Werken aan een gezonde leefstijl met ALLES❤︎⁠

Werken aan een gezonde leefstijl vormt de basis van de behandeling van kinderen en adolescenten met overgewicht en obesitas.

Naast het werken aan evenwichtig eetgedrag, kan de diëtist ook ruimer adviseren rond gezonde leefstijl. De elementen van een gezonde leefstijl zijn terug te vinden in het acroniem ALLES♥: Afwisselend eten (=evenwichtig eetgedrag), Leuk bewegen, Lief zijn voor je lichaam, Emoties hanteren, Slapen en ♥ Sociale verbondenheid.

Wat kan de diëtist doen rond de andere componenten van een gezonde leefstijl [4]?

  • Doelen formuleren (samen met de jongere en zorgfiguren) om aan de leefstijl te werken, bv. zich minder moe voelen, meer plezier hebben in sportactiviteiten.
  • Zelfobservatie/monitoring, bv. door de jongere een leefstijldagboekje te laten bijhouden.
  • Concrete gedragsdoelen formuleren op basis van de huidige leefstijl (met input vanuit het dagboek).
  • Veranderingen in leefstijl bekrachtigen, bv. door een contract op te stellen met een drietal gedragsdoelen van het kind (tot de volgende sessie), en een kleine beloning te koppelen aan het bereiken van deze doelen (géén voedselbeloning, bij voorkeur een bewegingsactiviteit (met het gezin)).
  • Probleemoplossingsvaardigheden en emotieregulatie vaardigheden versterken.
  • De motivatie ondersteunen.

Infofiche ALLES♥

Een gezonde leefstijl is afwisselend eten, leuk bewegen, lief zijn voor jezelf, emoties hanteren, slapen en sociale verbondenheid.

Infofiche

– 5.9 MB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – afwisselend eten

Afwisselend eten is meer dan alleen wat je eet.

Infofiche

– 269 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Emoties hanteren

Omgaan met emoties als deel van een gezonde leefstijl.

Infofiche

– 261 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Leuk bewegen

Leuk bewegen is gepast bewegen + stilzitten onderbreken + plezier beleven.

Infofiche

– 248 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Lief zijn voor jezelf

Een positief lichaamsbeeld als deel van een gezonde lefstijl.

Infofiche

– 174 KB

Infofiche Gezonde leefstijl ALLES ❤︎⁠ – slaap

Slaap als deel van een gezonde leefstijl.

Infofiche

– 240 KB

Evenwichtig eetgedrag

Zie evenwichtig eetgedrag

Beweeggedrag

Regelmatig bewegen is een belangrijk onderdeel van een gezonde leefstijl. Bewegen aanmoedigen is dus zeker een goed idee. Bij de behandeling van kinderen en adolescenten met overgewicht en obesitas kan voor het luik beweging ingezet worden op enerzijds het verhogen van de fysieke activiteit (beweging) en anderzijds het verminderen van de fysieke inactiviteit (sedentair gedrag).

Algemeen beweegadvies in lijn met de bewegingsdriehoek kan gegeven worden door elke hulpverlener en dus ook de diëtist. Bij kinderen en adolescenten met overgewicht en obesitas kan bijkomende zorg op maat van het kind nodig zijn, bv. bij medische comorbiditeiten, motorische problemen of fysieke beperking. Voor zorg op maat wordt doorverwezen naar een bewegingsdeskundige of kinesitherapeut [17]. In België bestaat een opleiding voor kinesitherapeuten, die gericht is op de behandeling van kinderen en adolescenten met obesitas. Deze kinesitherapeuten worden opgeleid tot ‘KineCoach® Obesitas bij kinderen’.  

“Een belangrijk element om hierbij in beschouwing te nemen, is de drijfveer van de jongere om te bewegen. Beweegt de jongere hoofdzakelijk om zijn lichaam te veranderen en/of te compenseren voor de geconsumeerde calorieën, dan is aanmoedigen geen goed idee. Het is beter om in dat geval eerst in te zetten op lichaamstevredenheid.”

Verhogen van de fysieke activiteit

Onderstaande tabel vat de beweegaanbevelingen voor kinderen en adolescenten samen per leeftijdscategorie [73, 74].

