Lichamelijke gevolgen van eetstoornissen

Eetstoornissen hebben een belangrijke lichamelijke component. Zo kunnen de kernsymptomen (restrictief eten, purgeergedrag, en eetbuien) zowat elk orgaansysteeem beïnvloeden met mogelijke ernstige medische complicaties als gevolg. Deze complicaties
kunnen voortkomen uit ondervoeding ten gevolge van restrictief eten, de hoeveelheid en/of snelheid van het gewichtsverlies (gewichtsafname over de tijdseenheid), of de compenserende gedragingen (purgeergedrag, overmatig beweeggedrag,…) [9, 10]. De meeste medische complicaties herstellen zich bij gewichtsnormalisatie en/of stoppen van purgeergedrag. Hieronder worden de somatische gevolgen van ondervoeding, purgeergedrag, en eetbuien verder toegelicht.

Somatische gevolgen van ondervoeding

Ondervoeding (en niet per se het laag gewicht/ondergewicht) ligt aan de oorzaak van een aantal lichamelijke symptomen bij anorexia nervosa en ARFID. Deze symptomen zijn vaak adaptaties aan het energietekort. Zo verstoort ondervoeding de stofwisseling (metabolisme), omdat het lichaam zijn verbruik aanpast aan de voedselinname. De verlaagde stofwisseling is een beschermingsmechanisme van het lichaam [11]. Bij aanhoudende ondervoeding faalt de adaptatie en weerspiegelen de symptomen de onmogelijkheid van het lichaam om de slechte voedingstoestand te compenseren [12, 13]. Het metabolisme daalt sterk, de lichaamstemperatuur kan niet op peil gehouden worden, en bijna elk orgaansysteem komt onder druk te staan [12]. Ook het honger- en het verzadigingsgevoel, die gestuurd worden vanuit de hypothalamus, geraken hierbij ontregeld. Ondervoeding gaat dus gepaard met heel wat hormonale veranderingen. Hieronder vind je een kort overzicht van de belangrijkste lichamelijke gevolgen van ondervoeding [o.b.v. 6, 12, 13, 14, 11, 12, 15, 16, 17, 18]. Doorgaans verdwijnen deze bij herstel van het eetgedrag, maar bij falende adaptatie kunnen ook ernstige complicaties optreden, vandaar het belang van een goede opvolging door een kinderarts.


Adaptatieprocessen bij ondervoeding

  • De ademhaling en de hartslag worden trager (een polsslag van minder dan p3 conform leeftijd en geslacht [121]; zie Tabel 1a voor referentiewaarden) en de bloeddruk daalt [zie Tabel 1b; 122]. Als gevolg hiervan voelen de patiënten zich dikwijls erg moe, duizelig en/of lusteloos.
  • Doordat het metabolisme vertraagt, daalt delichaamstemperatuur. Hierdoor gaan de handen en de voeten gemakkelijk blauw kleuren en koud aanvoelen. Soms treedt dit ook op bij de bovenarmen en onderbenen (livido reticulairis).
  • Het verlaagde metabolisme speelt ook een rol bij gastro-intestinale problemen. Vertraagde maaglediging en spijsvertering dragen bij aan een opgeblazen gevoel bij
    de patiënten, soms refluxproblemen, en constipatie. Dit kan het herstel tot een normaal voedingspatroon hinderen.
  • Bij een slechte voedingstoestand ziet men broze nagels, uitdroging van de huid en verstoring van de haargroei: het hoofdhaar valt gemakkelijk uit, terwijl elders sprake
    is van een donsachtige beharing (lanugo beharing) (gezicht, armen, borst en rug).
  • Door extreme vermagering ten gevolge van de ondervoeding kunnen ook drukplekken en doorligwonden ontstaan op de rug en stuit.
  • Door de eenzijdige of beperkte voedselinname kan een vertraagde maaglediging alsook constipatie optreden. Hieruit kan een vraag naar laxeermiddelen voortkomen,
    met mogelijk misbruik hiervan, wat de constipatie nog erger maakt.
  • Eiwittekort kan de vochtbalans verstoren en veroorzaakt oedeem ter hoogte van de buik, de onderbenen en voeten, en het gezicht. Dit wordt ook hongeroedeem genoemd.
  • Bij pre-pubertaire kinderen is er vaak sprake van een uitgestelde puberteit en groeivertraging; en bij meisjes ook van een uitgestelde menarche. Bij adolescente meisjes kunnen menstruatiestoornissen optreden: de menstruatie is erg onregelmatig of blijft uit. Amenorroe kan optreden vóór gewichtsverlies, en de menstruatie hervat niet altijd parallel aan gewichtsherstel.

