Richtlijnen in de aanpak van eetproblemen en eetstoornissen bij sporters

  • Het multidisciplinaire team dient te bestaan uit minimaal een arts, (sport)psycholoog en (sport)diëtist. Bij voorkeur laten zij zich bijstaan door andere specialisten, zoals een gynaecoloog, endocrinoloog, psychiater, … 
  • Het is belangrijk dat het multidisciplinaire team hun klinische kennis combineert met begrip van sport-specifieke kenmerken van het (top)sportleven. Sporters voelen zich namelijk beter begrepen door een hulpverlener die de uitdagingen in de sportwereld kent. 
  • Regelmatige bijscholing is aangeraden voor alle leden van het multidisciplinaire team

Versterken – Voorkomen – Vroegtijdig herkennen – Verwijzen – Volg op – Vorming volgen

Versterken

  • Inzetten op het versterken van beschermende factoren helpt iedereen vooruit: Een gezonde leefstijl, een niet-stigmatiserende omgeving waar op doordachte wijze gecommuniceerd wordt naar sporters én een groeigerichte visie, waarbij oog is voor belangrijke thema’s in het leven van een (jonge) sporter.
  • Een positief lichaamsbeeld is een van dé beschermende factoren tegen de ontwikkeling van eetstoornissen. Het versterken van een positief lichaamsbeeld vormt hierdoor de basis voor de meest effectieve preventieprogramma’s bij sporters. 
  • Sterke eetvaardigheden zijn een bijkomende belangrijke pijler in de preventie van eet- en gewichtsproblemen. In het project gezond eten in de sportclub van Eetexpert en het Vlaams Instituut Gezond Leven, vind je een handig stappenplan om te werken aan gezond eetgedrag in de ruime zin.

Onderstaande tabel gidst je doorheen het aanbod ter versterking van sporters:

Waarop inzetten? Materialen en informatie om dit aan te pakken:
Een gezonde leefstijl• Afwisselend eten: 
– Versterk goede eetvaardigheden met de vier G’s
– Informeer je sporters en omkadering over voeding
Project: Gezond eten in de sportclub
Fiche: Wat is evenwichtig eetgedrag?
Fiche: Gezond eetgedrag in de sportclub
Info: Toereikende voeding(Gezond Sporten)
Info: Orthorexia nervosa
(Odisee hogeschool)
 • Leuk bewegen:
– Installeer ook rust en recuperatie
Fiche: Leuk bewegen
Website: Gezond Sporten
 • Lief zijn voor jezelf en je lichaam
– Versterk een positief lichaamsbeeld
– Gebruik rolmodellen met verschillende lichaamsvormen en – gewicht
Fiche: Lief zijn voor je lichaam
 • Emoties hanteren 
– Versterk emotieregulatie vaardigheden
Fiche: Omgaan met emoties
 • Slapen
– Moedig voldoende slaap aan ter versterking van lichaam én mentaal welzijn.
Fiche: Slaap
Communicatiewijze  – Gebruik niet-stigmatiserende communicatieFiche: Communiceren rond gewicht met sporters 
Fiche: Tips voor niet-stigmatiserend communiceren
Groeigericht trainen– Maak je vertrouwd met de mentale en cognitieve ontwikkelingsuitdagingen eigen aan de leeftijd van je sporter.Toolbox: Ontwikkelingsgericht Trainen (Gezond Sporten) 
E-learning: Groeiwijzer
Tekst: Groeiwijzer
 – Autonomie bevorderenFiche: Motivatie
Fiche: Gezond eetgedrag in de sportclub
Tekst: Wat kan je als coach doen?

Voorkomen

Het beoordelen van de lichaamssamenstelling is erg ingeburgerd in de sport maar de vraag is of dit altijd even noodzakelijk is  en of het de gezondheid en het welzijn van de sporter garandeert. Te vaak gaat dit ten koste van een positief zelfbeeld, terwijl dit net één van de beschermende factoren is die een sporter in staat stelt veerkrachtiger te zijn tegen het ontwikkelen van eetproblemen.

We nodigen daarom iedereen uit om het meet- en weegbeleid onder te loep te nemen. 
Denk daarbij aan volgende richtlijnen:

1. First do no harm. De mentale en fysieke gezondheid van een sporter staat steeds voorop en krijgt voorrang op het verbeteren van prestaties.

2. Hou steeds rekening met leeftijd, ontwikkelingsniveau en competitie niveau van de sporter.

3. Wees spaarzaam. Motiveer elke beoordeling van de lichaamssamenstelling en vermijd routinematig wegen om te wegen. Vanaf welk trainingsniveau hebben metingen echt een meerwaarde?

4. Elke sporter blijft baas over zijn of haar lichaam. De sporter en eventueel ouders/voogd worden ten alle tijde betrokken bij het keuzeproces om al dan niet een lichaamsanalyse te doen via inspraak en informed consent.

5. Lichaamsmetingen mogen nooit afgedwongen worden. Wees waakzaam voor verborgen negatieve of straffende gevolgen bij weigering.

