Niet-stigmatiserend communiceren

Benieuwd naar het “waarom” van de checklists en andere materialen in de toolbox? Hier vind je meer informatie bij de verschillende aanbevelingen in de checklists. Deze informatie verduidelijkt het belang van de manier van je communiceren en ondersteunt een niet-stigmatiserende communicatie.

Tip 1: Focus op gezondheid  

Focus op gezondheid, focus niet op gewichtsverlies en geef geen anti-vet boodschappen

Een te sterke focus op gewicht of gewichtsverlies kan mensen aanzetten tot het volgen van crashdiëten of een lijngerichte eetstijl. Het volgen van een crashdieet en een lijngerichte eetstijl verhogen het risico op zowel overgewicht/obesitas als eetstoornissen.

Ga NIET mee in hypes die voedingsmiddelen of voedingsgroepen uitsluiten of een erg lage calorie-inname met zich meebrengen.

Dergelijke hypes promoten een lijngerichte eetstijl. De “dietary restraint”-theorie postuleert bovendien dat deprivatie van bepaalde voedingsmiddelen de goesting in deze voedingsmiddelen verhoogt en leidt tot overeten op de momenten dat men, om welke reden ook, niet meer vasthoudt aan deze dieetregels. Het onderzoek rond “dietary restraint” laat duidelijk zien dat een meer gematigde omgang met voeding, waarbij alle voeding mag maar met mate, leidt tot een stabiel gewicht.

Bovendien is gewichtsverlies niet (altijd) nodig om de gezondheid te verbeteren. Bij een doorgedreven leefstijlverandering boekt men gezondheidswinst ook al is er geen gewichtsverlies.

Wat wel?

Focussen op gezondheid is de uitdaging. Iedereen, ongeacht zijn of haar gewicht, heeft er baat bij om leefstijlveranderingen aan te brengen in het belang van de eigen gezondheid. Meer informatie over welke leefstijlveranderingen samenhangen met gezondheid vind je op onze infopagina gezonde leefstijl of op de website van Gezond Leven.

Tip 2: Focus op eetvaardigheden 

Focus op eetvaardigheden en bestempel voeding niet als ‘goed/gezond’ of ‘slecht/ongezond’

Het bestempelen van voedingsmiddelen als ‘goed’ of ‘slecht’, of als ‘gezond’ of ‘ongezond’, kan zwart-witdenken over voeding in de hand werken. Wanneer bepaalde voedingsmiddelen als ‘slecht’ of ‘verboden’ worden gezien, kunnen ze psychologisch juist aantrekkelijker worden en kunnen schuldgevoelens ontstaan wanneer iemand ze toch eet. Dit kan leiden tot een alles-of-niets benadering van eten, waarbij één eetkeuze wordt ervaren als het ‘verpesten’ van de rest. Bovendien kan het eten van zogenaamd ‘slechte’ voedingsmiddelen gekoppeld raken aan een negatief oordeel over zichzelf, terwijl voedingskeuzes niets zeggen over iemands waarde of karakter.

Ook geeft de indeling in ‘gezond’ en ‘ongezond’ onvoldoende weer hoe voeding werkt. De bijdrage van een voedingsmiddel aan gezondheid hangt samen met het totale voedingspatroon, de hoeveelheid, de frequentie en de individuele context. Een voedingsmiddel hoeft daarom niet op zichzelf als gezond of ongezond te worden beschouwd om een plaats te kunnen hebben binnen een gevarieerd voedingspatroon.

Wat wel?

In plaats van te focussen op wat we wel of niet mogen eten is het beter om stil te staan bij hoe vaardig we zijn op vlak van eten. Een competente eter scoort goed op 4 verschillende eetvaardigheden, namelijk: Gestructureerd “momenten inplannen om te eten en de tijd nemen om te eten”, Genoeg “luisteren naar honger en verzadigingssignalen”, Gevarieerd “niet bang zijn van een gevarieerd smakenpalet en openstaan om nieuwe dingen te proberen” en Genieten “zonder schuldgevoelens kunnen genieten van eten”. Deze vaardigheden worden samengevat met de term eetcompetent gedrag.