Op korte termijn merkbare complicaties bij ondervoeding

  • Door het tekort aan voeding (of een te hoog verbruik) kan een hypoglycemie, of een te laag suikergehalte in het bloed ontstaan. Deze toestand kan snel gecorrigeerd worden, maar ernstige hypoglycemie die niet tijdig wordt gecorrigeerd, kan leiden tot een hypoglycemische coma of kan zelfs dodelijk zijn (zeldzaam) [16, 19]. Symptomen van hypoglycemie zijn zweten, trillen, verwardheid, duizeligheid, slecht zien,
    hoofdpijn en irritatie.
  • Uitdroging kan ook een gevolg zijn van een verminderde vochtinname, omdat patiënten naast hun voedselinname ook vaak hun vochtinname beperken. In ernstige gevallen kunnen patiënten nierschade (acute nierinsufficiëntie) oplopen [19]. Meestal betreft het prenale nierschade, echter wanneer langdurig aanwezig, dan kan het evolueren naar renale nierschade. Symptomen van uitdroging zijn droge mond,
    bloeddrukval bij het opstaan, duizeligheid en flauwvallen. Let op: Sommige patiënten drinken extreem veel water, bijvoorbeeld om hun gewicht te manipuleren. Dit kan
    gepaard gaan met een tekort aan natrium, die zeer ernstige gevolgen kan hebben, zoals bv. hyponatriemia, gezwollen voeten en benen, verwardheid, eetlustvermindering en uiteindelijk hersenschade [13, 19]. Bij hen dient vochtinname
    in eerste instantie extern gereguleerd te worden.
  • Cardiovasculaire complicaties vormen een belangrijke entiteit binnen het klinische beeld van anorexia nervosa en vereisen een grondige uitwerking en follow-up. Structurele en functionele cardiale afwijkingen liggen hierbij aan de grondslag. In het kader hieronder wordt uitgebreider ingegaan op deze cardiovasculaire complicaties.
    Deze informatie is voornamelijk bedoeld voor kinderartsen.

Uitbreiding cardiovasculaire complicaties

De belangrijkste structurele cardiale veranderingen zijn een vermagering van de
hartspier myocard (vnl. de linker kamer), prolaps van de mitraalklep, myocardiale
fibrose en pericardeffusie.

  • Atrofie van de hartspier, met verminderde ventriculaire wanddikte en een
    vermagering van de hartspier myocard resulteren in een verminderde
    cardiale output met gedaalde inspanningstolerantie en subjectieve
    vermoeidheid. Bij gewichtsherstel wordt een herstel van de cardiale
    contractiliteit en herwinning van de dikte van de hartspier verwacht over
    weken tot maanden.
  • Mitraalklepprolaps kan resulteren in thoracale pijn en palpitaties. Prolaps
    kan verklaard worden doordat het structurele weefsel rond de mitraaklep
    niet atrofieert in tegenstelling tot een afname van het myocard rond de
    mitraalklep. Bij klinisch onderzoek kan er een laat-systolisch geruis met click
    worden vastgesteld.
  • Myocardiale fibrose werd herhaaldelijk vastgesteld bij patiënten met
    anorexia nervosa. De klinische repercussie van dit fenomeen is nog niet
    opgehelderd. Hierbij ontstaat er littekenweefsel wat onomkeerbaar is, en
    ook in de toekomst het risico op ritmestoornissen met zich meebrengt.
  • Pericardeffusie wordt regelmatig opgemerkt bij anorexia nervosa (23 tot 35
    % van de patiënten). De oorzaak is vermoedelijk de vermagering van de
    hartspier waardoor er een holte ontstaat tussen het hartzakje en de
    hartspier. Deze holte wordt dan opgevuld met vocht. Ook verstoorde
    thyroïdwerking kan een rol spelen. Cardiale tamponade, een ernstige
    complicatie bij pericardvochtuitstorting in het algemeen, wordt ook
    (zeldzaam) beschreven bij AN en volledige remissie is te verwachten bij
    gewichtsherstel.

Significante functionele cardiovasculaire veranderingen zijn bradycardie,
hypotensie, verminderde diastolische functie en verminderde variabiliteit van
hartfrequentie.

