • Soms verloopt de voedingsbegeleiding moeilijk omwille van persoonlijkheidskenmerken van de patiënt. De diëtist behandelt de persoonlijkheidsproblematiek niet (hiervoor kan hulp van een psycholoog ingeschakeld worden), maar kan in de relatie met de patiënt wel een aantal handvatten hanteren om met deze patiënten te werken rond het eet- en gewichtsprobleem.
  • Cluster A – de paranoïde, schizoïde en schizotypische persoonlijkheidsstoornis – wordt gekenmerkt door excentriek en vreemd gedrag. Deze patiënten ervaren de hulpverlener als opdringerig, lastig of bedreigend. De diëtist moet bij deze patiënten het evenwicht houden tussen zorg verlenen en de ruimte van de patiënt respecteren.
  • Cluster B – de antisociale, theatrale, narcistische en borderline persoonlijkheidsstoornis – wordt gekenmerkt door dramatisch, onevenwichtig, emotioneel en impulsief gedrag. Bij deze patiënten is het belangrijk om duidelijke grenzen aan te geven en te bewaken maar anderzijds het gewenste gedrag van de patiënt toch voldoende te bekrachtigen.
  • Cluster C – de vermijdende, afhankelijke en obsessief-compulsieve persoonlijkheids-stoornis – wordt getypeerd door angst. De belangrijkste valkuil is om als diëtist mee te gaan in het vermijdend gedrag. Belangrijk is om de zelfstandigheid en autonomie van deze patiënten te gaan bevorderen.

In het werken met patiënten, blijkt soms dat de voedingsbegeleiding moeilijk verloopt omwille van persoonlijkheidskenmerken van de patiënt. In bepaalde gevallen kan er sprake zijn van een persoonlijkheidsstoornis. In wat volgt worden daarom handvatten gegeven over hoe de diëtist kan omgaan met deze patiënten. Het is daarbij echter niet de bedoeling om de persoonlijkheidsstoornis zelf te behandelen, hiervoor moet doorverwezen worden naar een psycholoog.

Persoonlijkheidsproblematieken kunnen opgedeeld worden in drie clusters, namelijk cluster A, B en C. Een specifieke aanpak kan bij deze patiënten aangewezen zijn, maar het blijft voor elke cluster voortdurend zoeken naar een ontzettend delicaat evenwicht [bronnen].

Cluster A omvat persoonlijkheidsstoornissen die excentriek en vreemd als basiskenmerk hebben. Deze personen hebben de overtuiging dat men op zijn hoede moet zijn. Dat kan zich uiten in het zoeken naar verborgen bedoelingen van mensen en op afstand blijven. Ze zullen de hulpverlener als opdringerig, lastig of bedreigend ervaren. Deze patiënten worden dan ook minder frequent gezien door hulpverleners, aangezien zij het contact niet snel zullen opzoeken. Bij deze patiënten is het van belang dat de diëtist het evenwicht vindt tussen zorg verlenen en de ruimte van de patiënt respecteren. Het is een valkuil om zich als hulpverlener terug te trekken of net contact op te dringen of te veel te gaan confronteren. Ook kan de diëtist zoveel mogelijk proberen aansluiten bij de unieke motivatie van de persoon.

  • Mensen met een paranoïde persoonlijkheidsstoornis zijn buitengewoon wantrouwig tegenover anderen en interpreteren de gedragingen van anderen steevast op de meest negatieve wijze.
  • Mensen met een schizoïde persoonlijkheidsstoornis zijn typische eenzaten. Ze gaan met niemand een diepe binding aan en staan als een geïsoleerd eilandje in de wereld. Deze patiënten gaan sociale contacten zo veel mogelijk vermijden.
  • Mensen met een schizotypische persoonlijkheidsstoornis worden als excentriek en vreemd ervaren. Ze zijn erg op zichzelf, maar zien, doen en zeggen dingen doorgaans ook op een eigenaardige manier.

Cluster B wordt gekenmerkt door dramatisch en emotioneel gedrag. Deze personen kunnen instabiel en impulsief overkomen. Ze menen speciale rechten te hebben, wat ook impliceert te willen afwijken van het standaard vooropgestelde (behandelings)plan. Zulke ideeën brengen met zich mee dat deze mensen anderen proberen beïnvloeden om extra te investeren. Valkuilen voor de hulpverlener zijn enerzijds te meegaand te zijn of de patiënt overmatig te steunen of aandacht te geven. Anderzijds kunnen deze patiënten afwijzing uitlokken of ertoe leiden dat de hulpverlener in een strijd terecht komt. Concrete tips bij cluster B zijn onder meer om als diëtist duidelijke afspraken te maken en de eigen grenzen aan te geven, maar toch het gewenste gedrag van de patiënt voldoende te bekrachtigen zodat deze gemotiveerd blijft.

