Boulimia Nervosa

Kernwoorden

Eetbuien
Compensatiegedrag
Verstoord zelfbeeld
Controleverlies
Géén ondergewicht

Ongeveer 1% van de Belgen boven 18 jaar lijdt ooit aan boulimia nervosa, en de stoornis treedt meestal voor het eerst op  tussen 16 en 25 jaar. De stoornis komt vaker voor bij vrouwen dan bij mannen ​[11]​. In de DSM-5 ​[10]​ worden volgende criteria onderscheiden (vrije vertaling) 

Terugkerende episodes van eetbuien. Een eetbui wordt gekenmerkt door de volgende twee kenmerken: 

(1) Eten in een afgebakende periode (bijvoorbeeld 2 uur) van een hoeveelheid voedsel die beslist groter is dan wat de meeste mensen zouden eten gedurende dezelfde tijd onder dezelfde omstandigheden. 

(2) Een gevoel van gebrek aan controle over het eten gedurende die episode (bijvoorbeeld een gevoel dat men niet kan stoppen met eten; geen controle over wat of hoeveel men eet). 

Terugkerend ongepast compensatiegedrag om gewichtstoename te voorkomen, zoals zelf opgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen, diuretica, of andere medicatie, vasten, of excessief bewegen. 

De eetbui en het ongepaste compensatiegedrag komen allebei gemiddeld één keer per week of frequenter voor in de laatste drie maanden. 

De zelfwaardering wordt onevenredig sterk beïnvloed door het figuur en het gewicht. 

De verstoring vindt niet alleen plaats gedurende episodes van Anorexia Nervosa. 

De ernst van de Boulimia Nervosa wordt bepaald door de frequentie van het compensatiegedrag (1-3 x per week is licht; >14 x per week is extreem ernstig). Wanneer eetbuien en compensatiegedrag zich minder frequent of minder langdurig voordoen, maar de andere symptomen wel aanwezig zijn, wordt gesproken van subklinische Boulimia Nervosa of Boulimia Nervosa met lage frequentie en/of van beperkte duur.  Wanneer de persoon enkel purgeergedrag vertoont en noch eetbuien noch ondergewicht heeft, wordt gesproken van een Purgeerstoornis. Deze stoornissen vallen onder de categorie ‘andere gespecificeerde eetstoornis’. 

Eetbuien starten vaak na een periode van lijngedrag. De stoornis duurt doorgaans meerdere jaren​ [10]​. Ongeveer de helft van de patiënten herstelt volledig, 1/4 partieel en 1/4 ontwikkelt een chronische stoornis ​[13]​. Per 10 jaar overlijdt 2% aan boulimia nervosa waarvan 1 op 5 door suïcide​ [10]​.