Deze toolbox ondersteunt eerstelijnsprofessionals en organisaties bij kwaliteitsvolle communicatie over eet- en gewichtsproblemen. In het eerste deel vind je achtergrondinformatie om je grondig in het thema te verdiepen. In een tweede deel vind je, afgestemd op de eerstelijn, concrete handvatten en checklists die je snel kan gebruiken.
Je wil graag een project opzetten in je eerstelijnszone of je wil in je zorgpraktijk communiceren over eten, gewicht of eetstoornissen. Op deze pagina vind je handvatten en checklists om inhoudelijk doordacht aan het werk te gaan. Meer achtergrondinformatie bij de do’s & don’ts van de checklist vind je in de rubriek ‘niet-stigmatiserend communiceren’.
Het thema eten en gewicht lijkt vaak beladen bij de algemene bevolking. Er leven heel wat overtuigingen. Niet alles wat we denken te weten over eten of gewicht is correct. Informatie over mythes die vaak leven in de maatschappij maar niet correct zijn vind je hier.
Waarom communicatie ertoe doet
Zonder het te beseffen worden we (bijna) dagelijks geconfronteerd met vooroordelen en stigma rond gewicht. Sommigen zien een eetstoornis als een levensstijlkeuze of als een gebrek aan weerbaarheid tegen ‘normale’ socioculturele druk om slank te zijn; en zien overgewicht/obesitas als het gevolg van een gebrek aan motivatie of wilskracht om ‘gezond’ te leven. Jammer genoeg zijn deze stigma’s wijdverspreid en leven ze ook in de hulpverlening. Dit heeft zowel gevolgen voor de zorgverlener als voor de cliënt.
Gevolgen voor de zorgverlener:
minder geduld met cliënten
minder motivatie om met de cliënt te werken
minder respect naar de cliënt toe
invloed op verbale en non-verbale communicatie
minder grondige evaluatie en minder doorverwijzing bij cliënten met overgewicht
minder vertrouwen in competenties om rond eet- en gewichtsproblemen te werken
Gevolgen voor de cliënt:
Stigma lokt gezondheidsproblemen en verstoord eetgedrag uit: vicieuze cirkel
Stigmatisering wordt risicofactor via
sociale isolatie
minder kansen op de arbeidsmarkt
hormonale stressreacties
hormonale stressreacties
uitstellen gezondheidsafspraken
lagere motivatie voor gezonde leefstijl
impact op zelfbeeld en psychologische klachten
Hoe je praat over eten, gewicht en uiterlijk heeft een invloed op hoe andere mensen zich voelen. Als eerstelijnswerker heb je een belangrijke invloed op de lichaamstevredenheid van burgers in je eerstelijnszone en cliënten in je consultatieruimte. Negatieve, stigmatiserende communicatie kan onder andere zorgen voor minder lichaamstevredenheid, een verhoging van het risico op het ontwikkelen van een eetstoornis of de instandhouding van obesitas. Meer informatie over lichaamstevredenheid en de do’s and dont’s van communiceren hierrond vind je in de rubriek lichaamstevredenheid.
Het INNOVATE-kader
als basishouding voor communicatie van elke eerstelijnswerker
Hoe kan het onderwerp eten/gewicht in eerstelijnswerk ter sprake worden gebracht? Welke signalen/klachten wijzen op problemen i.v.m. eten en gewicht? Hoe kan de ernst worden ingeschat en wanneer wordt er doorverwezen? Het INNOVATE-kader biedt eerstelijnswerkers handvatten voor communicatie over en detectie en ernstinschatting van eet- en gewichtsproblemen.
Invoegen
Bij een vermoeden van haperingen i.v.m. eten of gewicht, is invoegen de eerste stap (en mogelijk wel één van de belangrijkste). Voeg in bij het verhaal en het leven van de persoon, maak connectie met wie hij/zij is en wat hij/zij belangrijk vindt. Maak eerst contact met de persoon, niet met het probleem.
Niet stigmatiseren
Kies voor een neutrale en niet stigmatiserende taal en bejegening.
Negotiëren
Verken samen de initiële hulpvraag. Bepaal een gezamenlijke agenda: “Waar willen we het vandaag over hebben?”. Vertrek van hoe opgroeien gaat, focus eerst rond het functioneren in het algemeen, en kom dan bij deelthema’s: “Zijn er ook vragen rond voeding, eetgedrag of gewicht?”
Onderzoeken
Om in te schatten wat de impact is van het eetgedrag en het gewicht is er meer concrete informatie nodig. Vraag de cliënt om te helpen tijdens het onderzoek. Stel open vragen en vraag naar verduidelijking van de cliënt waar nodig. Als eerstelijnsmedewerker is het bij dit onderzoek de bedoeling zicht te krijgen op de impact van eten en gewicht en de noodzaak om medische en meer gespecialiseerde hulp in te voegen.
Verduidelijken
In deze 5de stap wordt er stilgestaan bij de cliënt: Hoe kijkt de cliënt naar zijn eigen probleem? Welke invulling geeft hij aan zijn ICE (ideas, concerns & expectancies)? Verduidelijk wat je aan het doen bent, de vragen die je stelt, het belang van wat je aan het doen bent.