6. Elke sporter heeft recht op vertrouwelijkheid. Beoordelingen gebeuren vertrouwelijk en nooit in groep. Ook de resultaten worden vertrouwelijk gehouden en nooit gedeeld met de groep. Stel richtlijnen op rond wie de resultaten moet kennen. Maak onderscheid tussen need to know en nice to know.

7. De metingen en interpretatie moeten gebeuren door gediplomeerde en opgeleide gezondheidsprofessionals (vb ISAK huidplooimeting, Dexa).

Vroegtijdig herkennen

Sporters spreken sneller over psychische problemen, wanneer er een positieve houding is van coaches, teamleden, leeftijdsgenoten en context ten opzichte van het zoeken naar geestelijke gezondheidsbehandeling. Een niet-stigmatiserende houding bij alle zorgverleners kan de drempel om iemand in vertrouwen te nemen rond ervaren van eetproblemen drastisch verkleinen, wat ten goede komt van de vroegtijdige opsporing. Dit is cruciaal om te kunnen herstellen van een eetprobleem.

Het multidisciplinaire team moet hun klinische kennis combineren met begrip van sport-specifieke kenmerken van het (top)sportleven om een onderscheid te kunnen maken tussen acceptabele strategieën ter verbetering van de prestaties en problematisch eetgedrag.​

Eetproblemen hebben een signaal functie voor onderliggende moeilijkheden.

  • ACTIE: Ga een gesprek aan met de sporter. Verken de balans tussen beschermende en risicofactoren.  ​
  • ACTIE: Een sporter met eetproblemen moet bevraagd worden naar de aanwezigheid van andere mentale problemen. Er is een hoge comorbiditeit tussen eetproblemen en suïcidedreiging!
  • ACTIE:​ Naast vragenlijsten, zijn klinische interviews en observatie belangrijk bij de inschatting. Sporters hebben namelijk de neiging om problemen te onderschatten bij zelf-rapportage​.

Verstoord eetgedrag kan aan de basis liggen van Low Energy Availabilty (LEA), wat tot het Relative Energy Deficiency in  Sport syndroom (RED-S) kan leiden​.

  • ACTIE: Wanneer één van beide vastgesteld wordt, moet men ook screenen op aanwezigheid van de ander.

Verwijs

Er wordt geadviseerd om de sporter voor gespecialiseerde medische behandeling door te verwijzen naar een organisatie buiten de sportcontext of andere prestatieomgeving​. Het multidisciplinaire team moet wel de zorg blijven coördineren en continuïteit garanderen, zoals opvolging bieden indien er een wachttijd is voor externe professionele begeleiding​.

Volg op

Regelmatige opvolging is aangeraden bij sporters met een (verhoogd) risico of die signalen van eetproblemen vertonen​. Deze opvolging moet multidisciplinair zijn: fysieke bilan, voedingsanamnese en psychosociale anamnese​. Met toestemming van de sporter wordt overleg tussen het multidisciplinaire team en de coach aangeraden.​

In het herstel, moet gezondheid de prioriteit krijgen boven de gevolgen voor de prestatie. Het multidisciplinaire team dient mee te waken over de veiligheid van zowel het lichaam als het welzijn van de sporter.

Kan deze sporter blijven trainen?

Wanneer een sporter een eetprobleem of eetstoornis heeft, wordt er snel gedacht dat er gestopt moet worden met sporten en bewegen in het algemeen. Dat is begrijpelijk gezien de mogelijke klinische en medische implicaties. Recent onderzoek vindt echter dat het aanbieden van gecontroleerde en aangepaste fysieke activiteit een positieve invloed heeft op fysieke en mentale gezondheid. Naast positieve effecten van beweging tijdens het herstelproces, blijken er daarnaast ook onbedoelde negatieve gevolgen van het verbieden van bewegen. Zeker bij sporters, voor wie training een belangrijk onderdeel is van hun leven, heeft het verbieden van elke vorm van beweging een grote impact. Beweging is niet alleen verbonden met het fysieke van ons lichaam, maar ook met sociale, emotionele en cognitieve aspecten. Daarom gaan er stemmen op om beweging niet zomaar te schrappen, maar in de plaats in te zetten op het leren omgaan met beweging, toewerken naar een doordachte en veilige manier van beweging aangepast aan het eigen lichaam. Er wordt aangespoord om de mogelijkheden tot bewegen persoon per persoon te bekijken en niet standaard te verbieden. 
Veiligheid blijft echter nog steeds de grootste prioriteit, en daarom vraagt het integreren van beweging in het herstelproces een goed kader. Omdat er tot op heden weinig specifieke richtlijnen bestonden rond fysieke activiteit voor personen met een eetstoornis, werkte een internationale groep gezondheidswerkers en onderzoekers een richtlijn uit: Safe Exercise at Every Stage: Athlete (SEES-A) – Richtlijn uit 2020 rond beweging bij (top)sporters met een eetstoornis: www.safeexerciseateverystage.com