LeeftijdBeweegaanbeveling
0-1 jaarBeweeg zo veel mogelijk
1-2 jaarMinstens 3 uur per dag licht, matig of hoog intensief bewegen.
3-5 jaarMinstens 3 uur per dag licht, matig of hoog intensief bewegen. Waarvan 60 minuten matig of hoog intensief bewegen.
6-17 jaarHet grootste deel van de dag licht intensief bewegen. En verspreid over de week: gemiddeld 60 minuten matig tot hoog intensief bewegen per dag. In deze 60 minuten: min. 3 dagen per week hoog intensief bewegen en daarnaast ook krachtoefeningen.
Tabel 21: Beweegaanbevelingen per leeftijdscategorie [73, 74]

Het verhogen van de fysieke activiteit van een kind of adolescent met overgewicht of obesitas gebeurt best in kleine haalbare stappen. De zelfdeterminatietheorie van Ryan en Deci kan helpen om de motivatie van de jongere te ondersteunen:

  • Creëer een autonomie bevorderende omgeving door: controlerende taal te vermijden (‘moeten’), keuzes te bieden en informatie te geven over de voordelen van fysieke activiteit.
  • Verhoog de zelf-waargenomen competentie t.o.v. fysieke activiteiten door activiteiten te voorzien die aangepast zijn aan de capaciteiten van het kind, doelen op korte termijn te stellen en positieve feedback te geven
  • Verhoog de verbondenheid door interesse te tonen in de problemen die het kind of de adolescent ervaart bij fysieke activiteit of beweging. Overweeg om het kind te laten aansluiten bij een sportclub of om het te laten sporten in teamverband. En ‘last but not least’, betrek de rest van het gezin als steunfiguren.

Voorbeelden van kleine haalbare stappen om de beweging te verhogen zijn [14]:

  • Kan de verplaatsing naar school te voet of met de fiets gemaakt worden? Of kan de jongere een halte vroeger afstappen van de bus en de rest te voet doen?
  • Kan er meer gebruik gemaakt worden van trappen?  
  • Zijn er interessante sportclubs waar de jongere zou kunnen bij aansluiten? Help hierbij zoeken naar een sport die de jongere graag doet, dit verhoogt de motivatie en het plezier.

Uitbreidingsmateriaal en ondersteunende materialen:

Verminderen van sedentair gedrag

In onderstaande tabel staan de aanbevelingen rond sedentair gedrag weergegeven per leeftijd [73, 74]. 

LeeftijdAanbeveling sedentair gedrag
0-5 jaarMax. 1 uur stilzitten (per keer). Toch stilzitten? Kies dan voor: voorlezen en vertellen van verhaaltjes, knutselen, muziek maken, …
6-17 jaarBeperk en onderbreek periodes van lang stilzitten. Zittende activiteiten? Kies dan voor: lezen, puzzelen, tekenen en knutselen, muziek maken, …
Tabel 22: aanbevelingen rond sedentair gedrag bij jongeren, per leeftijdscategorie [73, 74]

Ook bij het verminderen van sedentair gedrag is het formuleren van kleine haalbare doelen aangewezen. Eén van de doelen kan betrekking hebben op de schermtijd van het kind. Het maken van duidelijke afspraken rond schermtijd is aanbevolen. Bij heel jonge kinderen stellen de zorgfiguren best zelf duidelijke grenzen. Naarmate het kind ouder wordt, worden ze best meer betrokken en worden samen afspraken gemaakt rond schermtijd [123].

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelde in 2019 aanbevelingen op voor de schermtijd van jongeren van 0 tot 5 jaar, weergegeven in onderstaande tabel. De WHO gebruikt hierbij de term ‘sedentaire schermtijd’, die gedefinieerd wordt als: “Tijd die passief wordt doorgebracht door het kijken naar entertainment op een scherm (tv, computer, mobiele apparaten).” Deze definitie omvat dus niet de actieve spelletjes op een scherm, waarvoor fysieke activiteit of beweging nodig is [73]. Voor de leeftijdsgroep 6-17 jaar werden aanbevelingen geformuleerd door Gezond Leven [74].