Actie bepalen
Een eerst inschatting en de actiebepaling wordt gedaan op basis van de verzamelde informatie. In deze fase is de vraag: Kunnen we een eerstelijnsbegeleiding opstarten of zijn er signalen voor een verwijzing naar de huisarts of meer gespecialiseerde hulp?
Timen en plannen
Maak met de cliënt een concreet en haalbaar plan dat uitgaat van volgende vragen: Wat wil de cliënt zelf? Wat denkt de cliënt dat er nodig is? Hou jouw zorginschatting als zorgverlener in het achterhoofd: Wat zijn wenselijke stappen?
Evalueren
Het is belangrijk om het traject met de cliënt regelmatig te evalueren (bij voorkeur om de 4 weken). Evalueren zorgt ervoor dat er tijdig bijgestuurd kan worden indien nodig.
Als huisarts kan het zijn dat je meer vertrouwd bent met het 5A-kader: Ask, Asses, Advise, Agree, Assist. Dit kader kent overlap met het INNOVATE-kader. Een toepassing van het 5A-kader op eet- en gewichtsproblemen als structuur voor een gesprek rond gewicht, voeding of leefstijl vind je in het stappenplan overgewicht kinderen en jongeren.
Niet-stigmatiserend communiceren: praktische tips voor zorgverleners
Hoe je praat over eten, gewicht en uiterlijk heeft een invloed op hoe andere mensen zich voelen. Als eerstelijnswerker heb je een belangrijke invloed op de lichaamstevredenheid van je cliënten/patiënten. Negatieve, stigmatiserende communicatie kan onder andere zorgen voor minder lichaamstevredenheid, een verhoging van het risico op het ontwikkelen van een eetstoornis of de instandhouding van obesitas. Meer informatie over lichaamstevredenheid en de do’s and dont’s van communiceren hierrond vind je in de rubriek lichaamstevredenheid.
Doordachte communicatie:
Let op de taal die je gebruikt, zodat deze sensitief en niet-stigmatiserend is. Spreek bijvoorbeeld over een jongere met een eetstoornis of een kind met overgewicht of een hoger gewicht (‘people-first’ taal). Vermijd het woord ‘dik’ als je niet weet hoe de cliënt deze term ervaart. Vraag na welke term de cliënt verkiest om over zijn of haar gewicht te spreken.
Sta stil bij je eigen opvattingen over eetgedrag, obesitas en eetstoornissen. Hoe sturen ze je aanpak, en bevat deze aanpak elementen die stigmatiserend kunnen overkomen?
Sta zelf model voor professioneel en niet-stigmatiserend gedrag, zodat je collega’s (en collega’s in opleiding) deze houding kunnen overnemen. Dit omvat de erkenning dat de oorzaken van een eetstoornis of gewichtsprobleem complex zijn, en niet de ‘schuld’ van het kind of de ouders.
Let erop dat ook klinische documentatie en/of cliëntverslagen dit respectvol taalgebruik hanteren.
Creëer een aanvaardende, steunende omgeving:
Vraag toestemming om even over het gewicht te praten: “vind je het OK als we het even over je gewicht hebben?”. Vraag na welke term de cliënt verkiest om over zijn of haar gewicht te spreken.
Erken dat veel cliënten al herhaaldelijk geprobeerd hebben om hun overgewicht of eetprobleem aan te pakken.
Exploreer alle oorzaken van overgewicht, niet enkel eet- en beweeggedrag.
Vertrek van de inspanningen van de persoon en het gezin in je advies.
Benadruk gedragsveranderingen, eerder dan het getal op de weegschaal.
Erken de moeilijkheid van het doorvoeren van leefstijlveranderingen.
Bedenk dat cliënten negatieve ervaringen ten opzichte van hun gewicht gehad kunnen hebben bij andere zorgverleners.
Toets veronderstellingen af in plaats van te veralgemenen, bv. “sommige mensen met overgewicht ervaren meer moeilijkheden bij het sporten; is dit bij jou ook het geval?” Dit is iets anders dan “Mensen zoals jij hebben meer moeilijkheden met sport”.
Maak geen grapjes rond uiterlijk en gewicht.
Check of je wachtruimte (stoelen, leesmateriaal) en onderzoeksmateriaal afgestemd zijn op mensen met overgewicht.
Let op signalen van emotionele problemen, zoals laag zelfbeeld, angst, of concentratieproblemen. Deze kunnen wijzen op (onder meer) pestgedrag.
Wees even zorgzaam naar de ouders: zij kunnen zelf eetproblemen of gewichtsproblemen (gehad) hebben, ze worden in de maatschappij vaak met een schuldgevoel opgezadeld rond de eetstoornis of het gewicht van hun kind. Daarnaast kunnen ze zich zorgen maken dat werken rond overgewicht lichaamsontevredenheid kan uitlokken.
Checklist ‘Eetgedrag & gewicht’
Do’s en don’ts
Check
Focus op gezondheid, focus niet op gewichtsverlies en geef geen anti-vet boodschappen.