  • Bradycardie (hartfrequentie minder dan de vijfde percentiel volgens leeftijd
    en geslacht) wordt frequent gedetecteerd en een verhoogde
    parasympatische activiteit ligt aan de basis. Klinisch effect kan zich uiten in
    vermoeidheid, zwakte en ‘ijl gevoel’. Bradycardie is een te verwachten
    symptoom bij anorexia nervosa en moet in se niet gecorrigeerd, maar wel
    gemonitord worden. Bij een hartfrequentie in rust van minder dan
    40/minuut wordt hospitalisatie geadviseerd. Een plotse evolutie naar een
    ‘normaal’ hartritme bij anorexia nervosa vraagt medische aandacht: het kan
    verklaard worden door angst, bijwerking van medicatie maar kan ook een
    omineus teken zijn: hartdecompensatie in het kader van refeeding
    (hervoeden) syndroom.
  • Er kan ook een tachycardie bestaan bij uiterste malnutritie of in kader van
    refeeding syndroom, bij te snel hervoeden.
  • Op ECG kunnen ST en T-golf veranderingen, AV block en ventriculaire
    aritmie worden gezien, maar dit vooral in associatie met hypokaliëmie en
    hypomagnesiëmie.
  • Hypotensie (waarde lager dan de vijfde percentiel volgens leeftijd en
    geslacht) uit zich als vermoeidheid en zwakte. Orthostasis (hypotensie bij
    houdingsverandering van lig/zit naar stand) kan voorkomen en is een teken
    dat de cardiale functie door AN werd gecompromitteerd.
  • Abnormale werking van het autonoom zenuwstelsel kan de fysiologische
    variabiliteit van het hartritme reduceren. Bij hartfalen is dit verlies van
    variabiliteit een voorspeller van plots overlijden, maar ook in het kader van
    AN kan dit fenomeen geassocieerd zijn met plots overlijden.

Bronnen: [127, 128, 129]

Irreversibele complicaties van ondervoeding op lange termijn

  • Bij prepubertaire kinderen en vroeg-adolescenten is het grootste risico groeivertraging, het uitblijven van lengtegroei, een groeistop en uitgestelde puberteit door een te lage calorie-inname en een tekort aan bepaalde mineralen en vitamines.
  • Hormonale veranderingen geven aanleiding tot stoornissen in puberteitsontwikkeling en potentiële vruchtbaarheidsproblemen op lange termijn.
    De ondervoeding leidt tot stilvallen van de productie van gonadotrofines en dus uitblijven van de puberteit. Bij prepubertaire kinderen leidt dit tot een belangrijk
    groeivertraging. Bij reeds gestarte puberteit blijft de puberteitsspurt uit. De productie van oestrogenen die belangrijk zijn voor de botopbouw blijft uit. Hierdoor ontstaat
    het risico op osteoporose
  • In combinatie met de hormonale stoornissen is er bij aanhoudende vermagering risico op botontkalking (osteopenie, osteoporose) vooral op jonge leeftijd, met groter risico op botbreuken bij mineur trauma.
  • Ook in de hersenen worden veranderingen opgemerkt, waarvan de oorsprong niet altijd duidelijk is [11]. Het volume witte stof normaliseert zich meestal bij gewichtsherstel, maar de veranderingen in grijze stof lijken vaak te persisteren [12].
    In extreme gevallen zijn witte stofletsels niet altijd reversibel (bv. bij zeer ernstige hypoglycaemie).

Somatische gevolgen van purgeergedrag

Er wordt in het algemeen een onderscheid gemaakt tussen 3 vormen van purgeergedrag: braken, misbruik van laxeermiddelen, en misbruik van diuretica.

  • Door braken, laxeren en gebruik van diuretica ontstaan stoornissen in de elektrolytenhuishouding, in het bijzonder een tekort aan kalium. Dit kan leiden tot nier- en leverbeschadiging, spierkrampen en hartritmestoornissen en zelfs tot hartfalen. Het kaliumgehalte dient daarom systematisch te worden opgevolgd bij elk vermoeden van purgeergedrag.
  • Ten gevolge van overmatig drinken kan ook een waterintoxicatie optreden.
  • Door braken en laxeren gaat er veel vocht verloren. Dit kan leiden tot uitdrogingsverschijnselen (duizeligheid en flauwvallen) en ook tot oedeem (vochtophoping). Gebruik van diuretica leidt daarnaast ook tot uitdroging en tot
    oedeem en zo tot de vicieuze cirkel van steeds meer plasmiddelen innemen.
  • Door te purgeren gaan ook vitamines en mineralen verloren, zoals bv. Vitamine B12, foliumzuur,…
  • Veelvuldig laxeren leidt tot constipatie en zo tot de negatieve spiraal van steeds meer laxeren.
  • Het herhaalde contact met het zure braaksel tast het gebit, de keel en de slokdarm aan. Daarnaast kunnen ook de speekselklieren zwellen, vnl. de parotis.
  • Braken wordt soms ook gestimuleerd door gebruik van bepaalde voorwerpen, waardoor een aspiratie van een vreemd voorwerp kan optreden, bv. een tandenborstel.

Somatische gevolgen van een eetbui

Eetbuien kunnen maag- en darmklachten veroorzaken, zoals een opgeblazen gevoel, buikpijn, maagzweren, maagulcus en zweren van de dunne darm. Ook ontsteking van de slokdarm is een mogelijk gevolg. Deze aandoeningen kunnen ernstig zijn (acute
maagverwijding of scheur van de maagwand met als gevolg een mogelijk lek leidend tot mediastinitis, peritonitis) en kunnen in sommige gevallen (pancreatitis) een dringende medische interventie vereisen.