Communiceren in de eerstelijnspraktijk

Op deze pagina vind je handvatten en checklists om doordacht aan het werk te gaan met betrekking tot het opzetten van een project in je eerstelijnszone of bij het communiceren over eten, gewicht of lichaamsbeeld in je consultatieruimte. Meer achtergrondinformatie bij de do’s & don’ts van de checklist vind je in de rubriek ‘stigma bij obesitas’.

Het thema eten en gewicht lijkt vaak beladen bij de algemene bevolking. Zonder het te beseffen worden we (bijna) dagelijks geconfronteerd met vooroordelen en stigma rond gewicht. Sommigen zien overgewicht/obesitas als het gevolg van een gebrek aan motivatie of wilskracht om ‘gezond’ te leven. Jammer genoeg zijn deze stigma’s wijdverspreid en leven ze ook in de hulpverlening. Toch is niet alles wat we denken te weten over eten of gewicht correct. Informatie over mythes die vaak leven in de maatschappij maar niet correct zijn vind je hier. 

Hoe je praat over eten, gewicht en uiterlijk heeft een invloed op hoe andere mensen zich voelen. Als eerstelijnswerker heb je een belangrijke invloed op de lichaamstevredenheid van burgers in je eerstelijnszone en cliënten in je consultatieruimte. Negatieve, stigmatiserende communicatie kan onder andere zorgen voor minder lichaamstevredenheid, een verhoging van het risico op het ontwikkelen van een eetstoornis of de instandhouding van obesitas. Meer informatie over lichaamstevredenheid en de do’s and dont’s van communiceren hierrond vind je in de rubriek lichaamstevredenheid.

Het INNOVATE-kader

Het INNOVATE-kader kan je, als eerstelijnswerker, gebruiken als basishouding voor je communicatie.

Het INNOVATE-kader biedt eerstelijnswerkers handvatten voor zowel communicatie, detectie en ernstinschatting van eet- en gewichtsproblemen. Denk aan vragen zoals

  • Hoe kan het onderwerp eten/gewicht in eerstelijnswerk ter sprake worden gebracht?
  • Welke signalen/klachten wijzen op problemen i.v.m. eten en gewicht?
  • Hoe kan de ernst worden ingeschat en wanneer wordt er doorverwezen?
  • Hoe open ik het gesprek rond een gezonde leefstijl?
  • Hoe vergroot ik de intrinsieke motivatie van de persoon?
  • Hoe bepaal ik samen met de persoon de doelen?
  • …
InvoegenBij een vermoeden van haperingen i.v.m. eten of gewicht, is invoegen de eerste stap (en mogelijk wel één van de belangrijkste). Voeg in bij het verhaal en het leven van de persoon, maak connectie met wie hij/zij is en wat hij/zij belangrijk vindt. Maak eerst contact met de persoon, niet met het probleem.
Niet stigmatiserenKies voor een neutrale en niet stigmatiserende taal en bejegening.
NegotiërenVerken samen de initiële hulpvraag.  Bepaal een gezamenlijke agenda: “Waar willen we het vandaag over hebben?”. Vertrek van hoe opgroeien gaat, focus eerst rond het functioneren in het algemeen, en kom dan bij deelthema’s: “Zijn er ook vragen rond voeding, eetgedrag of gewicht?”
OnderzoekenOm in te schatten wat de impact is van het eetgedrag en het gewicht is er meer concrete informatie nodig. Vraag de cliënt om te helpen tijdens het onderzoek. Stel open vragen en vraag naar verduidelijking van de cliënt waar nodig. Als eerstelijnsmedewerker is het bij dit onderzoek de bedoeling zicht te krijgen op de impact van eten en gewicht en de noodzaak om medische en meer gespecialiseerde hulp in te voegen.
VerduidelijkenIn deze 5de stap wordt er stilgestaan bij de cliënt: Hoe kijkt de cliënt naar zijn eigen probleem? Welke invulling geeft hij aan zijn ICE (ideas, concerns & expectancies)? Verduidelijk wat je aan het doen bent, de vragen die je stelt, het belang van wat je aan het doen bent.
Actie bepalenEen eerste inschatting en de actiebepaling wordt gedaan op basis van de verzamelde informatie, en gebeurt samen met de persoon. In deze fase is de vraag: Kunnen we een eerstelijnsbegeleiding opstarten of zijn er signalen voor een verwijzing naar de huisarts of meer gespecialiseerde hulp?
Timen en plannenMaak samen met de cliënt een concreet en haalbaar plan dat uitgaat van volgende vragen: Wat wil de cliënt zelf? Wat denkt de cliënt dat er nodig is? Hou jouw zorginschatting als zorgverlener in het achterhoofd: Wat zijn wenselijke stappen?
EvaluerenHet is belangrijk om het traject met de cliënt regelmatig te evalueren (bij voorkeur om de 4 weken). Evalueren zorgt ervoor dat er tijdig bijgestuurd kan worden indien nodig.