LeeftijdAanbevolen schermtijd
0-2 jaarSchermtijd wordt sterk afgeraden
2-5 jaarSchermtijd bedraagt idealiter < 1 uur per dag, hoe minder hoe beter
6-17 jaarSchermtijd in vrije tijd: max. 2 uur per dag, minder is beter
Tabel 23: aanbevelingen rond schermtijd voor jongeren [73, 74]

Uitbreidingsmateriaal en ondersteunende materialen:

Versterken positief lichaamsbeeld

Een belangrijk aandachtspunt in de zorg voor kinderen en adolescenten met overgewicht en obesitas is lichaamsbeeld. In de kindertijd is het opbouwen van een positief lichaamsbeeld een belangrijk groeithema. Na verloop van tijd moet de jongere in de adolescentiefase ook leren omgaan met een veranderend lichaam en neemt de druk van het schoonheidsideaal toe, Bezorgdheden rond lichaamsvormen nemen dan ook toe met de leeftijd [42]. Bij jongeren met obesitas lijkt ook het overgewicht een belangrijke rol in de lichaamsperceptie te spelen. Uit een recente meta-analyse van Moradi et al. blijkt een positief verband tussen obesitas en het risico op lichaamsontevredenheid bij kinderen en adolescenten [124].

Het lichaamsbeeld verwijst naar de veelzijdige psychologische ervaring van het lichaam, waarvan de fysieke verschijning deel uitmaakt [125]. Het lichaamsbeeld omvat de zelfperceptie en houding ten opzichte van het eigen lichaam, zoals gedachten, geloof, gevoelens en gedrag, waardoor het lichaamsbeeld erg subjectief is. Concreet omvat het lichaamsbeeld de (waardering voor) lichaamsfuncties: het lichaam brengt de jongere waar die wil zijn, de jongere kan er plezier mee maken, zich ontspannen, …

Uit onderzoek blijkt dat blootstelling aan de schoonheidsidealen in de media een negatieve impact heeft op verschillende aspecten van het lichaamsbeeld, zoals internalisering van onrealistische lichaamsidealen, ontevredenheid met het lichaam, zelfobjectivering (=uiterlijk belangrijker gaan vinden dan andere competenties), ‘body surveillance’ (=voortdurend checken of het lichaamsbeeld nog voldoet aan het ideaalbeeld), streng lijnen en het ontstaan van eetstoornissen [126].

Niet enkel boodschappen uit de media beïnvloeden het lichaamsbeeld van de jongere, maar ook leeftijdsgenoten en zorgfiguren spelen een belangrijke rol. Jongeren kunnen sociale druk ervaren rond hun uiterlijk. De vrienden(groep) of gezinsleden, die dicht bij de jongere staan, kunnen bewust of onbewust normen overbrengen over hoe de jongere er zou moeten uitzien, en dit zowel op een directe manier (bv. opmerkingen over het uiterlijk) als op een indirecte manier (door de eigen attitudes en gedragingen in het kader van schoonheidsidealen, zoals modeblaadjes lezen, meegaan in lijntrends, opmerkingen geven op mediasterren die enkele kilootjes zijn bijgekomen…) [127].

Een positief lichaamsbeeld bestaat uit een waarderende, aanvaardende en respectvolle attitude tegenover het eigen lichaam, en omvat de dimensies uiterlijk, gezondheid, lichaamsbewustzijn, functionaliteit en plezier. Jongeren met een positief lichaamsbeeld voelen de noden van hun lichaam aan (honger en verzadiging, recuperatie na inspanning), dragen zorg voor hun lichaam en respecteren wat hun lichaam dagdagelijks voor hen doet. Ze beschermen hun lichaam ook tegen ongezonde invloeden zoals sociale vergelijking met anderen of mediabeelden [128, 129]. Een positief lichaamsbeeld omvat ook respect voor diversiteit [129]. 

Een verstoord lichaamsbeeld en lichaamsontevredenheid (= de mate waarin iemand ontevreden is over zijn lichaam en een negatieve inschatting maakt van zijn lichaam) vormen risicofactoren voor verstoord eetgedrag [130]. Inzetten op het versterken van een positief lichaamsbeeld is dan ook een belangrijk onderdeel in de preventie en behandeling van het ganse spectrum aan eet- en gewichtsproblemen.

