Bijlage 2: Terug naar huis: Aandachtspunten in functie van verder herstel eetstoornis

Aandachtspunt 1: Een vaste structuur en invulling van de dag met momenten van activiteit versus rust als leidraad

  • Concrete dagindeling maken: Eetmomenten zijn hierbij prioritair in de eerste fase na thuiskomst en verlopen volgens het eetschema.
  • Momenten van afgebakende fysieke activiteit worden bij voorkeur in de namiddag gelegd wegens opbouw van spanning rond beweegdrang doorheen de dag, heeft aldus meer “positieve impact” later op de dag dan eerder op de dag. Fysieke activiteit beperkt zich de eerste twee weken na thuiskomst tot maximaal 2×30 min of 1x1u per dag onder de vorm van lichte inspanning (wandelen, fietsen). Indien extra activiteiten worden gepland (namiddag naar stad gaan met vriend(inn)en, een uitje naar de zee, een feestje met vrienden,… dan kan dit enkel wanneer er extra voeding wordt ingenomen o.v.v. een extra tussendoortje van minstens 100 kcal.
  • Voldoende aandacht besteden aan rust en inbouwen van concrete momenten van rust (rust is niet noodzakelijk gelijk aan neerliggen, maar refereert naar geen fysieke inspanning).
  • Emotioneel belastende situaties/gesprekken proberen vermijden vlak vóór een eetmoment, zodat de mentale energie naar het eten kan gaan en niet wordt opgeslokt door andere zaken.

Aandachtspunt 2: Toewerken naar een normaal eetpatroon en normaal eetgedrag

  • Ouders beslissen wat de portie is o.b.v. het eetschema (in de eerste fase na thuiskomst via weging van de voedingswaren), er is geen onderhandeling mogelijk.
  • Afgesproken tijdstippen van eten zo goed mogelijk aanhouden, zodat er structuur en voorspelbaarheid wordt bekomen.
  • Met uitzondering van de eetmomenten wordt er in de eerste fase na terugkeer naar huis geen tijd besteed aan zaken die te maken hebben met eten en tot negatieve gevoelens leiden (bv. geen websites rond voeding bezoeken, bv. afspraken maken rond sociale media gebruik)
  • Samen eten met het gezin of met een van de ouders of vertrouwenspersoon is belangrijk. Tijdens het eten neemt de ouders een steunende maar strikte houding aan (indien beide ouders aanwezig zijn kan 1 ouder de strikte houding aannemen, en de andere ouder de steunfiguur zijn)
  • Eetmoment max 30 minuten laten duren, na die 30 minuten wordt het eetmoment stopgezet. Tussendoortjes max 15 min.
  • Na het eten wordt telkens 30 minuten emotionele steun voorzien door ouders of andere vertrouwenspersoon (afleiding via spelletje, samen muziek luisteren, een gesprekje over iets niet voedings-gebonden, of gewoon samen zijn zonder veel woorden). Dit half uur van emotionele steun kan korter worden gemaakt of meer individueel worden ingevuld naarmate het eetpatroon zich herstelt.

DOEL:

  • Installeren van structuur en voorspelbaarheid zorgt voor duidelijkheid, rust en op termijn een gevoel van controle.
  • Door een actieve rol toe te kennen aan de ouders omtrent het voedingsschema en porties, valt de verantwoordelijkheid even van de schouders van de jongere zodat er geen strijd moet worden geleverd met de innerlijke stem. Gradueel wordt deze verantwoordelijkheid terug opgebouwd.

Aandachtspunt 3: De moeilijkheden en succesjes rond eten goed blijven monitoren

  • Eetdagboek bijhouden: welke gedachten en gevoelens had je voorafgaand, tijdens en na het eten?
  • Wat speelde er tijdens het eten allemaal mee, zaken die het eten moeilijker of makkelijker maakten? Bv. soort eten, hoeveelheid, uiterlijke kenmerken van het eten,…; Of bv. aan- of afwezigheid van iemand, de sfeer aan tafel, …
  • Hoeveel last had je van de stem in je hoofd?
  • Hoe probeerde je die stem weg te duwen?
  • Hoe goed is het gelukt om de stem te verslaan en je portie effectief op te eten?
  • Hoeveel last had je nadien van de stem?
  • Hoe groot was de drang om te bewegen? Hoe probeerde je dit af te remmen? Hoe goed is dit gelukt?

DOEL:

Het doel bestaat erin om een groter inzicht krijgen in de patronen van gedachten en gevoelens die er zich afspelen rondom eten.


~Dit inzicht zorgt er voor dat men beter leert te anticiperen op gedachten/emoties die het eten moeilijk maken én dat men positieve steunfactoren (of personen) leert erkennen die het eten makkelijker maken.


~Inzicht krijgen in de gedachten die je hebt rondom eten (bv. “ik voel me dik”; “ik ga dit niet lusten”) vormt tevens een eerste stap in het herevalueren van die gedachten (“is dat wel zo”?) en het verkennen van meer realistische gedachten die het makkelijker maken om te eten.

Aandachtspunt 4: Bijkomende doelen doorheen de ambulante hulpverlening:

Aandachtspunt 4.1. Emoties en spanning beter leren reguleren, technieken leren om compensatiegedrag na het eten tegen te gaan

  • Dysfunctionele strategieën die emoties verder doen escaleren (DEVALUEREN EN RUMINEREN) leren benoemen en omzetten in meer adaptieve strategieën (ACCEPTEREN EN HEREVALUEREN
  • Beweegdrang leren herkennen en leren omzetten in een actie die eveneens activiteit omvat maar fysiek niet belastend en minder dwingend is.

Aandachtspunt 4.2. Wie ben ik, wat zijn mijn talenten en hoe kan ik stevig blijven staan in mijn eigenheid?

  • Hoe kan ik mijn positieve eigenschappen inzetten in het aansterken van mijn zelfvertrouwen, in plaats van het gegeven dat mijn eetstoornis misbruik maakt van mijn angsten en onzekerheden?
  • Hoe kan ik mijn vrije tijd invullen met zaken die niet met eten te maken hebben en waar ik rust in kan vinden en tegelijk ook van kan genieten?

Aandachtspunt 4.3. Ouders als rolmodel en bondgenoot

  • Lat omlaag is ook ok
  • Een mindere dag durven benoemen, tonen hoe je als ouder zelf omgaat met negatieve ervaringen, emoties, teleurstellingen
  • Evenwicht zoeken tussen ondersteuning en supervisie
  • Resto-bezoek uitstellen en eerst inzetten op herstel eetpatroon thuis. Indien stap naar restaurant wordt gezet, dan eerst kiezen voor “veilige opties”.
  • Zelf nieuwe dingen proeven / uitproberen

Samengevat

Deze principes worden toegepast doorheen het multidisciplinair ambulant hulpverleningstraject na de opname. Hierbij worden op regelmatige basis consulten bij de kinderarts, psycholoog en diëtist voorzien en werken we met tussenliggende doelen in overleg met de patiënt en ouders. Afhankelijk van het bereiken van de doelen worden er aanpassingen in het voedings- en of beweegschema voorzien, met stelselmatige toename in vrijetijdsactiviteiten, sport en vrijheid in voedingsinname.