Vroeginterventie: de eerste stappen

Vroegdetectie en vroeginterventie

Vroeginterventie

Soms vertoont iemand een aantal kenmerken van een eet- en of gewichtsprobleem maar kunnen we nog niet spreken van een volledig ontwikkelde eet- of gewichtsproblematiek. De persoon lijkt eerder (tijdelijk) te haperen op vlak van eten of bewegen. Hij/zij vertoont een aantal kenmerken maar voldoet niet aan alle kenmerken. Iemand kan bijvoorbeeld erg bezig zijn met zijn/haar gewicht en voeding maar dit heeft (nog) geen grote invloed op andere aspecten van het functioneren. In een eerste fase is het bij deze mensen dan ook niet nodig om de stap te zetten naar gespecialiseerde hulp. Ondersteuning kan gebeuren door een eerstelijnswerker (CLB, CAW, JAC-medewerker) die bekrachtigt wat al goed gaat, en versterkt wat kwetsbaarder is. Factoren die onder meer, afhankelijk van de noden van de betrokkene, belangrijk kunnen zijn om extra op in te zetten zijn o.a. mediaweerbaarheid, leren omgaan met emoties, positief lichaamsbeeld en zelfwaarde, en herstel van eetcompetenties. Het kan interessant zijn om psycho-educatie rond eet- en beweeggedrag te geven. Ook voor ouders van jonge kinderen met voedingsproblemen is goede psycho-educatie over het voedingsprobleem belangrijk en is het voor hen vaak al helpend om hen te ondersteunen om samen met hun kind aan het probleem te werken.  

Doorverwijzing naar (gespecialiseerde) hulp  

Indien een versterkende aanpak niet aanslaat of ontoereikend blijkt, is het belangrijk om de betrokkene zo snel en efficiënt mogelijk toe te leiden naar gespecialiseerde hulp. Andere signalen die een doorverwijzing naar gespecialiseerde hulp indiceren zijn suïcidaliteit, ernstig ondergewicht (BMI < 15), snel gewichtsverlies (meer dan 0,5 kg/week), zweten, trillen en verwardheid, onvoldoende mogelijkheden bij de betrokkene om te stoppen met het compensatiegedrag, overschrijding van de draagkracht van de omgeving, en een stilstand in de ontwikkeling door verstoord psychosociaal functioneren. 

Hoe doorverwijzen? 

Ook bij een doorverwijzing is het belangrijk om de autonomie van de persoon te respecteren. Bespreek uitgebreid de ideeën en verwachtingen van de persoon in kwestie. Werk samen om die oplossing/doorverwijzing te vinden waar de betrokkene zich het beste bij voelt en blijf ook na doorverwijzing aanwezig.  

Verdieping