Uitgebreide informatie rond het INNOVATE-kader vind je in het stappenplan eetproblemen en eetstoornissen – eerstelijn.

5A-kader

Een tweede kader dat handvatten kan bieden binnen je eerstelijnswerk is het 5A-kader: Ask, Asses, Advise, Agree, Assist. Dit kader kent overlap met het INNOVATE-kader. Huisartsen werken vaak met dit kader als leidraad.

AskVraag toestemming om over gewicht te praten. Vraag op een niet-oordelende manier naar hun ervaringen en inspanningen. Ga er niet van uit dat het kind of hun familie een ongezonde levensstijl hebben.
AssesBeoordeel niet alleen het gewicht, maar ook de oorzaken, gezondheidsrisico’s en belemmeringen op de verschillende domeinen van gezondheid: medisch, psychologisch en sociaal. De EOSS / EOSS-P kan hierbij een nuttig hulpmiddel zijn.
AdviseAdviseer over de voordelen van een gezonde levensstijl met een focus op verbetering van gezondheidsrisico’s op de korte en lange termijn. Dit betekent een stapsgewijze aanpak, waarbij elke stap haalbaar moet zijn op dit moment en duurzaam op de lange termijn, bij voorkeur op gezinsniveau. Behandelopties in de omgeving, om deze veranderingen te ondersteunen en onderliggende oorzaken of risico’s te behandelen, kunnen worden besproken.
AgreeMaak afspraken over
– een realistisch behandeldoel (verbetering van bepaalde gezondheidsrisico’s of symptomen; stabiliseren of afremmen van gewichtstoename)
– een plan om gezondheidsverbetering te bereiken.
Om de motivatie te optimaliseren, is deze stap gebaseerd op de inspanningen die het gezin al heeft geleverd en kan het gezin kiezen uit meerdere mogelijkheden.
AssistAssistentie bij het identificeren en aanpakken van barrières (bijv. toegankelijkheid van bewegingsactiviteiten) en bij het krijgen van ondersteuning van andere gezondheidsdiensten, zoals voedings- en/of psychologische begeleiding, of doorverwijzing naar 2e of 3e lijnszorg.

Een toepassing van het 5A-kader op eet- en gewichtsproblemen als structuur voor een gesprek rond gewicht, voeding of leefstijl vind je in het stappenplan overgewicht kinderen en jongeren.

Ben je op zoek naar een meer praktische leidraad voor in je consultatieruimte? Raadpleeg dan onze flowcharts:

Niet-stigmatiserend communiceren: praktische tips voor zorgverleners

Hoe je praat over eten, gewicht en uiterlijk heeft een invloed op hoe andere mensen zich voelen. Als eerstelijnswerker heb je een belangrijke invloed op de lichaamstevredenheid van je cliënten/patiënten. Negatieve, stigmatiserende communicatie kan onder andere zorgen voor minder lichaamstevredenheid, een verhoging van het risico op het ontwikkelen van een eetstoornis of de instandhouding van obesitas.

Doordachte communicatie:

  • Let op de taal die je gebruikt, zodat deze sensitief en niet-stigmatiserend is. Spreek bijvoorbeeld over een jongere met een eetstoornis of een kind met overgewicht of een hoger gewicht (‘people-first’ taal). Vermijd het woord ‘dik’ als je niet weet hoe de cliënt deze term ervaart. Vraag na welke term de cliënt verkiest om over zijn of haar gewicht te spreken.
  • Sta stil bij je eigen opvattingen over eetgedrag, obesitas en eetstoornissen. Hoe sturen ze je aanpak, en bevat deze aanpak elementen die stigmatiserend kunnen overkomen?
  • Sta zelf model voor professioneel en niet-stigmatiserend gedrag, zodat je collega’s (en collega’s in opleiding) deze houding kunnen overnemen. Dit omvat de erkenning dat de oorzaken van een eetstoornis of gewichtsprobleem complex zijn, en niet de ‘schuld’ van het kind of de ouders.
  • Let erop dat ook klinische documentatie en/of cliëntverslagen dit respectvol taalgebruik hanteren.

