Eetstoornissen bij kinderen en jongeren

Niet elke jongere die aan lijnen doet heeft een eetstoornis, evenmin heeft elk kind dat stiekem snoept last van oncontroleerbare eetbuien. Bovendien experimenteren jongeren met voedings- en dieettrends, en ontwikkelen ze hun identiteit ook via hun voedselkeuzes. Een eetstoornis gaat verder dan een probleem met eten, er is een impact op het fysiek en psychosociaal welzijn. Bepaalde verstoorde eetgedragingen zoals controleverlies bij het eten en purgeergedrag zijn op zich voldoende voor doorverwijzing (zie ook hoofdstuk 5).

De hulpverlening bij eetstoornissen is net zoals bij overgewicht multidisciplinair (arts, diëtist en psycholoog/pedagoog/psychiater), waarbij de hulpverleners specifieke ervaring hebben met de behandeling van eetstoornissen (GGZ Standaarden, 2017). De behandeling richt zich zowel op herstel van gewicht en eetgedrag, als op de psychosociale onderhoudsfactoren (NICE, 2017).

Mede vanuit het stepped care model wordt (gespecialiseerde) ambulante behandeling verkozen boven een residentiële behandeling: er wordt bij voorkeur gekozen voor de minst ingrijpende vorm van hulp voor cliënt, zo dicht mogelijk bij het gewone leef-, leer- of werkmilieu (GGZ Standaarden, 2017; WHO, 2009). Een cliënt met een eetstoornis komt bij voorkeur eerst voor behandeling in een ambulante setting, vooraleer hulp gezocht wordt in een residentiële setting en wordt best nadien ook weer ambulant opgevolgd.

Er zijn heel wat factoren die een rol spelen in de (ernst)inschatting: de duur en voorgeschiedenis, de medische impact, de aanwezigheid van psychiatrische comorbiditeiten, de impact op het psychosociaal functioneren, de motivatie van de patiënt, eerdere behandelpogingen… Bij de inschatting van de ernst is het ook belangrijk de beschermende factoren te overlopen. Zijn de sociale contacten nog goed? Heeft het kind nog een vertrouwenspersoon? Is er goede communicatie thuis? Geniet het kind nog van vrije tijd en hobby’s? Deze beschermende factoren zijn hefbomen voor een behandeling. Uiteraard zijn er ook een aantal labowaarden die de huis-/kinderarts zal opvolgen en die een indicatie geven van de ernst. Deze vind je in het uitbreidingsmateriaal.

Meer info

Wat bevraag je bij een vermoeden van een eetstoornis (extract uit Stappenplan voor de psycholoog)
Testdiagnostiek bij eet- en gewichtsproblemen (extract uit Stappenplan voor de psycholoogk)
Medisch-pediatrische zorg bij eetstoornissen: handvatten voor medisch-pediatrische teams
Richtlijnen rond eetstoornissen, inclusief de ‘Medical Emergencies in Eating Disorders (MEED)’ richtlijn (2022) rond de zorg voor ernstig zieke kinderen en volwassenen met anorexia nervosa en de richtlijn van de AED: “Eating disorders – a guide to medical care” (4de editie) richtlijn uit 2021

Materialen

Infofiche eetstoornissen – zorg op maat en ernstinschatting

Ernst- en indicatiestelling, zorg op maat

Infofiche

– 401 KB

Infofiche eetstoornissen in de praktijk – huisarts

Samenvattingsfiche bij de medische diagnostiek uit het stappenplan eetstoornissen voor de huisarts.

Infofiche

– 267 KB

Stappenplan eetproblemen en eetstoornissen – Eerstelijn

Eerstelijnsdraaiboek voor de brede eerste lijn (zorg en welzijn).

Stappenplan

– 2.3 MB

Belangrijkste referenties arrow

NICE (2017). Eating disorders: recognition and treatment: NICE guideline [NG69]. www.nice.org.uk.

GGZ Standaarden (2017). Zorgstandaard eetstoornissen. Beschikbaar via www.ggzstandaarden.nl.

WHO (2009). Improving Health systems and services for mental health. Genève: World Health Organization.