Focus op eetcompetent gedrag, wat bestaat uit de vier eetvaardigheden: Gestructureerd, Gevarieerd, Genoeg en Genieten. Ga NIET mee in hypes die voedingsmiddelen of voedingsgroepen uitsluiten of een erg lage calorie-inname met zich meebrengen.
Zorg voor boodschappen die bijdragen tot een positief lichaamsbeeld. Focus niet te veel uiterlijk maar beschrijf ook talenten, successen en krachten van de persoon. Sta ook stil bij wat het lichaam doet voor ons, los van gewicht/uiterlijk. Communiceer als een ‘body buddy’. Meer info vind je in de infofiche.
Wees kritisch voor extreme lichaamstransformaties en wat de persoon daarvoor heeft moeten doen. Vermijd het idealiseren of ophemelen van probleemgedrag (of eetstoornissen).
Concretiseer een gezonde leefstijl ruim: Afwisselend eten, Leuk bewegen, Lief zijn voor jezelf, Emoties hanteren, Slapen en Sociale verbondenheid (acroniem ALLES♥). Vermijd taal over kwantificeerbare details: maten, gewichtsgegevens, BMI, aantal uren lichaamsbeweging, aantal calorieën dat geconsumeerd werd.
Communiceer over de link tussen gezondheid en een gezonde leefstijl. Vermijd om gewicht gelijk te stellen aan gezondheid.
Breng de complexiteit van eet-en gewichtsproblemen in kaart. Suggereer niet dat aanpak van eet/gewichtsproblemen makkelijk gaat als je het maar genoeg ‘wil’.
Gebruik person-first taal: man met overgewicht in plaats van de obese man.
Benadruk het belang en het nut van hulpverlening en voeg informatie toe over beschikbare hulp.
Checklist ‘Eetstoornissen’
Eetstoornissen worden vaak voorgesteld aan de hand van extreme informatie. Het maakt dat er een eenzijdig en stereotiep beeld bestaat over eetstoornissen dat sociaal juist meer afstand creëert dan wenselijk is. Anderzijds is deze informatie ook vaak triggerend voor kwetsbare doelgroepen en (ex)-patiënten.
Zo werk je aan doordachte berichtgeving over eetstoornissen:
Do’s en don’ts
Check
Zorg voor een positief, versterkend en inspirerend verhaal dat perspectief biedt. Vermijd taalgebruik dat doet uitschijnen dat een eetstoornis iets is dat je overkomt, waaraan niets gedaan kan worden.
Eetstoornissen heb je in alle maatjes: Vermijd de link tussen eetstoornissen en (onder)gewicht. Focus op gedragskenmerken van eetstoornissen die familie en vrienden kunnen opmerken.
Breng de complexiteit van eetstoornissen in kaart. Geef niet de indruk dat alle eetstoornissen hetzelfde zijn of dat alle personen met een eetstoornis hetzelfde ervaren.
Bespreek gedrag in algemene termen. Geef geen concrete beschrijvingen van: braken, extreem sporten, gebruik van laxeermiddelen of diuretica, extreem lijnen.
Gebruik geen kwantificeerbare details zoals maten, gewichtsgegevens, BMI, aantal uren lichaamsbeweging, aantal calorieën dat geconsumeerd werd.
Vermeld supportnetwerken waar cliënten en hun familie terecht kunnen. Vermeld geen referenties naar websites of sociale media die eetstoornissen of “het perfecte lichaam” promoten.
Stel eetstoornissen voor als ernstige levensbedreigende aandoeningen niet als levensstijl. Focus op de fysieke, sociale en psychologische impact die eetstoornissen hebben.
Gebruik person-first taal. Vermijd taalgebruik dat een persoon labelt bv: anorexiapatiënt, binger.
Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID's op deze website verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.
Functioneel
Altijd actief
De technische opslag of toegang is strikt noodzakelijk voor het legitieme doel het gebruik mogelijk te maken van een specifieke dienst waarom de abonnee of gebruiker uitdrukkelijk heeft gevraagd, of met als enig doel de uitvoering van de transmissie van een communicatie over een elektronisch communicatienetwerk.
Voorkeuren
De technische opslag of toegang is noodzakelijk voor het legitieme doel voorkeuren op te slaan die niet door de abonnee of gebruiker zijn aangevraagd.
Statistieken
De technische opslag of toegang die uitsluitend voor statistische doeleinden wordt gebruikt.De technische opslag of toegang die uitsluitend wordt gebruikt voor anonieme statistische doeleinden. Zonder dagvaarding, vrijwillige naleving door uw Internet Service Provider, of aanvullende gegevens van een derde partij, kan informatie die alleen voor dit doel wordt opgeslagen of opgehaald gewoonlijk niet worden gebruikt om je te identificeren.
Marketing
De technische opslag of toegang is nodig om gebruikersprofielen op te stellen voor het verzenden van reclame, of om de gebruiker op een website of over verschillende websites te volgen voor soortgelijke marketingdoeleinden.