Creëer een aanvaardende, steunende omgeving:

  • Vraag toestemming om even over het gewicht te praten: “vind je het OK als we het even over je gewicht hebben?”. Vraag na welke term de cliënt verkiest om over zijn of haar gewicht te spreken.
  • Erken dat veel cliënten al herhaaldelijk geprobeerd hebben om hun overgewicht of eetprobleem aan te pakken.
  • Exploreer alle oorzaken van overgewicht, niet enkel eet- en beweeggedrag.
  • Vertrek van de inspanningen van de persoon en het gezin in je advies.
  • Benadruk gedragsveranderingen, eerder dan het getal op de weegschaal.
  • Erken de moeilijkheid van het doorvoeren van leefstijlveranderingen.
  • Bedenk dat cliënten negatieve ervaringen ten opzichte van hun gewicht gehad kunnen hebben bij andere zorgverleners.
  • Toets veronderstellingen af in plaats van te veralgemenen, bv. “sommige mensen met overgewicht ervaren meer moeilijkheden bij het sporten; is dit bij jou ook het geval?” Dit is iets anders dan “Mensen zoals jij hebben meer moeilijkheden met sport”.
  • Maak geen grapjes rond uiterlijk en gewicht.
  • Check of je wachtruimte (stoelen, leesmateriaal) en onderzoeksmateriaal afgestemd zijn op mensen met overgewicht.
  • Let op signalen van emotionele problemen, zoals laag zelfbeeld, angst, of concentratieproblemen. Deze kunnen wijzen op (onder meer) pestgedrag.
  • Wees even zorgzaam naar de ouders: zij kunnen zelf eetproblemen of gewichtsproblemen (gehad) hebben, ze worden in de maatschappij vaak met een schuldgevoel opgezadeld rond de eetstoornis of het gewicht van hun kind. Daarnaast kunnen ze zich zorgen maken dat werken rond overgewicht lichaamsontevredenheid kan uitlokken.

Checklist communicatie bij ‘Eetgedrag & gewicht’

Do’sDon’ts
Focus op gezondheidFocus NIET op gewichtsverlies en geef geen anti-vet boodschappen. 
Focus op eetcompetent gedrag, wat bestaat uit de vier eetvaardigheden: Gestructureerd,  Gevarieerd, Genoeg en Genieten. Ga NIET mee in hypes die voedingsmiddelen of voedingsgroepen uitsluiten of een erg lage calorie-inname met zich meebrengen.  
Zorg voor boodschappen die bijdragen tot een positief lichaamsbeeld. Focus niet te veel op uiterlijk maar beschrijf ook talenten, successen en krachten van de persoon.  Sta ook stil bij wat het lichaam doet voor ons, los van gewicht/uiterlijk. Communiceer als een ‘body buddy’. Meer info vind je in de infofiche.Ga weg van boodschappen uitsluitend gericht op uiterlijk.

Ga weg van boodschappen gericht op uitsluitend gewichtsverlies.

Beperk lichaamsbeeld niet tot uiterlijk.
Wees kritisch voor extreme lichaamstransformaties en wat de persoon daarvoor heeft moeten doen.   Ga probleemgedrag (of eetstoornissen) NIET idealiseren of ophemelen
Concretiseer een gezonde leefstijl ruim: Afwisselend eten, Leuk bewegen, Lief zijn voor jezelf, Emoties hanteren, Slapen en Sociale verbondenheid (acroniem ALLES♥). Vermijd taal over kwantificeerbare details: maten, gewichtsgegevens, BMI, aantal uren lichaamsbeweging, aantal calorieën dat geconsumeerd werd. 
Communiceer over de link tussen gezondheid en een gezonde leefstijl.  Vermijd om gewicht gelijk te stellen aan gezondheid. 
Breng de complexiteit van eet-en gewichtsproblemen in kaart. Suggereer NIET dat aanpak van eet/gewichtsproblemen makkelijk gaat als je het maar genoeg ‘wil’. 
Gebruik person-first taal: man met overgewicht Stel de persoon NIET gelijk aan het gewicht, bv. de obese man
Benadruk het belang en het nut van hulpverlening en voeg informatie toe over beschikbare hulp.

Tools

Infofiche – checklist inhoudelijke focus eetgedrag en gewicht – eerstelijn

Materiaal bij toolbox voor eerstelijn

Infofiche

– 52 KB

Infofiche – checklist inhoudelijke focus eetstoornissen – eerstelijn

Materiaal bij toolbox voor eerstelijn

Infofiche

– 52 KB

Flowchart overgewicht behandeling – huisarts

Flowchart rond de behandeling van overgewicht en obesitas bij volwassenen.

Flowchart

– 376 KB

Flowchart overgewicht en obesitas kinderen en jongeren – huisarts en kinderarts

Flowchart rond overgewicht en obesitas bij kinderen en jongeren, voor huisarts en kinderarts.

Flowchart

– 712 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Lief zijn voor jezelf

Een positief lichaamsbeeld als deel van een gezonde lefstijl.

Infofiche

– 174 KB

Infofiche – Communiceren als een Body Buddy

Draag bij aan een positieve omgeving die lichaamstevredenheid versterkt.

Infofiche

– 301 KB