Genieten

Eten is leuk, voeding mag lekker zijn en genieten van eten en van de gegeten hoeveelheid mag.  

Gevarieerd

Nieuw voedsel schrikt niet af, men durft proeven en leert iets lekker te vinden.  

Genoeg

Luisteren naar ons lichaam als we eten: hebben we genoeg of nog honger?  

Gestructureerd

Plannen van maaltijden, tussendoortjes en wat er gegeten wordt.  

Focussen op een gevarieerd en evenwichtig voedingspatroon, zonder voedingsmiddelen moreel te beoordelen. Er is ruimte voor verschillende voedingsmiddelen en eetmomenten in een evenwichtig eetpatroon. Gezondheid wordt niet bepaald door één product of één eetkeuze, maar door het geheel van het voedingspatroon en de bredere leefstijl. Meer informatie over gevarieerde voeding vind je op de website van Gezond Leven.

Tip 3: Benadruk de complexiteit 

Breng de complexiteit van eet-en gewichtsproblemen in kaart. Suggereer niet dat de aanpak van eet-en gewichtsproblemen makkelijk gaat als je het maar genoeg ‘wil’.

Een gebrek aan discipline of wilskracht vooropstellen als oorzaak voor gewichtsproblemen is niet correct en bovendien erg stigmatiserend en schadelijk. Ook eetstoornissen draaien om veel meer dan de wil om slank te zijn of het slankheidsideaal. Ook hier zijn de oorzaken zeer complex. Bij een eetstoornis enkel focussen op eetgedrag en de wil om slank te zijn doet niet alleen onrecht aan de complexiteit van de stoornis maar ook onrecht aan de moedige maar vaak niet gemakkelijke stappen tot herstel die patiënten ondernemen.

Wat wel?

Geef erkenning aan de complexiteit van eet- en gewichtsproblemen. Geen enkele persoon is hetzelfde, maak daarom in je werk voldoende duidelijk dat er verschillende oorzakelijke en instandhoudende factoren zijn bij zowel eet- als gewichtsproblemen.

Tip 4: Erken diversiteit 

Suggereer niet dat er maar één eetstoornis of één soort patiënt met obesitas bestaat, maar veel vormen van, die goede zorg op maat vragen.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is er niet één oorzaak voor obesitas of voor een eetstoornis. Deze komen tot stand door een ingewikkeld samenspel van verschillende oorzakelijke en instandhoudende factoren die tussen verschillende individuen kunnen verschillen. Maak daarom in je werk voldoende duidelijk dat er verschillende oorzakelijke en instandhoudende factoren zijn bij zowel eet- als gewichtsproblemen. Algemene adviezen zijn vaak schadelijk: iemand met een lijngerichte eetstijl op dieet zetten verhoogt het risico op verstoord eetgedrag met alle lichamelijke en psychologische gevolgen van dien.

Wat wel?

Moedig aan om hulp te zoeken: Het is essentieel om eet- en gewichtsproblemen snel te herkennen en mensen toe te leiden naar hulp om erger te voorkomen. Benadruk in je werk dus steeds het belang van hulpverlening en moedig mensen aan om hulp te zoeken. Binnen de hulpverlening is het essentieel dat men vertrekt vanuit maatwerk en samen met de persoon verkent hoe het probleem voor hem/haar in mekaar zit. Je kan hierbij verwijzen naar Eetexpert. Mensen op zoek naar hulp kunnen bij ons gratis terecht voor contactgegevens van zorgverleners gespecialiseerd in eet- en gewichtsproblemen over heel Vlaanderen. Ook eerstelijnswerkers en zorgverleners kunnen bij Eetexpert terecht voor advies en verwijsadressen.