Mogelijke handvatten voor de diëtistenpraktijk bij het versterken van een positief lichaamsbeeld [131]:

  • Het lichaamsbeeld bestaat uit meer facetten dan uiterlijke verschijning. Leer jongeren de anatomie van hun lichaam kennen. Sta ook stil bij de functies van het lichaam (zoals mobiliteit: ‘je lichaam zorgt dat je kan deelnemen aan allerlei activiteiten’) en hoe jongeren zorg kunnen dragen voor hun lichaam [129].
  • Help jongeren te zien dat ‘schoonheid’ vooral bepaald wordt door de ‘uitstraling’ en dat heeft te maken met de binnenkant: je persoonlijkheid, je interesses, hoe je met anderen omgaat, … 
  • Stimuleer jongeren om hun eigen doelen en waarden te leren kennen, om zich goed in hun vel te voelen. Dit werkt beschermend tegen sociale vergelijking.
  • Door niet te focussen op lichaamsgewicht of -vormen, maar op gezonde leefstijl worden een verstoord lichaamsbeeld en/of lichaamsontevredenheid niet versterkt.
  • Help jongeren om kritisch te kijken naar (sociale) media en zelf aan het stuur te blijven.
  • Betrek ouders en geef educatie over het belang van goede rolmodellen, die lichaamstevreden zijn.

Het is als hulpverlener belangrijk om niet mee te gaan in de negatieve zelfmonoloog van het kind of de adolescent. Blijf als hulpverlener steeds aandachtig voor de krachten en talenten van de jongere. Onze aandacht heeft de neiging om zich te richten op wat er niet goed gaat, daarom ziet de jongere mogelijk zijn/haar eigen krachten of talenten niet meer. Het is daarom des te belangrijk om er als hulpverlener wel steeds oog voor te blijven hebben [4].

Jongeren waarbij lichaamsontevredenheid of een verstoord lichaamsbeeld een ernstige impact heeft op het welzijn of het eetgedrag (emotioneel eten, lijngedrag), worden best verwezen naar een psycholoog voor extra ondersteuning (zie Interdisciplinaire samenwerken).

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Lief zijn voor jezelf

Een positief lichaamsbeeld als deel van een gezonde lefstijl.

Infofiche

– 174 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Lief zijn voor jezelf – Gezin

Hoe ondersteun je als ouder het lichaamsbeeld van je kind?

Infofiche

– 245 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – lief zijn voor jezelf – sport

Een positieve lichaamsbeleving als bouwsteen voor een sporter in balans.

Infofiche

– 354 KB

Emotieregulatie

Emoties worden vaak voorgesteld als “goede” en “slechte” emoties. Toch zijn emoties in essentie niet slecht of goed. Elke emotie heeft een eigen functie, en ook de emoties die niet zo leuk aanvoelen horen bij het leven. Emotieregulatie heeft betrekking op het vermogen om met eigen emoties en de emoties van anderen om te gaan. Bij emotioneel eten is de emotieregulatie vaak ontregeld en worden allerlei strategieën aangewend om bv. negatieve emoties te onderdrukken. Leren om emoties te accepteren en ze te leren verdragen is dan ook een beschermende factor die het risico op de ontwikkeling van eet- en gewichtsproblemen verlaagt [4]. Zo ook bij kinderen en adolescenten met overgewicht en obesitas. Bovendien kan het bijdragen aan de behandeling van emotioneel eetgedrag (zie Emotioneel eten).

Als een verstoorde emotieregulatie aan de grondslag ligt van het overgewicht van de jongere, of wanneer er sprake is van emotionele eetpatronen, is verwijzing naar een psycholoog aanbevolen. 

In de diëtistenpraktijk werken aan een betere emotieregulatie kan door [4, 132]:

  • Stilstaan bij adaptieve manieren om met emoties om te gaan i.p.v. ze te onderdrukken (bijvoorbeeld erover praten).
  • Verstoorde cognities rond (negatieve) emoties, bv. cognities die (uitingen van) negatieve emoties zien als zwak of fout, in vraag stellen.
  • De oorzaken en gevolgen van stress en hoe ermee om te gaan bespreken.
  • Met het kind of de adolescent stilstaan bij wat hen spanning of stress bezorgt.
  • Met het kind of de adolescent reflecteren over hoe ze op een adaptieve manier met stress en spanning kunnen omgaan.
  • Reflectie en evaluatie van coping- en emotieregulatie strategieën aanmoedigen.
  • Adaptieve strategieën aanbrengen, zoals sociale steun zoeken, verschillende oplossingen zoeken voor een probleem.