  • Mensen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis kunnen het best worden omschreven als vijandig. Ze houden geen rekening met de rechten van anderen, de normen van de samenleving, moraal en wet. Ze zoeken controle over anderen terwijl ze heftig proberen te voorkomen dat anderen hen beheersen. Ze hebben de neiging tot liegen, bedriegen, manipuleren en geweld gebruiken. Ze doen alsof ze berouwvol zijn maar gaan vervolgens toch verder met hun voorgaande gedrag. Deze personen hebben behoefte aan duidelijkheid.
  • Mensen met een theatrale persoonlijkheidsstoornis zijn enthousiast en extravert, charmerend en entertainend maar willen voortdurend in de schijnwerpers en in het middelpunt van de belangstelling staan. Ze kunnen verleidend en overemotioneel zijn. Dit gedrag negeren werkt averechts. De diëtist kan daarom best eerst aandacht geven om daarna ruimte te maken om aandacht naar andere onderwerpen te laten gaan. Dit geldt ook voor de vele lichamelijke klachten die deze personen kunnen rapporteren.
  • Mensen met een narcistische persoonlijkheidsstoornis worden door anderen ervaren als overmatig zelfzeker, arrogant en met een gebrek aan empathie. Ze kunnen denken dat ze bijzondere rechten hebben en zijn daardoor ongevoelig voor de behoeften en gevoelens van anderen. Ze kunnen de expertise van de diëtist in vraag stellen en devalueren of zich boven andere patiënten stellen. Het is een valkuil om deze patiënten te veel te bekrachtigen of verzorgen. Het werkt beter hen net aan te spreken vanuit hun eigen expertise zonder hierin overmatig te bewieroken.
  • Mensen met een borderline persoonlijkheidsstoornis hebben een heel wankel zelfbeeld en worden daardoor voortdurend heen en weer geslingerd door hun emoties. De diëtist kan zich bij deze personen hulpeloos of inadequaat voelen, of net overdonderd dan wel overbetrokken. Deze patiënten zijn geneigd om constant over de grenzen van de hulpverlener te gaan, waardoor het bij deze personen extra belangrijk is om de grenzen te bewaken. De diëtist toont anderzijds best waardering voor wat goed gaat bij deze personen en biedt voldoende ondersteuning.

Cluster B vertoont heel wat comorbiditeit met middelengebruik en eetstoornissen waarbij er sprake is van eetbuien (anorexia nervosa van het purgerende type, boulimia nervosa, eetbuistoornis) aangezien deze middelen hun hevige emoties gaan dempen.

Cluster C wordt getypeerd door angst. Personen die zich in deze cluster situeren denken het niet alleen te kunnen, waardoor men gaat vermijden of net proberen kost wat het kost de controle te behouden of verkrijgen. De angstige cluster vindt men vaak terug bij patiënten met anorexia nervosa van het restrictieve type. Rigiditeit en controle zijn dan ook kernwoorden in beide pathologieën. Bij cluster C is het aan te raden het competentiegevoel zoveel mogelijk te versterken door de persoon in kwestie bijvoorbeeld zichzelf tips te laten geven in plaats van dat vanuit de expertise als diëtist te doen. Het is een valkuil om als diëtist mee te gaan in de vermijding van zulke cliënten/patiënten.

  • Personen met een vermijdende persoonlijkheidsstoornis zijn erg gevoelig voor vernedering, kritiek en afwijzing. De diëtist besteedt voldoende aandacht aan het benadrukken van wat goed gaat waarbij het bespreken van werkpunten best vanuit een positieve invalshoek gebeurt. De diëtist kan bij deze personen ouderlijke of beschermende gevoelens ervaren of net overbetrokken geraken.
  • Mensen met een afhankelijke persoonlijkheidsstoornis zijn erg onzelfstandig, onderworpen en hulpeloos en kunnen alleen functioneren als ze voortdurend gerustgesteld en gesteund worden. Er zou een verband bestaan tussen deze persoonlijkheidsstoornis en eetstoornissen, zowel anorexia nervosa als boulimia nervosa. Deze mensen zijn erg gericht op het behagen van anderen en dus ook van de diëtist. Het is belangrijk om autonomie ondersteunend te werken, hen een gevoel van competentie te geven en de afhankelijke rol niet te zeer te versterken.
  • Mensen met een obsessief-compulsieve persoonlijkheidsstoornis zijn enorm perfectionistisch en streven ernaar alles in hun leven op extreme mate onder controle te hebben. Het bieden van structuur en houvast is belangrijk, maar anderzijds worden deze best niet te strikt geformuleerd. Bij deze personen is het van belang waardering te tonen voor flexibiliteit en het uitproberen van nieuwe dingen. De diëtist relativeert fouten en werkpunten voldoende naar de patiënt toe.