Tip 5: Gebruik algemene termen 

Bespreek gedrag in algemene termen. Geef geen concrete beschrijvingen van braken, extreem sporten, gebruik van laxeermiddelen of diuretica, extreem lijnen

Werk je een project uit binnen je ELZ, of als eerstelijnswerker, gericht op de brede burger, bespreek gedrag dan in algemene termen. Beschrijvingen van hoe iemand er al dan niet in slaagde om een bepaald gewicht te bereiken, werken triggerend voor (ex-)patiënten. Het geeft inspiratie en het zet mensen met een (kwetsbaarheid voor een) eetstoornis- en gewichtsproblematiek aan om hetzelfde te doen en is daardoor schadelijk. Het is af te raden om deze gedragingen tot in detail te beschrijven.

Wat wel?

Bespreek het verstoorde gedrag in algemene termen (bijvoorbeeld: “purgeergedrag”) zonder details over de manier waarop dit gedrag wordt uitgevoerd of de frequentie ervan. Geef geen tips om het gewicht op de weegschaal te manipuleren.

Werk je als zorgverlener, dan is het uiteraard wel belangrijk om binnen je consultatieruimte voldoende door te vragen naar de leefstijl en potentieel compensatiegedrag van je cliënt. Nood aan ondersteunend materiaal om een gesprek te openen over eten en gewicht in je praktijk? Neem een kijkje op onze materialenpagina en filter op jouw zorgberoep/setting in de filtertool links op de pagina.

Tip 6: Vermijd cijfers en vergelijkingen 

Gebruik geen kwantificeerbare details zoals maten, gewichtsgegevens, BMI, aantal uren lichaamsbeweging, aantal calorieën dat geconsumeerd werd.

Ieder lichaam is anders.  Maatje 40 bij persoon A is een ander maatje 40 bij persoon B (Thomas, Parkinson, Frost, Goldstone, Doré et al., 2011) Bovendien reageert iedereen anders op lichaamsbeweging (Bouchard & Rankinen, 2001). Sommigen zullen bijvoorbeeld snel heel wat spiermassa opbouwen, anderen helemaal niet. Kwantificeerbare details waarmee men zichzelf gemakkelijk kan vergelijken zijn dan ook zinloos, kunnen de zaken vertekenen en daardoor leiden tot ontmoediging bij diegene die hun leefstijl proberen te veranderen

(Ex-)Patiënten getuigen bovendien vaak dat cijfergegevens over gewichtsverlies, calorieën, of BMI erg triggerend kunnen zijn. Zij beschrijven een soort competitiedrang: Wie is de beste eetstoornispatiënt? Of ze vinden dat ze pas hulp verdienen als ze er even erg aan toe zijn.

Wat wel?

Geef algemene aanbevelingen rond een gezonde leefstijl. Een gezonde leefstijl vind je in ALLES♥ namelijk: Afwisselend eten, Leuk bewegen, Lief zijn voor jezelf, Emoties Hanteren, Slapen en Sociale verbondenheid. Meer informatie over welke leefstijlveranderingen samenhangen met gezondheid vind je op de website van Gezond Leven. Gezondheids- en gewichtsopvolging moet steeds onder medische begeleiding gebeuren én op maat van de cliënt. Dit kan best opgevolgd worden door de huisarts of een andere betrokken arts.

Tip 7: Vermeld supportnetwerken 

Vermeld supportnetwerken waar patiënten en hun familie terecht kunnen. Vermeld geen referenties naar websites of sociale media die verstoord eetgedrag, dieethypes en eetstoornissen promoten.

Op websites die eetstoornissen promoten, wordt probleemgedrag vaak uitvoerig beschreven en worden er tips gegeven om de eetstoornis te verbergen voor de omgeving. Patiënten moedigen elkaar aan en kunnen op die manier terecht komen in een omgeving die de verstoorde cognities horende bij eetstoornis en het probleemgedrag versterkt. Het is daarom beter om in jouw werk niet te verwijzen naar deze websites en zeker geen concrete namen of linken naar deze websites weer te geven.