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – Emoties hanteren

Omgaan met emoties als deel van een gezonde leefstijl.

Infofiche

– 261 KB

Infofiche ALLES ❤︎⁠ – omgaan met emoties – gezin

Hoe ondersteun je als ouder je kind in het omgaan met emoties?

Infofiche

– 237 KB

Slaap

Als uit het diëtistisch onderzoek blijkt dat het slaappatroon van het kind of de adolescent opvallende verstoringen (korte slaapduur, onregelmatige slaaptijden, …) vertoont, kunnen laagdrempelige tips om het slaappatroon te verbeteren overwogen worden. De aanbevolen slaapduur varieert met de leeftijd (zie tabel) [73, 85, 86].

LeeftijdAanbevolen slaap (uur/dag)Meer informatie
0-3 maanden14 tot 17Kwaliteitsvolle slaap inclusief dutjes
4-11 maanden12 tot 16Kwaliteitsvolle slaap inclusief dutjes
1-2 jaar11 tot 14Kwaliteitsvolle slaap met regelmatige slaap- en wektijden, inclusief dutjes
3-5 jaar10 tot 13Kwaliteitsvolle slaap met regelmatige slaap- en wektijden, inclusief dutjes
6-13 jaar9 tot 11
14-17 jaar8 tot 10
Tabel 24: slaapaanbevelingen voor jongeren [85, 86]

Naast slaapduur kan ook de kwaliteit van de slaap beïnvloed worden door kleine haalbare interventies (afbakenen schermtijd, rustgevend slaapritueel, duidelijke afspraken in samenspraak met het kind of de adolescent …).

Ondersteunende materialen:

♥ Sociale verbondenheid

Sociale verbondenheid verwijst naar het gevoel erbij te horen en te kunnen rekenen op anderen wanneer je het moeilijk hebt. Je kan sociale verbondenheid ervaren in een hechte vriendschap, in je gezin, op het werk, in een vereniging of tijdens alledaagse ontmoetingen. Daarbij gaat het niet zozeer om het aantal mensen om je heen, maar vooral om de kwaliteit van die relaties.  

Hoe sociale verbondenheid eruitziet, verschilt van persoon tot persoon. Sommige mensen halen energie uit veel verschillende sociale contacten, anderen uit enkele hechte relaties.  Betekenisvolle en ondersteunende relaties dragen bij aan een gezonde leefstijl en vormen een beschermende factor tegen de ontwikkeling van eet- en gewichtsproblemen.  

Help de jongere om betekenisvolle contacten in kaart te brengen en eventueel op te bouwen. Kleine momenten van contact, deelnemen aan activiteiten die aansluiten bij interesses en investeren in enkele warme, ondersteunende relaties maken verschil. Leg de nadruk op kwaliteit boven kwantiteit: contact met mensen bij wie de jongere zichzelf kan zijn, zich gesteund voelt en terechtkan op moeilijke momenten, versterkt emotieregulatie, zelfwaardering, lichaamstevredenheid en veerkracht. 

  • Welke contacten doen de jongere goed? Met wie zou de jongere meer contact willen? Welke eerste stap kan daarbij helpen? 
  • Zoek samen naar manieren om het sociale netwerk te verbreden.  
  • Breng de sociale vaardigheden van de jongere in kaart. Hoe legt de jongere nieuwe contacten? Welke aanpak werkt al goed en welke andere strategieën kunnen helpend zijn? Heeft de jongere baat bij andere strategieën? 
  • Denk samen na over welke betekenissen vriendschap kan hebben en over verschillende soorten vriendschappen/vrienden (bv. een vriend met wie je je goed kan ontspannen, een vriend met wie je diepe gesprekken kan voeren, een vriend met wie je gaat sporten, …) 
  • Denk samen na over de houding van mensen in de omgeving. Welke vrienden zijn een rolmodel of inspiratiebron?  Welke voorbeelden vindt de jongere helpend? Welke attitudes of gedragingen zou de jongere zelf willen overnemen en welke net niet?