Wat wel?

Vermeld websites of supportgroepen waar de patiënten en hun naasten terecht kunnen voor steun en informatie. Verwijs bijvoorbeeld naar de Vlaamse patiëntenorganisatie ANBN en Infobees. Zij organiseren praatgroepen vooral zowel patiënten als familieleden. Ook via de website proud2bme.nl kunnen patiënten online steun zoeken in hun herstelproces.

Tip 8: Versterk het positief lichaamsbeeld

Zorg voor boodschappen die bijdragen tot een positief lichaamsbeeld. Focus niet te veel op uiterlijk maar beschrijf ook talenten, successen en krachten van de persoon.

Vermijd binnen elke communicatie om negatieve commentaar te geven op het uiterlijk of de lichaamsvorm van personen. Onderzoek toont o.a. aan dat mensen bij het horen van deze boodschappen ook meer ontevreden zijn over hun eigen lichaam, een risicofactor voor zowel de ontwikkeling van eetstoornissen als overgewicht/obesitas.

Wat wel?

Focus je daarentegen op meer dan het uiterlijk maar ook op de talenten en successen of persoonlijkheid van de persoon. Wees een goed rolmodel en communiceer als een ‘body buddy’. Meer informatie vind je in de infofiche.

Tip 9: Idealiseer geen probleemgedrag

Wees kritisch voor extreme lichaamstransformaties en wat de persoon daarvoor heeft moeten doen. Vermijd het idealiseren of ophemelen van probleemgedrag (of eetstoornissen).

Let goed op met wat je idealiseert of ophemelt, op korte tijd extreem veel gewicht verliezen of spiermassa kweken vraagt per definitie om extreme maatregelen die voor de meeste mensen niet haalbaar zijn en vaak zowel medisch als psychisch niet gezond zijn. Deze maatregelen zijn bovendien niet noodzakelijk om een optimale gezondheid te bereiken.

Verder kan praten over gewicht en eten bij cliënten die gewichtstoename ervaren tijdens het herstel van een eetstoornis heel gevoelig liggen en triggers of angsten oproepen. Opmerkingen zoals “Amai, je ziet er goed uit!” of “Zo goed dat je 500g bent bijgekomen” tijdens een herstelproces kunnen moeilijk en triggerend zijn voor de cliënt. Hoe goed bedoeld de opmerkingen ook zijn, ze hebben vaak een omgekeerd effect en wakkeren de eetstoornisstem aan.

Wat wel?

Wees in je werk kritisch voor extreme lichaamstransformaties en wat de persoon daarvoor heeft moeten doen. Kan dit wel op een natuurlijke en gezonde manier? Denk na over de haalbaarheid van dergelijke routines in het dagelijks leven. Sta niet alleen stil bij de korte maar ook bij de lange termijn gevolgen van dergelijke transformaties.

Denk verder bij elke uitspraak die je doet over eten en gewicht na of er eventuele gevoeligheden vervat zitten in de uitspraak en of het mogelijk is de uitspraak anders, neutraler, te formuleren. Leg indien mogelijk de focus op hoe iemand overkomt, om de focus weg te houden van uiterlijk en gewicht (bv. “Ik heb de indruk dat je je goed voelt, klopt dat?”) of je kan erkenning geven voor het feit dat gewichtstoename erg moeilijk is naast het feit dat gewichtsherstel belangrijk is (bv. “Ik weet dat gewichtsherstel moeilijk voor je is, maar het is een stap voorwaarts.”).

Tip 10: Gebruik person-first taal 

Gebruik person-first taal: man met overgewicht in plaats van de obese man.

Taalgebruik dat een persoon labelt d.m.v. zijn stoornis, bijvoorbeeld “anorexiapatiënt”, kan stigmatiserend werken.

Wat wel?

Gebruik person-first taal, bijvoorbeeld: X heeft obesitas, X wordt behandeld voor een eetstoornis.

Tip 11: Focus op gedragskenmerken 

Eetstoornissen heb je in alle maatjes: Vermijd de link tussen eetstoornissen en (onder)gewicht. Focus op gedragskenmerken van eetstoornissen die familie en vrienden kunnen opmerken.

Bij een eetstoornis denken de meesten spontaan aan meisjes met ondergewicht. Eetstoornissen komen op elk gewicht voor, en zowel bij vrouwen als mannen. Deze link zorgt er wel voor de eetstoornissen vaak te laat worden herkend door de omgeving.

Wat wel?

Vermijd om in je werk deze link te leggen, maar maak van de mogelijkheid gebruik om mensen er bewust van te maken dat een eetstoornis op elk gewicht kan voorkomen. Focus daarnaast op gedragskenmerken die vrienden en familieleden kunnen opmerken, zoals zich terugtrekken uit contact met anderen, negatieve opmerkingen over het eigen uiterlijk maken, voortdurend bevestiging zoeken over het uiterlijk, meer rigiditeit in het denken en gedrag.

Tip 12: Bied perspectief 

Zorg voor een positief, versterkend en inspirerend verhaal dat perspectief biedt. Vermijd taalgebruik dat doet uitschijnen dat een eetstoornis iets is dat je overkomt, waaraan niets gedaan kan worden.

Via het taalgebruik kan een eetstoornis voorgesteld worden als een levenslange aandoening, zonder hoop op herstel, of als iets dat je overkomt en waar je zelf geen actie tegen kan ondernemen.  Bijvoorbeeld: X lijdt aan, Y wordt getroffen door, Z is het slachtoffer van.

Wat wel?

Zorg voor een positief, versterkend en inspirerend verhaal dat perspectief biedt. Leg binnen je communicatie en/of project de focus op wat  helpend is richting een gezonde leefstijl en herstel.

Tip 13: Erken de ernst van eetstoornissen 

Stel eetstoornissen voor als ernstige levensbedreigende aandoeningen en niet als levensstijl.

Eetstoornissen voorstellen als een levensstijl kan het vertekend beeld geven dat eetstoornissen zo erg niet zijn of dat men ervoor kiest om een eetstoornis te hebben.

Eetstoornissen zijn geen keuze of levensstijl maar kunnen ernstige medische gevolgen hebben zoals o.a. osteoporose en hartfalen. Herstellen van een eetstoornis is bovendien meer dan van vandaag op morgen stoppen met het verstoorde eetgedrag. Het is een proces waar mensen stapsgewijs naar herstel werken met de hulp van professionele zorgverleners.

Wat wel?

Stel eetstoornissen voor als stoornissen met ernstige, levensbedreigende gevolgen. Bespreek de fysieke, sociale en psychologisch impact die eetstoornissen kunnen hebben op een persoon zoals o.a. osteoporose (Fysiek), conflicten binnen het gezin (Sociaal), verminderd zelfvertrouwen (Psychologisch).

Tip 14: Communiceer over een gezonde leefstijl

Communiceer over de link tussen gezondheid en gezonde leefstijl. Vermijd om gewicht gelijk te stellen aan gezondheid.

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, is er geen éénduidige link tussen gewicht en gezondheid. Men hoeft zelfs niet noodzakelijk gewicht te verliezen om de gezondheid te bevorderen.

Wat wel?

Leg rechtstreeks de link tussen gezondheid en gezonde leefstijl. Maak duidelijk dat een gezonde leefstijl leidt tot een verbetering van gezondheid ongeacht of gewichtsverlies plaatsvindt.

Meer weten?

In de rubriek ‘Achtergrond obesitas en eetstoornissen’ vind je meer informatie over de oorzaken van overgewicht/obesitas, de schadelijke rol van gewichtsstigmatisering en de risico- en beschermende factoren bij de ontwikkeling van een eetstoornis. Onder de rubriek ‘Mythes’ vind je meer informatie over mythes en vooroordelen over obesitas en eetstoornissen die niet correct zijn, maar vaak leven in de maatschappij.